Femke Broeders-Bol bleef in Brussel op slechts 0,06 seconden verwijderd van de zege in de Diamond League. ‘Bij het hordelopen had ik obstakels op de baan, maar op de 800 meter had ik die mentaal.’
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.
Elke wedstrijd die ze loopt, probeert Femke Broeders-Bol iets anders te doen, een andere tactiek toe te passen. Zaterdagavond in Brussel valt ze terug op wat altijd haar kracht was op de 400 meter en 400 meter horden: een forse versnelling aan het slot van de race. Het scheelt een haartje of het had Broeders-Bol de zege opgeleverd.
In haar ooghoek ziet Audrey Werro de Nederlandse langszij komen in de laatste meters van de 800 meter bij de Diamond League-finale. Ze vangt de aanval vanuit haar rug op, met enige moeite. De Zwitserse finisht in 1.54,75 en Broeders-Bol volgt slechts 0,06 seconden later. Zo klein was het verschil tussen beide atleten nog niet eerder.
Het gaat Broeders-Bol, die zich dit jaar voor het eerst heeft toegelegd op de 800 meter, dit seizoen om het opbouwen van ervaring. Dat betekent, vertelde ze bij de persconferentie voorafgaand aan de wedstrijden in Brussel: ‘Groeien en ontdekken wat mijn lijf kan, grenzen verleggen.’
De belangrijkste grens die ze de afgelopen weken verlegde, was een geestelijke barrière. Tot halverwege de zomer was ze de 800 meter met te veel respect tegemoet getreden. Dat was in elk geval wat bondscoach Laurent Meuwly haar had voorgehouden. Bovendien had ze niet alleen te veel ontzag voor haar nieuwe specialisme, ook voor de concurrentie op de dubbele ronde. ‘Ik plaatste ze op een voetstuk omdat ik niet wist waar ik zelf stond’, zei ze. ‘Ik was best bang voor de 800 meter.’
Die angst was weg bij de voorlaatste Diamond League van dit jaar, eind augustus in Zürich. Daar stond Broeders-Bol met veel zelfvertrouwen aan de start. Een week ervoor had ze in Lausanne het Nederlands record op de 800 meter geheel in eigen handen gekregen. In het kielzog van Werro snelde ze naar 1.55,41 en schaafde iets meer dan een tiende van een seconde af van het record dat ze sinds de EK in Birmingham deelde met Ellen van Langen: 1.55,54.
Maar in Zürich liet ze het tempo niet door Werro bepalen. Broeders-Bol nestelde zich direct achter tempomaker Myrte van der Schoot en probeerde zo de regie te voeren. In de laatste 200 meter kwam de Zwitserse alsnog voorbij, maar de agressieve race-aanpak van Broeders-Bol leidde tot een nieuwe toptijd: 1.54,71. ‘Daar voelde ik hoe ik het vuur in mezelf kan gebruiken’, zei ze later.
Als het al niet duidelijk was dat de overstap van Broeders-Bol van de 400 meter horden naar de 800 meter onverwacht soepel verloopt, dan is dat nu niet meer te ontkennen. Slechts acht vrouwen waren in de geschiedenis van deze afstand sneller dan de Nederlandse. ‘Switchen naar de 800 meter was uit mijn comfortzone stappen, maar ik ervaar nu wat voor een geweldige discipline dit is. Dit is veel meer ‘racen’ tegen tegenstanders, meer competitie, meer fun.’
Comfort, dat is een term die Broeders-Bol al haar hele loopbaan in verschillende verschijningsvormen gebruikt. Haar 400 meter horden moest altijd ‘oncomfortabel’ voelen, anders ging ze niet hard genoeg. Op de 800 meter moet ze fysiek juist comfortabel beginnen, op een tempo dat voor haar nog altijd kalmpjes aanvoelt. Maar mentaal moest ze het comfort niet zoeken, merkte ze. Niet uit vrees de anderen het tempo laten bepalen, maar zelf haar angst onder ogen zien.
‘Bij het hordelopen had ik obstakels op de baan, maar op de 800 meter had ik die mentaal.’ En dat inzicht kwam als een verrassing, in haar oude professie als hordeloper was ze altijd ‘fearless’ geweest, zei ze. Maar nu heeft ze dat gevoel weer, dat ze zich niet bang laat maken door de afstand of de tegenstanders. ‘Ik heb geleerd om in mezelf te geloven met alle trainingen die ik heb gedaan en om niet te veel na te denken.’
De stappen die ze bij de Zwitserse Diamond Leagues zette waren die van een atleet in zevenmijlslaarzen. Tot dit jaar had Broeders-Bol nog nooit een outdoor 800 meter gelopen. Haar eerste poging, in juni, leidde in het Tsjechische Ostrava naar 1.57,13. Inmiddels is ze dus 2,42 seconden sneller. Dat is een progressie waar Werro niet tegenop kan. Die ging sinds juni van 1.53,98 naar 1.53,70 in Zürich: 0,28 seconden sneller.
Het feit dat Broeders-Bol steeds dichter bij Werro komt, bleek zaterdagavond niet alleen een statistisch gegeven. Het werd in het Koning Boudewijnstadion zichtbaar voor iedereen in het publiek. De Nederlandse had weer een andere tactiek gekozen: ze liet Werro het voortouw nemen, maar gaf geen centimeter toe, liep steeds schuin achter de Zwitserse alsof ze wilde laten voelen dat ze elk moment zou kunnen passeren.
Langzaamaan lijkt het idee dat dit het jaar is om te wennen plaats te maken voor het idee dat dit ook al het jaar is om te winnen. Daarom kon Broeders-Bol niet onmiddellijk tevreden zijn met haar scherpe tijd of met de druk die ze Werro had opgelegd, vertelde ze direct na afloop voor de televisiecamera van Sporza. ‘Ik had heel graag willen winnen. De sporter in mij is een beetje teleurgesteld dat het net niet is gelukt.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant