Schoonheidsideaal Het gebeeldhouwde AI-uiterlijk dat op sociale media doorgaat voor schoonheid, heeft zich ontwikkeld tot een statussymbool. Iets om ons tegen te blijven verzetten, schrijft Tatjana Almuli. Anders verliezen we de verbinding met wie we zijn.
De aders langs haar slapen tekenen zich scherp af, de spieren rond haar ogen lijken bijna te knappen; haar schreeuwen vormt zich niet alleen in haar keel, maar in haar hele gezicht.
Jessie Buckley’s vertolking van Agnes Shakespeare in de film Hamnet (2025) bleef me nog lang bij, en ik dacht er afgelopen maanden vaak aan terug. Je zou zeggen: het is een vanzelfsprekendheid, een gezicht, een lichaam dat volledig meebeweegt met wat het voelt of wil uitbeelden, op het witte doek en in het echte leven. Maar dat lijkt minder dan ooit het geval.
Zo verbaasde ik me er bij het zien van het vervolg op The Devil Wears Prada (2026) over dat alleen ík ouder leek geworden sinds het verschijnen van het eerste deel, twintig jaar geleden. De hoofdrolspelers – Anne Hathaway, Meryl Streep, Stanley Tucci en Emily Blunt – leken nauwelijks door de tijd te zijn geraakt. Ik ben me pijnlijk bewust van mijn eigen veranderende uiterlijk als 35-jarige vrouw: mijn grijzer wordende haren, de kraaienpootjes rond mijn ogen, een huid die minder strak en elastisch is dan ik me van een paar jaar geleden herinner. Zij leken daarentegen gebeeldhouwd, alsof ze op ijs waren gezet en op precies dezelfde manier weer waren ontdooid.
Diezelfde verbazing trof me toen ik het afgelopen jaar beelden zag van rode lopers en awardshows. Actrice Nicole Kidman, popster Sabrina Carpenter, ondernemer Kylie Jenner en singer-songwriter Yseult op het Met Gala bijvoorbeeld; het zijn vrouwen die ik niet snel met elkaar zou vergelijken, en toch zie ik op de beelden van die avond een bijna identiek gelaat en eenzelfde uitstraling. Ze lijken, soms ook letterlijk, ingesnoerd in eenzelfde korset.
Op sociale media worden mechanisch aandoende Hollywood- en modelooks vergeleken met AI-beelden of futuristische harnassen. Deze esthetiek heeft inderdaad iets kunstmatigs. Zij is niet futuristisch in optimistische, vernieuwende zin, maar eerder afstandelijk, bijna robotesk. Lichamen die steeds meer lijken op hoekige sculpturen, alsof ze ontworpen worden. Wat verdwijnt, zijn juist de kenmerken waardoor we gezichten en lijven als menselijk ervaren.Door de obsessieve aandacht die uiterlijke schoonheid de afgelopen decennia heeft gekregen, is het dominante ideaal verschoven van esthetisch naar ethisch, van een kwestie van smaak naar een morele plicht, betoogt de Britse hoogleraar filosofie Heather Widdows in haar boek Perfect Me. Beauty as an Ethical Ideal (2018). Een lichaam dat aan de norm voldoet, geldt niet alleen als bewijs van fysieke en seksuele aantrekkelijkheid en gezondheid, maar ook als bewijs van discipline en persoonlijk succes. We horen er niet alleen goed uit te zien, we horen constant aan onszelf te werken om er goed uit te blijven zien, stelt Widdows.
Wat iemand uniek maakt, zoals leeftijd en geleefde ervaring, asymmetrie, expressie en emotie, wordt gladgestreken. Dat beperkt zich niet langer tot de entertainmentindustrie en de modewereld, maar is ook terug te zien in de politiek. In de entourage van de Amerikaanse president Donald Trump heerst bij vrouwen de ‘Mar-a-Lago-look’: een smalle neus, volle lippen, geaccentueerde jukbeenderen, gebruinde huid, zware make-up en lang, golvend haar, zoals te zien bij First Lady Melania Trump, voormalig veiligheidsminister Kristi Noem en ambassadeur in Griekenland Kimberly Guilfoyle. Ook voor mannen geldt een steeds strakker voorgeschreven uiterlijk: strak in het pak, zichtbaar ‘fit’, gespierd, met een scherpe kaaklijn. In de manosphere is een hypermasculien lichaam deel geworden van een bredere politieke en sociale boodschap. Het lichaam is daarmee niet langer alleen iets wat we laten zien; we zeggen er ook iets mee. Over wie we zijn, waar we bij (willen) horen en welke waarden we vertegenwoordigen.
Een bredere maakbaarheidslogica dringt zo verder door. Naast ons werk, onze relatie en de manier waarop we onze vrije tijd besteden, is ook ons lichaam steeds meer een project dat voortdurend om bijschaving en optimalisatie vraagt.
Wie niet aan de norm voldoet, loopt het risico maatschappelijk minder goed mee te komen, stelt Widdows in haar boek. Dat blijkt ook uit rapportages van het Sociaal en Cultureel Planbureau, dat bij onderzoek naar ongelijkheid sinds 2023 ‘aantrekkelijkheid’ meeneemt als deel van ‘persoonskapitaal’. Wie een onconventioneel, cultureel afwijkend uiterlijk heeft, kan bijvoorbeeld minder makkelijk een (goede) baan vinden of (minder) snel promotie maken en verdient al snel minder.
Zo komen maakbaarheid van en controle op het uiterlijk steeds dichter bij status te liggen. Tal van industrieën – van beauty en farmacie tot wellness, fitness en dieet – doen hun best de lat steeds iets hoger te leggen, zodat zelfs wie grotendeels aan het ideaal voldoet, het nooit helemaal kan bijbenen. En hoe verder de cosmetische en chirurgische mogelijkheden om het lichaam te veranderen zich ontwikkelen, hoe meer er ook te veranderen valt. De vraag is niet langer alleen hoe je eruitziet, maar ook hoeveel beter je eruit zou kunnen zien.
Wie zich eindeloos ‘verbetert’, laat bovendien zien zich een leven te kunnen veroorloven waarin ouderdom, vermoeidheid en lichamelijke aftakeling worden uitgesteld. Er zit iets bijna bovenmenselijks in die ambitie: een steeds verder doorgevoerd survival-of-the-fittest-principe, waarin het lichaam niet alleen gezond of aantrekkelijk moet zijn, maar ook voortdurend bewijs moet leveren van succes en macht.
Het lichaam is daarmee een uithangbord van privilege geworden, met zware ingrepen en behandelingen als zichtbare statussymbolen – van cosmetische chirurgie en injectables tot GLP-1-medicatie voor gewichtsverlies. In het essay Rich People Didn’t Look Like This Before schreef journalist Amy Odell in The New York Times dat de groep die zich de nieuwste schoonheidsnormen kan veroorloven steeds kleiner wordt: de benodigde hoeveelheid tijd, geld en energie neemt immers voortdurend toe. Waar status vroeger vooral zichtbaar werd via kleding en objecten – een jurk of handtas van honderden, zo niet duizenden euro’s – verschuift dat naar gezicht en lichaam. Odell beschrijft de opkomst van ‘The Rich Face’: een perfect gezicht waaraan duidelijk volop gesleuteld is. „Mensen zagen er vroeger niet zo uit, omdat mensen er van nature niet zo uit kúnnen zien”, schrijft Odell.
Je kunt hier tegenin brengen dat het vooralsnog om een relatief kleine groep gaat. Dat je op straat mensen in alle vormen, maten en leeftijden ziet en dat het dus wel meevalt met die steeds extremere schoonheidsdruk. Maar de vraag is niet alleen naar wie we op straat kijken, maar ook wie we voortdurend op onze schermen voorgeschoteld krijgen.
Hoe meer tijd we online doorbrengen, hoe meer het steeds dezelfde beelden van popsterren, politici en influencers zijn die ons referentiekader vormen. Waar je in mijn jeugd na een groots, zichtbaar evenement als het Met Gala misschien een paar beelden terugzag in de krant, een item op MTV of een maand later in een modeblad, zie je nu meteen een onafgebroken stroom van alle aanwezigen, hun outfits en hun gebeeldhouwde uiterlijk.
Dat heeft niet alleen gevolgen voor hoe we onszelf beoordelen, maar ook voor de ruimte die we denken te mogen innemen. Esthetisch kapitaal heeft invloed op onze economische kansen. En de gevolgen van het voortdurend vergelijken en het gevoel van tekortschieten als we níét of niet volledig aan de heersende idealen voldoen, zijn niet alleen sociaal of economisch. Filosoof Heather Widdows noemt ontevredenheid over je lichaam inmiddels een volksgezondheidsprobleem, met gevolgen die uiteenlopen van een laag zelfbeeld tot eetstoornissen, burn-outs, angst- en depressieklachten, ingebeelde lichaamsdysmorfie en aanhoudende, knagende zelftwijfel. De steeds minder-menselijke schoonheidscultus creëert een vervreemdende realiteit, die het moeilijker maakt om werkelijke verbinding te maken met ons eigen lichaam en onze gedachten, wensen en behoeften.
Voor je het weet beland je online in een visuele fuik waarin jonge vrouwen je uitleggen dat duizend calorieën per dag ‘genoeg’ is, dat je botox moet laten inspuiten nog vóór de eerste rimpels zichtbaar zijn, of waarin mannen betogen dat ‘echte’ mannen fysiek sterk en strak horen te zijn en je sommeren iedere dag naar de sportschool te gaan. De herhaling maakt deze beelden vertrouwd – en daarmee vormen ze langzaam ook onze ideeën over wat normaal, wenselijk en haalbaar is.
Voor mijn essay Tot lijf gemaakt over de gevaren van de maatschappelijke obsessie met schoonheid, interviewde ik sociaal wetenschapper Anne-Mette Hermans, die aan Tilburg University onderzoek doet naar jongeren, cosmetische behandelingen, lichaamsbeeld en de invloed van sociale media. Zij beschrijft hoe jongeren steeds sterker de blik van de ander internaliseren: de kans dat op élk moment een foto van hen online kan verschijnen, leidt tot permanente zelfmonitoring. Dit beperkt zich overigens niet tot de jongere generaties: allemaal bekijken we onszelf steeds vaker zoals camera’s ons bekijken. Met filters, AI-tools en schoonheidsapps simuleren we een verbeterde versie van onszelf, waardoor de grens tussen menselijk gezicht en digitale avatar vervaagt.
Opvallend vond ik dat de jongeren in Hermans’ onderzoek vaak overschatten hoeveel mensen zulke behandelingen laten doen: ze dachten bijvoorbeeld dat ongeveer een derde van de Nederlanders fillers of botox had gebruikt. De recentste landelijke cijfers van het Erasmus MC uit 2022 laten zien dat ongeveer 4 procent van de volwassen Nederlandse bevolking een cosmetische ingreep heeft laten doen. Die overschatting laat zien hoe genormaliseerd cosmetische behandelingen in hun beleving al zijn. „Als iets normaal lijkt”, stelt Hermans, „wordt het steeds moeilijker om het níét te doen.”
Moreel oordelen over individuele keuzes is weinig zinvol. Wat wél zin heeft, is ons meer bewust worden van de industrieën die verdienen aan onze onzekerheid en het gevoel nooit goed genoeg te zijn. Die industrieën zijn natuurlijk niet nieuw, maar de invloed en reikwijdte ervan zijn door (sociale) media enorm toegenomen. Waar een schoonheidsideaal vroeger vooral via tijdschriften, televisie en reclame tot ons kwam, krijgen we het nu de hele dag door voorgeschoteld, vaak vermomd als advies, inspiratie of ‘goed voor jezelf zorgen’. De grens tussen wat we zelf willen en wat ons voortdurend wordt aangepraat, wordt daardoor steeds diffuser. Je kunt je er gemakkelijk in verliezen: wat begint als ‘goed voor jezelf zorgen’ kan eindigen in constant controleren, vergelijken en verbeteren.
Daartegenover staat dat we ons kunnen verzetten tegen het idee dat het nooit genoeg is. Dat we nooit hard genoeg kunnen rennen, terwijl we tegelijkertijd steeds verder van ons eigen lichaam vervreemden. We moeten blijven benoemen hoe weinig bewegingsvrijheid er overblijft als voor ieder deel van het lichaam een nieuwe norm en daarmee een nieuwe verwachting bestaat.
De merkwaardige paradox van de maakbaarheidslogica is dat óók authenticiteit, persoonlijke ontwikkeling, emotionele intelligentie en ‘jezelf zijn’ enorm belangrijk worden gevonden. We lezen boeken over zelfontplooiing en zingeving, praten opener over mentale gezondheid en proberen bewuster te leven. En intussen produceren we een steeds strikter en uniformer schoonheidsideaal. We zijn eindeloos bezig onszelf te worden en schaven ondertussen precies die eigenschappen weg die ons ‘eigen’ maken: een gezicht dat ouder wordt en een lichaam dat verandert onder invloed van alles wat een leven met zich meebrengt: hormonale schommelingen, plezier, stress, een eventuele zwangerschap, ziekte, geluk, verlies.
Hoe zou het zijn als we het lichaam niet langer zien als iets wat ons succes, onze status of waarde moet bewijzen, maar als iets waarmee we gewoonweg door de wereld bewegen? Als we het lichaam niet voortdurend beoordelen op hoe het eruitziet, maar opnieuw leren kijken naar wat het doet, hoe het voelt en wat het nodig heeft? Bewegen omdat het helpt contact maken met je lichaam en emoties, omdat het je fysiek sterker en flexibeler maakt, niet omdat het je een wasbordje of maatje nul moet opleveren. Genieten van eten en kiezen voor voeding die ons lichaam goed voedt, in plaats van constant bezig zijn met calorieën of voedingswaarden.
Met de klok mee: Yseult, Jeremy Pope, Hailey Bieber, Rihanna, Kim Kardashian, Kylie Jenner tijdens het Met Gala in New York in mei 2026.
Wat brengt die obsessieve, individualistische focus op perfectie ons anders dan verwijdering – van onszelf en van de mensen om ons heen? In het streven naar die steeds mechanischer, plastic variant van mens-zijn gaat veel plezier, spontaniteit en onvoorspelbaarheid verloren die ons juist uniek, interessant en herkenbaar maken als mens.
Ik geloof dat het loont om weer te leren ontspannen te leven in het lichaam dat we hebben. Niet als een steeds verder geperfectioneerde, bijna robotachtige versie van onszelf, maar gewoon: als mens van vlees en bloed, met een lijf dat niet altijd smetteloos, aantrekkelijk of topfit hoeft te zijn, en waaraan we niet constant proberen te ontsnappen.