Home

Actiegroep Joden Zeggen Nee wil Israël en het Cidi niet voor hen laten spreken

De Joodse gemeenschap in Nederland is divers, maar wordt in de media vaak vertegenwoordigd door organisaties die amper kritiek uiten op Israël. De actiegroep Joden Zeggen Nee vindt het belangrijk om een tegengeluid te laten horen, ook al ligt dat gevoelig. ‘Je moet zeggen dat het onaanvaardbaar is wat Israël doet.’

is regioverslaggever van de Volkskrant in de provincies Utrecht en Flevoland.

Ze staan op deze donderdag nog maar net achter hun spandoek met de tekst ‘Joden Zeggen Nee’, of er komt een vrouw met een keffiyeh op ze af.

‘Jullie ontroeren mij’, zegt ze als ze Eric Eliel (72) de hand schudt.

‘Mooi’, zegt de emeritus hoogleraar experimentele natuurkunde droogjes. ‘We proberen hier elke eerste donderdag van de maand te staan.’

Hier, dat is in dit geval het winderige plein voor het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag, waar onder meer ambtenaren van Buitenlandse Zaken wekelijks hun onvrede uiten over de in hun ogen lakse houding van de Nederlandse regering tegenover Israël. Ook voormalige ambassadeurs demonstreren, met een blauw spandoek met de tekst ‘Former ambassadors against genocide’.

Eliel staat hier vandaag voor de vierde keer. De eerste twee keer kwam hij namens actiegroep Joden Zeggen Nee poolshoogte nemen: was dit een initiatief waarbij ze wilden aansluiten? Vanaf de derde keer kwam ook zijn zus Miriam mee – en dat spandoek dus. Dit keer staat er ook een vrouw met een kartonnen bordje: ‘Wir haben es gewusst’.

De groep vindt het belangrijk een andere stem te laten horen, anders dan het behoudende geluid dat bijvoorbeeld klinkt vanuit het Centrum Informatie en Documentatie Israël (Cidi) en het Centraal Joods Overleg (CJO), twee organisaties die vaak als spreekbuis van de Nederlandse Joden worden gezien, en die weinig kritisch zijn op Israël.

‘Ik heb grote moeite met het Cidi’, zegt Miriam Eliel (74), een gepensioneerde arts. ‘Hoe ze kritiek op Israël direct wegzetten als antisemitisme! De meeste Joden die ik ken, durven zich daar niet tegen uit te spreken.’

7 oktober

Joden Zeggen Nee ontstond in de eerste maanden van 2025, toen prominente Joodse journalisten, schrijvers en wetenschappers en in Nederland woonachtige Israëlische activisten zich bij elkaar beklaagden dat het zo niet langer kon, dat het hoog tijd was dat ze in actie kwamen.

De gruwelijke aanval van Hamas op Israël, waarbij op 7 oktober 2023 circa 1.200 mensen werden vermoord en 251 gegijzeld, was al even geleden. En Israël had inmiddels grote delen van Gaza gebombardeerd, waarbij tienduizenden Palestijnen waren gedood.

‘De oorlog was in volle gang’, zegt schrijver Chaja Polak (84), een van de oprichters van de actiegroep. ‘En wij werden als Joden aangesproken op het geweld van Israël. Ons Joods zijn werd besmeurd en bezoedeld door wat de regering in Israël uithaalt.’

‘We werden er zo misselijk van’, zegt mede-oprichter Loes Gompes (70), journalist en programmamaker. ‘We vonden dat we onze stem moesten laten horen, dat we duidelijk moesten maken dat dit al lang geen normale vergeldingsactie meer was van Israël, maar eerder een soort moordmachine.’

‘Zeven bijzonder indrukwekkende en bekwame vrouwen vroegen mij erbij’, zegt Abram de Swaan (84), emeritus hoogleraar sociologie. ‘Niet alleen was ik het volledig met ze eens, ik vond het initiatief ook erg belangrijk. Dus ik heb direct ja gezegd.’

Wat heeft de groep sindsdien bereikt? En wat moet er beter?

Petitie

Het begon met een naam en toen kwam al snel de petitie: een ‘steunbetuiging aan de Israëlische en de Palestijnse bevolking’, zoals erboven kwam te staan.

In deze petitie riepen de oprichters van Joden Zeggen Nee de regering van Benjamin Netanyahu onder meer op de oorlog te beëindigen en te stoppen met ‘het vernietigen van de leefomgeving van de Palestijnen in Gaza en het vermoorden door geweld of uithongering van Palestijnse burgers’.

Ook spoorden ze strijdende partijen aan plaats te nemen aan de onderhandelingstafel en te werken aan een toekomstplan voor de regio, waarin Israëliërs, Israëlische Arabieren en Palestijnen vreedzaam zouden samenleven.

De petitie kwam in april 2025 online, wat flink wat aandacht in de pers opleverde. Binnen een paar dagen verzamelden ze meer dan duizend handtekeningen, onder anderen van oud-vicepremier Lodewijk Asscher, de Amsterdamse oud-burgemeester Job Cohen en cabaretier Micha Wertheim.

Kritiek

Kritiek kwam er ook, vanuit de conservatieve Joodse hoek. De initiatiefnemers van Joden Zeggen Nee waren ‘verraders’, kregen ze te horen van bekenden en onbekenden. En: ‘nestbevuilers’.

Inmiddels staat de teller bijna op tweeduizend handtekeningen van zowel Nederlandse Joden als Israëlische staatsburgers die in Nederland wonen. Het was een belangrijke eerste stap, zeggen de oprichters van Joden Zeggen Nee. De petitie verschafte de actiegroep een zeker mandaat: kijk, we spreken niet alleen namens onszelf.

Politiek divers

Groot is de Joodse gemeenschap in Nederland niet. Volgens schattingen betreft het ongeveer 35 duizend mensen, wat overeenkomt met 0,2 procent van de bevolking.

Het is geen homogene groep, blijkt uit een rapport dat stichting Joods Maatschappelijk Werk (JMW) vorig jaar publiceerde. Zo is ongeveer 15 procent van de Nederlandse Joden verbonden aan een orthodox-religieuze gemeenschap, en 8 procent aan een progressieve religieuze organisatie. 77 procent is niet lid van een kerkgenootschap.

Volgens hetzelfde rapport is de Joodse gemeenschap ook politiek gezien divers. De helft van de Nederlandse Joden zag zichzelf in 2017 als centrumrechts, een kwart als centrist en een kwart als centrumlinks. Vier op de tien Nederlandse Joden voelde in 2018 een ‘zeer sterke verwantschap’ met Israël. Recentere cijfers zijn er niet.

Cidi en CJO

Conservatieve Joden zijn het mondigst. Via organisaties als het Cidi en het CJO, een koepelorganisatie van Joodse kerkgenootschappen en maatschappelijke organisaties, krijgen zij vaak een plek aan bestuurstafels. Na de Maccabi-rellen in Amsterdam – een ‘pogrom’ door ‘pro-Palestijnse activisten’, beweerde het CJO – schoven ze aan bij het kabinet in het Catshuis. De door de overheid ingestelde Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding heeft topfuncties bij beide organisaties vervuld. Ook de media bellen het Cidi en het CJO vaak, op zoek naar vertegenwoordigers van ‘de Joodse gemeenschap’.

Kritiek op Israël leveren beide organisaties nauwelijks. Pro-Palestijnse demonstranten zijn daarentegen al gauw ‘intimiderend’ of ‘pro-Hamas’. ‘Soms lijkt het wel alsof Jodenhaat weer vrij spel heeft gekregen in ons land’, zei CJO-voorman Chanan Hertzberger bij een herdenking van 7 oktober. ‘Gemaskerde actievoerders krijgen onder het mom van vrijheid van meningsuiting alle ruimte om hun haat op hogescholen, universiteiten, pleinen en treinstations te verspreiden.’

Dit alles stoort de initiatiefnemers van Joden Zeggen Nee. Zelf steunen ze bijvoorbeeld de brandbrief die onder meer oud-bewindspersonen als Jozias van Aartsen, Hedy d’Ancona en Job Cohen deze week aan het kabinet stuurden. Daarin vroegen ze om aandacht ‘voor de voortgaande grove schendingen van de Palestijnse mensenrechten en het internationaal recht door Israël’.

‘Het Cidi en het CJO vertegenwoordigen slechts een fractie van de Joden’, zegt Abram de Swaan. ‘Ik denk zelfs dat wij namens meer mensen spreken.’

Waarom klinken de progressieve Joodse stemmen minder luid? Dat komt allereerst doordat deze groep Joden van oudsher minder goed georganiseerd is. Clubs als Oy Vey (‘radicaal inclusief’) en Erev Rav (‘antizionistisch’) opereren in de marge. Machtige lobbyorganisaties zijn het in elk geval niet.

Dat was ook Blanes niet, een vereniging van progressieve en Israël-kritische Joden die in de jaren tachtig werd opgericht, en waar ook Loes Gompes deel van uitmaakte. En Een Ander Joods Geluid, rond de eeuwwisseling opgericht, is volgens de oprichters van Joden Zeggen Nee te radicaal in toon en inhoud.

‘Ik ben er al snel gillend weggelopen’, zegt Loes Gompes. ‘Ik kon niet tegen de starre houding.’

‘Te fel, te onsoepel’, zegt ook Chaja Polak. ‘Bijna agressief in hun kritiek op Israël. Mijn man en ik voelden ons er niet thuis.’

Daarmee stipt Polak direct een ander belangrijk punt aan: veel Joden vinden het lastig Israël te bekritiseren. Niet alleen omdat ze het land – de Holocaust indachtig – beschouwen als een laatste toevluchtsoord als het elders onveilig blijkt, maar ook omdat veel van hen er familie en vrienden hebben. Vergoelijking ligt dan op de loer, bewust of onbewust.

Polak schuwt de confrontatie niet. Ze schreef in de maanden na 7 oktober het essay ‘Brief in de nacht’, waarin ze kritisch is op Israël én op Hamas. Toen Israëlische familieleden de Engelse vertaling lazen, kreeg ze een kribbige brief, waarin haar onder meer werd verweten dat ze de huidige agressie van Israël gelijkstelde aan de Holocaust. ‘Dat doe ik helemaal niet’, zegt ze daarover. ‘Maar zo lezen ze het wel. Ze zijn zo gewond, en zo gebrainwasht. Ik heb er nachten niet van geslapen.’

En toch vindt Polak dat ze zich kritisch moet blijven uitspreken, juist omdat ze Joods is, juist vanwege de geschiedenis. ‘Wij weten hoe het is om tweederangsburgers te zijn, om vermoord te worden, om op te groeien met getraumatiseerde ouders.’ Polak overleefde de oorlog als peuter in de onderduik, haar vader kwam na de dodentocht uit Auschwitz om in Dachau. ‘En nu zijn er weer miljoenen mensen die zwaar mentaal beschadigd raken, Palestijnen én Israëliërs.’

‘Hamas en Hezbollah zijn vreselijke organisaties, gesteund door Iran’, zegt Loes Gompes. ‘Sommige mensen vinden dat Israël daarom van zich af mag slaan, en dat daarbij alles geoorloofd is. Daar denken wij anders over.’

Goede redenen

‘Mensen hebben allemaal heel goede redenen om niet kritisch te hoeven zijn op Israël’, zegt Abram de Swaan, die veel onderzoek deed naar genocide en massamoordenaars. ‘Maar al die redenen bij elkaar zijn nog niet genoeg om nu te blijven zwijgen. Je moet proberen moedig te zijn. Je moet zeggen dat het onaanvaardbaar is wat Israël doet.’

Maar hoe doe je dat, moedig zijn? Hoe laat je als kritische Jood je stem horen in dit gepolariseerde landschap, waar de gemoederen hoog oplopen? De initiatiefnemers van Joden Zeggen Nee mengden zich prominent in het debat: ze schreven opiniestukken en lieten zich interviewen over hun initiatief. Ook bestelden ze een spandoek en liepen mee in de Rode Lijn-demonstratie.

Daarnaast deden ze aan ‘stille diplomatie’: ze stuurden brieven aan het kabinet, de Tweede Kamer en de Europese Unie. Zo riepen ze de toenmalige minister Caspar Veldkamp (Buitenlandse Zaken) op binnen de EU te pleiten voor het opzeggen van het associatieverdrag met Israël. Later vroegen ze Veldkamp onder meer om producten uit de illegale Israëlische nederzettingen te weren en om een inreisverbod voor de extreemrechtse ministers Itamar Ben-Gvir en Bezalel Smotrich.

Loes Gompes: ‘We moeten laten zien dat er ook Joodse groepen zijn die zeggen: dit vinden wij belangrijk.’

Buurthuis Lydia in Amsterdam, een zondagavond in juni. In het knusse zaaltje luisteren zo’n honderd belangstellenden naar de activisten van Combatants for Peace, een organisatie van Israëliërs en Palestijnen die zich geweldloos verzetten ‘tegen de bezetting’ en streven naar ‘vrede, vrijheid en veiligheid voor alle mensen tussen de Jordaan en de Middellandse Zee’.

Het is de zesde avond die Joden Zeggen Nee organiseert, en opnieuw is het uitverkocht. ‘Blijkbaar is er een grote behoefte onder de ongeorganiseerde Joden om elkaar te treffen’, zegt Abram de Swaan.

Eenzaam

De avonden zijn informatief, met films en lezingen over de woelige geschiedenis van de staat Israël, maar ze dienen ook om mensen ‘een hart onder de riem te steken’, zegt Chaja Polak, ‘opdat ze zich minder eenzaam voelen’.

Dit keer vertelt activist Chen Alon dat hij jarenlang in het Israëlische leger diende, eerst als dienstplichtige en later als reservist, en dat hij huizen van Palestijnen vernietigde en kinderen moest arresteren. Na circa vijftien jaar wilde hij zulke ‘misdaden’ niet langer plegen, hij weigerde nog in het leger te dienen en belandde in de gevangenis.

Toen hij daar weer uitkwam, ontmoette hij Sulaiman Khatib, een Palestijnse activist die als tiener betrokken was geweest bij een aanval op twee Israëlische soldaten. In de gevangenis was Khatib tot het besef gekomen dat hij de strijd voor een rechtvaardig bestaan voor de Palestijnen op een andere wijze wilde voortzetten, via een ‘geweldloze intifada’. Samen richtten ze Combatants for Peace op.

De toeschouwers in buurthuis Lydia luisteren geboeid naar de verhalen, en horen daarna de oproep een financiële bijdrage te leveren aan de organisatie. Want dat is wat mensen in Nederland echt kunnen doen, zegt Chaja Polak later. ‘We moeten de vredesbewegingen in Israël steunen. Van hen zullen we het moeten hebben.’

Doorbraak

Al met al zijn ze bij Joden Zeggen Nee redelijk tevreden met de geboekte resultaten. Die zes bijeenkomsten zien ze als een succes, de aandacht in de media valt nog wat tegen. ‘We wachten op een doorbraak’, zegt Chaja Polak.

Zo hadden ze graag gezien dat ze gebeld zouden worden als er eens ophef was, bijvoorbeeld rond het optreden van de omstreden Israëlische voorzanger Shai Abramson in het Concertgebouw. En ze zouden graag een keer een uitnodiging krijgen als Israël ter sprake komt aan de talkshowtafels. ‘We zijn natuurlijk allemaal wat ouder’, zegt Abram de Swaan. ‘Misschien speelt dat mee.’

Verder op het wensenlijstje, aldus De Swaan: een alliantie met vrijzinnige, liberale gemeenten. En ja, ze hebben toenaderingspogingen gedaan, maar vooralsnog zonder succes. ‘Ik merk dat bestuurders en rabbijnen van religieuze Joodse gemeenschappen niet goed een standpunt durven innemen’, zegt De Swaan. ‘En ik kan me ook voorstellen dat het moeilijk is. Maar hé, wie zei dat het makkelijk zou zijn?’

Vooralsnog gaan ze dus door. Met protesteren, en met nieuwe bijeenkomsten. In oktober zullen de Israëlische verkiezingen centraal staan. ‘Het is erop of eronder’, zegt Loes Gompes. ‘Als Netanyahu opnieuw wint, dan is dat voor de Palestijnse bevolking rampzalig. Dan glijdt de Israëlische democratie nog verder af, en is het land verloren voor humanistische Joden zoals wij.’

Dankbaar

Op het winderige plein voor het ministerie van Buitenlandse Zaken, waar ambtenaren vandaag voor de 125ste keer demonstreren, luisteren Eric en Miriam Eliel naar een toespraak van een 20-jarige Palestijn die net in Nederland is gearriveerd om te studeren. ‘Ik ben zo dankbaar dat ik hier ben’, zegt hij. ‘Het voelt als een dagdroom.’

Na de toespraak blijven de demonstranten nog twintig minuten stil. Dan volgt een lang applaus, waarna de betoging voorbij is. Broer en zus Eliel rollen hun spandoek weer op, ze praten nog even na met de anderen.

‘We waren dit keer met iets minder mensen dan de vorige keer’, zegt Eric. ‘Het warme weer speelde waarschijnlijk een rol.’

Een probleem is dat niet. Ze hebben zich laten zien. En volgende maand staan ze hier weer.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next