Even de tandarts of gewoon een vriendin bellen? Echt niet: bellen is hartstikke eng, vinden veel jongeren. Hoe kom je van je belangst af?
is wetenschapsjournalist en epidemioloog en schrijft voor de Volkskrant vooral over biomedische onderwerpen
Een hoogleraar die een student vroeg hem even te bellen kreeg als antwoord: ‘Maar meneer, u weet toch wel dat mijn hele generatie belangst heeft?’
Bijna de helft van de jongeren in Nederland zegt belangst te hebben, peilde het 1Vandaag Opiniepanel vorig jaar. Waarom hebben zoveel mensen daar last van? En vooral: hoe kom je ervan af?
Inderdaad, twintigers en dertigers hebben vaak belangst, bevestigt Anne Miers, universitair hoofddocent ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit Leiden. Maar, nuanceert ze de ronkende cijfers, uitgebreid wetenschappelijk onderzoek is er niet naar gedaan. Belangst is geen op zichzelf staande angst en staat niet in de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM), het handboek voor psychologen en psychiaters. De angst om in het openbaar te spreken staat daar wel in.
Beter Leven
In de rubriek Beter Leven beantwoorden we, samen met experts, praktische vragen op het terrein van onder meer gezondheid, geld en duurzaamheid. Zelf een vraag voor deze rubriek? beterleven@volkskrant.nl
Belangst valt onder de sociale angsten, waarnaar Miers al twintig jaar onderzoek doet. ‘Adolescenten van twintig jaar geleden scoorden niet heel hoog op belangst in vragenlijsten die sociale angst meten, maar wel op bijvoorbeeld angst om een spreekbeurt te houden in de klas. Onder de huidige jongeren is belangst wel aangetoond. Dus er moet de afgelopen twintig jaar iets veranderd zijn’, zegt ze.
Aan de komst van mobiele telefoons, zo rond de eeuwwisseling, ligt het niet. Daarmee kon je weliswaar sms’en, maar bellen was ook nog heel gebruikelijk. Maar sinds de smartphone zo’n vijftien jaar geleden zijn intrede deed, is onze manier van communiceren fundamenteel veranderd, ziet Miers. ‘Met een smartphone kun je zo’n beetje je hele leven regelen zonder dat je ooit hoeft te bellen. Jongeren die nu opgroeien, zijn gewend dat ze alle communicatie kunnen typen of als monoloog kunnen inspreken, zonder interactie.’
Ondertussen neemt het aantal mensen dat een vaste telefoonlijn heeft al jaren af: eind 2012 waren er nog 7,6 miljoen huishoudens en bedrijven met een vaste telefoon. Dat aantal is meer dan gehalveerd, naar 3,69 miljoen. Veel jongeren hebben hun ouders daardoor stukken minder vaak zien bellen met een vaste telefoon. ‘Als kind leer je door te observeren. Als je die ervaring niet hebt, ben je daar minder vertrouwd mee’, aldus Miers.
‘Leren bellen’ is tegenwoordig opgenomen in sommige mbo-opleidingen, en er zijn kant-en-klare lessen op mbo-niveau om een telefoongesprek te leren voeren.
Maar meer smartphones en een gebrek aan voldoende goede voorbeelden kunnen haast niet de enige verklaring zijn voor de ogenschijnlijk toenemende belangst, denkt Miers. ‘Bellen geeft een mate van onzekerheid. Je kunt die ander niet zien en je weet niet hoe die gaat reageren. Je hebt het gevoel minder controle te hebben, maar wilt wel een goede indruk maken’, zegt Miers. Bij digitale communicatie, of het nu gaat om tekstberichten of geregisseerde TikTokfilmpjes of filters op je Instagramposts, heb je die controle wel.
Dat perfectionisme is een bredere tendens in de samenleving. Vorig jaar waarschuwde de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving dat er een rem moet op de hypernerveuze samenleving ‘waarin prestatiedruk, versnelling en individualisme zijn doorgeschoten en het welzijn van jong en oud bedreigen’. Sowieso is mentale gezondheid steeds bespreekbaarder geworden, zeker onder jongeren.
Belangst op zich is meestal niet datgene waarvoor jongeren bij orthopedagoog Kina Smit aankloppen. Vaak hebben ze in andere sociale situaties last van angst, en blijken later daarnaast belangst te hebben. Smit had weleens iemand die niet bij de supermarkt naar binnen durfde te lopen om te informeren naar een bijbaantje, ‘want stel je voor dat een vreemde je aanspreekt’, zegt Smit. Directe communicatie vinden sommige jongeren sowieso eng.
Die bredere angst voor het onverwachte verklaart Smit ook deels uit de coronapandemie, toen digitale communicatie de norm werd. De jongvolwassenen van nu waren toen pubers. ‘Normaal gesproken ga je vanaf de middelbare school de wereld ontdekken en zelf met mensen afspreken. In die tijd kon dat niet. Zij hebben daar minder ervaring mee en vinden ook fysiek afspreken sneller eng.’
Hebben jongeren echt massaal zwetende handen, trillende vingers en hartkloppingen als ze een telefoontje moeten plegen? Het zal voor de meesten eerder ongemak of een gebrek aan ervaring zijn waar ze wel overheen zullen komen met oefenen, denken beide experts. ‘Daarmee wil ik het niet bagatelliseren, want als je al sociale angst hebt en verlegen bent aangelegd, kun je echt last hebben van belangst’, zegt Miers. Slechts een kleine groep, zo’n 10 tot 15 procent, zal écht angstig zijn.
Een angst is dat eigenlijk pas als die je dagelijks leven belemmert. En juist smartphones en andere communicatiemiddelen maken bellen nauwelijks nog noodzakelijk. ‘Maar als belangst maakt dat je sommige beroepen, zoals journalist of receptionist, voor jezelf uitsluit, kan dat wel een probleem worden’, zegt Miers. ‘En in een noodgeval 112 kunnen bellen is ook handig.’
‘Gewoon doen’ is volgens beide deskundigen de beste manier om van je telefoonvrees af te komen. Vaak zijn jongeren bang niet uit hun woorden te komen, weet Smit. ‘Schrijf van tevoren op wat je wilt zeggen en wat die ander zou kunnen zeggen’, adviseert ze. Ze heeft ook een tip voor ouders van jongvolwassenen: doe het samen en geef complimenten. Gaan staan en jezelf groot maken voordat je gaat bellen, kan ook helpen voor het zelfvertrouwen, volgens Miers.
Ondertussen worden smartphones verbannen uit scholen en misschien komt er in de toekomst wel een socialemediaverbod voor jongeren. Miers vraagt zich af hoe dat soort ontwikkelingen de manier waarop jongvolwassenen communiceren zullen beïnvloeden. Wellicht wordt bellen daardoor zelfs wel weer minder problematisch.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant