Home

Ze heeft een hekel aan Fransen, vertelt ze als ik zeg dat ik Julien heet

Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

Mijn lieve moeder wenst me veel plezier als ik zeg dat ik vanavond naar het stadion ga. ‘En niet gaan knokken!’ Natuurlijk niet mam. Waarom zou er geknokt moeten worden? De uitsupporters zitten veilig in hun uitvak, zorgvuldig afgescheiden van de rest van het stadion. Dan valt er verder niet zo veel te knokken, lijkt me.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Als een van de eersten loop ik het vak in en zoek een plekje uit. Een man met een petje hangt spandoeken over de reling en maakt ze vast met touwtjes en tape. Op alle stoeltjes in het vak liggen grote zwarte plastic vellen. Het is de bedoeling dat straks, vlak voordat de wedstrijd begint, iedereen die vellen boven zijn hoofd houdt, als onderdeel van een speciale sfeeractie.

Dat gebeurt. Terwijl de klanken van Phil Collins’ In the Air Tonight klinken, wordt er een enorm spandoek vanaf de tweede ring naar beneden gerold, over het publiek heen. Vlak nadat het doek is opgerold, breekt er direct naast me een opstootje uit. Het opstootje mondt uit in een vechtpartij en die mondt uit in massaal knokken, waarbij tientallen mannen over elkaar heen duiken en er harde klappen vallen.

Omdat ik geloof dat het weinig zin heeft iedereen tot rust te manen en ‘gewoon lekker voetbal’ te gaan kijken, loop ik naar boven en vind uiteindelijk in de uiterste nok van het stadion een plekje. Naast me staat een vrouw met donkere krulletjes en gestold verdriet in haar ogen. Ze heeft een hekel aan Fransen, vertelt ze als ik zeg dat ik Julien heet. Maar afgelopen zomer was ze met een vriendin voor het eerst in de Dordogne. Ze hadden een huis met een zwembad. En de Fransen bleken allemaal hartstikke leuk, net zoals de croissants.

Haar vriendin vond dat ze wel een leuke vakantie had verdiend. Drie jaar geleden is haar man overleden, uitgezaaide kanker. Na de diagnose heeft hij het nog twee jaar volgehouden, veel langer dan verwacht. ‘Hij was een vechter, wilde niet van opgeven weten.’ Heel lang is ze verdrietig geweest, maar nu begint het beter te gaan. Ze gaat naar Ajax voor hem. ‘Hij kwam hier al veertig jaar. Toen hij overleed, zei hij: ‘Zorg goed voor mijn seizoenskaart.’’ Ze haalt haar schouders op en glimlacht. ‘Dus hier sta ik dan, op de F-Side.’

Ondertussen is PSV op voorsprong gekomen. Dat hebben we gemist, omdat we stonden te praten en we zo ver van het uitvak zitten dat we ze niet hoorden juichen. ‘Nou, lekker dan’, zegt ze als ze de score ziet. Ze begroet een andere toeschouwer met een zoen en een omhelzing. Beneden in het vak is het knokken uitgedoofd. Maar ik hoef niet meer terug.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next