Home

Europa wil dat Nederland beter omgaat met kippen, Nederland gaat dat na bijna twintig jaar doen. Wordt de kip er beter van?

Kippenindustrie De Europese Commissie maande Nederland vorig jaar zich te houden aan het Europese wettelijke maximumaantal kippen per vierkante meter. Het ministerie van Landbouw gaat aan die wens voldoen. Twintig jaar lang had Nederland zijn eigen regels.

Een kippenstal in Barneveld.

‘Plofkippen’, kuikens die in zes weken slachtrijp pluimvee opleveren, hebben in Nederland vaak te weinig ruimte, vindt de Europese Commissie. Dat moet stoppen, heeft ze eind vorig jaar laten weten.

Het ministerie van Landbouw, waar staatssecretaris Silvio Erkens (VVD) verantwoordelijk is voor dierenwelzijn, heeft beterschap beloofd en gaat de regels aanpassen. Nu laat het ministerie weten na vragen van NRC dat het beoogt de aangepaste regels per 2027 te laten ingaan. Twintig jaar nadat Europese regels voor dierenwelzijn werden ingesteld, zal Nederland er niet langer zijn eigen interpretatie op nahouden.

Dat zit zo: in principe mogen in een stal zestien kippen (‘vleeskuikens’) per vierkante meter worden gehouden. Nederland hanteert een uitzonderingsregel, waarbij tot wel 21 kippen op een vierkante meter mogen worden gehouden. Dat mag alleen als niet te veel kippen voortijdig doodgaan. De sterftenorm ligt op maximaal circa 3,5 procent van de kippen. Voor die voorwaarde duikt Nederland straks niet langer weg.

Maar of er veel verandert voor de kippen, is de vraag. De instantie die namens het ministerie de norm voor voortijdige sterfte in de stallen moet controleren, de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA), laat weten daar geen tijd en personeel voor te hebben. Alleen bij ‘signalen’ van een risico op overtredingen treedt de autoriteit op.

De NVWA legt kippenhouders die de norm hebben overtreden evenmin op dat ze hun kippen minder dicht op elkaar moeten houden. De toezichthouder noemt dat „de verantwoordelijkheid van de houder” zelf. Oftewel: een kwestie van zelfregulatie.

Dierenwelzijnsorganisatie Wakker Dier wees de Europese Commissie er in 2023 al op dat Nederland de regels overtrad. Dat het ministerie van Landbouw heeft laten weten de regels aan te passen, is „een doorbraak”, aldus Anne Hilhorst, directeur van Wakker Dier. „Wegkijken heeft ontelbare kippen het leven gekost.” Tegelijk is er verbazing over de aankondiging dat de inspectie nauwelijks strenger wordt. „De NVWA moet aan de bak”, zegt de dierenorganisatie. De sterftecijfers van alle pluimveehouders zouden doorlopend tegen het licht moeten worden gehouden.

Dierenwelzijn

De aangepaste regels gelden voor de pakweg 150 miljoen plofkippen die de ruim zeshonderd Nederlandse pluimveebedrijven jaarlijks voortbrengen. Dat is ruim de helft van de jaarlijks kippenproductie, aldus data uit 2024 van Wageningen University & Research (WUR). De rest, 140 miljoen kuikens, komt met een Beter Leven-ster als verse kip in de Nederlandse supermarkt. Dit keurmerk voor dierenwelzijn wordt toegekend bij hooguit twaalf kippen op een vierkante meter.

De 150 miljoen plofkippen die dicht op elkaar – en dus goedkoop – worden gefokt voor hun vlees, zijn hoofdzakelijk bedoeld voor de export naar omringende landen. Daar is vers vlees van de scharrelkip niet de standaard, zoals in de Nederlandse supermarkt.

Mochten de aangepaste regels Nederlandse pluimveebedrijven toch op een of andere manier dwingen minder vleeskuikens te houden, dan heeft dat consequenties voor de export naar de buurlanden, zegt Nico Bondt, pluimvee-econoom bij WUR. „De kostprijs van de Nederlandse kippen zou stijgen. Dan wordt de vraag of Nederland de concurrentie nog aankan met veel goedkopere vleeskuikens uit landen als Polen of Oekraïne.”

Die kans op een slechtere exportpositie is reëel, want volgens WUR-cijfers ligt de gemiddelde sterfte van plofkippen nu op 3,5 procent. Een deel van de pluimveebedrijven komt volgens Bondt „geregeld” boven die norm uit. „Bij scharrelkuikens is de sterfte met 1,5 tot 2 procent duidelijk lager.”

Zeven keer meer antibiotica

Kuikens sterven door ziekte of, als ze buiten lopen, ook door roofdieren. Bij snelgroeiende kuikens, die in zes weken kunnen worden opgefokt, speelt ook dat het een ander ras is dan scharrelkuikens die in acht weken opgroeien, zegt Bondt. „Het is een ander dier. Een snelgroeiend vleeskuiken kan in zes weken naar tweeënhalve kilo, maar de hoge groeisnelheid vraagt veel van het lichaam. Ze zijn kwetsbaar, gevoeliger voor ziektes. Dat zie je ook doordat dit snelgroeiende ras zeven keer zoveel antibiotica nodig heeft als het scharrelkuiken.”

Bondt denkt niet dat strengere regulering, zoals de komende aanpassing, veel gaat doen voor het welzijn van vleeskuikens. „Belangrijker is de vraag of scharrelkip de komende jaren ook in de supermarkten in Duitsland en andere EU-landen de standaard gaat worden, net als in Nederland.”

Als de nieuwe regels ertoe leiden dat bedrijven minder plofkippen gaan houden, zijn de financiële consequenties potentieel groot, zegt Kees de Jong, voorzitter van de afdeling Pluimveehouderij van landbouworganisatie LTO. Een gemiddeld pluimveebedrijf, met 5.000 vierkante meter oppervlak, legt hij uit, zou dan jaarlijks zo’n honderdduizend kilo minder vlees produceren. Daardoor dalen de inkomsten volgens hem met 50.000 tot 100.000 euro. „Al wordt die derving iets gedempt doordat je minder kuikens inkoopt: je laat een flinke veer.”

Vorig jaar juni sloten toenmalig landbouwminister Femke Wiersma (BBB) en de sector het convenant Stappen naar een dierwaardige veehouderij. Daarnaast werkt het ministerie aan een algemene maatregel van bestuur. Het concept van deze AmvB Dierwaardige Veehouder vermeldt dat dat de „hoogste categorie bezettingsdichtheid” bij kippen – nu 21 dieren oftewel 39 tot 42 kilo vlees per vierkante meter – vanaf 2030 helemaal verdwijnt. Daar zijn dan ook geen uitzonderingsregels meer voor.

Landbouw en veeteelt

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next