Tony Gatlif, filmregisseur, muzikant | (1948-2026) De op de set van zijn laatste film overleden Algerijns-Franse regisseur Tony Gatlif legde in meer dan twintig films het rijke muzikale Roma-erfgoed vast. Dat deed hij in films die de tijd stilzetten met muzikale intermezzo’s.
Portret van Tony Gatlif op het filmfestival van Cannes in 2014.
Latcho drom. Goede reis. Dat was de titel van de film waarmee Tony Gatlif in 1993 doorbrak in het internationale filmfestivalcircuit. Zijn syncopische ensemblefilm over de muziektradities van Romani van India tot Roemenië, Frankrijk en Spanje werd in Cannes bekroond met de prijs van Un certain régard, de festivalselectie voor vernieuwende films.
En innovatief was het wat Gatlif deed. Hij werd in 1948 geboren als Michel Dahmani in Algiers, met deels Berber, deels Roma voorouders. In 1960 vertrok hij tijdens de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog naar Frankrijk. De naam Gatlif, een verwijzing naar een park in Algiers, nam hij aan als eerbetoon aan zijn afkomst en zijn vrijheid. En je zou kunnen zeggen dat die ook de kern van zijn kunstenaarschap bepaalden.
Zijn films waren niet te classificeren. Soms zijn ze meer documentair, zoals Latcho drom, maar altijd gedreven door een archetypische vertelling: wraak, liefde, de onrust in je borst. En door betoverend camerawerk, dat een stad in een visueel muziekinstrument kon doen veranderen, een landschap in een mineurtoonladder, en van de toeschouwer een reiziger maakte op zoek naar iemand die het lied van diens leven kon zingen.
Latcho drom was ook wat zijn familie hem toewenste toen vorige week bekend werd dat Gatlif op 77-jarige leeftijd was overleden in het Franse Arlès waar hij aan een nieuwe historische film werkte. Gatlif maakte in zijn leven ruim twintig films waarin hij de Europese en Noord-Afrikaanse rijke muzikale tradities van de Roma-cultuur vastlegde. Met het Nederlandse bioscooppubliek had hij een bijzondere band, doordat zijn films bijna vijfentwintig jaar werden uitgebracht door de loyaliteit van het voormalige filmdistributiebedrijf Contact Film, dat veel filmauteurs voor Nederland ontdekte. Gatlifs films waren rond de eeuwwisseling zo populair bij het filmhuispubliek dat de recettes er indirect ook verantwoordelijk voor waren dat er in die tijd een rijk artfilm-aanbod kon ontstaan.
Hoewel tegenwoordig de benaming Roma meer in zwang is, in plaats van het discriminerende ‘zigeuner’, gebruikte Gatlif het Franse woord ‘tzigane’ juist als geuzennaam. In een interview met NRC zei hij daarover: „Sinds de komst van wat wij de ‘zigeuners’ noemen in Europa, zijn er zoveel namen geweest. En die waren bijna allemaal discriminerend. De meest recente naam in Frankrijk is puur administratief: ‘les gens du voyage’, de reizende mensen. Als een regering een naam bedenkt voor een groep mensen, is dat zelden om die mensen echt te omschrijven, hun cultuur, hun identiteit, maar meestal om ze te stigmatiseren.”
Gatlif was productief, gedreven, onrustig, net als zijn doorgaans mannelijke hoofdpersonen: op zoek naar vrijheid, overgave, de spiritueel-existentiële ervaring van muziek. Na Latcho drom volgt Gadjo dilo (1997, Zilveren Leeuw in Locarno) waarin de vaak als zijn filmische alter ego optredende Romain Duris naar Roemenië vertrekt op zoek naar de zangeres waar zijn vader voor zijn dood naar luisterde. Swing (2002) is een ode aan de Manouche-jazz van Django Reinhardt. In Exils (2004, regieprijs in Cannes) reist Romain Duris naar Algerije om de muziek van zijn ouders te leren kennen. Het historische Liberté (2009 werd actueel door de parallellen tussen de historische vervolging van ‘zigeuners’ en de deportaties van Roma uit Frankrijk ten tijde van de première. Bij elkaar zijn het evenveel verhalen als muziekalbums. Gatlif componeerde vaak zijn eigen muziek.
In het jaar 2000 verscheen Vengo, die in z’n geheel op YouTube staat. Die film begint met een minutenlange sequentie waarin muzikanten in kleine bootjes naar een afgelegen plek aan de Andalusische kust varen waar een muzikaal duel wordt uitgespeeld tussen de Egyptische soefiezanger Sheikh Ahmad Al Tumi en de Spaanse flamencogiratist Tomatito, bijgestaan door Oost-Europese violisten en Noord-Afrikaanse trommels. De ritmes botsen, de klanken zoeken die ene fractie van een noot die nog niet wordt gespeeld. Een hemels tegenakkoord. Een wonder van transcendente cinema.