In De ravijnenvuller gaat een oude held van Van Heulendonk op pad om een goede daad te verrichten. Het is alsof de schrijver heeft gedacht: laat een cynische man nog één keer echt in iets geloven.
is literair recensent voor de Volkskrant. Ze schrijft met name over nieuwe Nederlandse fictie.
Van je vrienden kun je veel hebben: ze mogen je uitlachen om je mislukte kapsel, je verjaardag vergeten of iets onaardigs zeggen over de inrichting van je huis. Maar een verkeerde boekentip geven? Nee.
Ooit schroefde ik de omgang met een leuke studievriendin flink terug nadat ze me een afschuwelijk kitscherige roman had aanbevolen. Hoe kón ze denken dat ik – ik met mijn toch verfijnde smaak! – dít goed zou vinden?
‘Echt iets voor jou’ – de openbaring van de kloof tussen jou en de persoon die jou beter zou moeten kennen.
Het kan altijd erger. In De ravijnenvuller van Guido van Heulendonk (1951) krijgt hoofdpersonage Eduard Bottelaer Outer Dark van Cormac McCarthy in handen gedrukt, met de toevoeging ‘helemaal jouw profiel’. Lekker dan. Outer Dark is een uitermate bruut boek dat een gitzwart beeld van de mens oproept. Incest, kannibalisme, kindermoord.
Dat staat vrij ver af van deze gepensioneerde vertegenwoordiger van een koekjesfabriek annex mislukte B-acteur. Bottelaer is gescheiden, heeft geen kinderen, nauwelijks familie. Alleen aangetrouwde tante Mimi, een kwieke tachtiger aan wie Bottelaer, met het oog op de erfenis, afgemeten beleefdheidsbezoekjes brengt.
Kortom: een weinig opzienbarende man in wie niettemin het gruwelboek van McCarthy wel degelijk resoneert. Of hem op z’n minst een winterdip in duwt.
Verder op het leesplankje: Babi Yar van Anatoli Koeznetsov, evenmin een boek dat warme gevoelens voor de mensheid opwekt – dat kan er ook nog wel bij.
Het valt Bottelaer op dat in beide boeken een ravijn een belangrijke rol speelt. In Babi Yar is dat voor de hand liggend: het ravijn nabij Kyiv, waar de nazi’s in 1941 naar schatting honderdduizend Joden vermoordden. In Outer Dark wordt beschreven hoe een kudde varkens op hol slaat en de hoeder een ravijn in sleurt, een groteske scène met een bijbelse nagalm.
Ravijnen. Ineens ziet Bottelaer ze overal. De krant staat vol met kloven. Tussen arm en rijk, oud en jong, Oost en West – dit stuk begon ook al met een kloof! Zo wordt de wereld gespleten. Enig verzet is aan de orde, besluit hij. ‘Als iedereen nu eens een ravijn vulde.’ Al was het maar een kleintje, in de directe omgeving.
Ieder zijn goede daad om de wereld een beetje mooier te maken. Dat is de uitgeholde weg die Van Heulendonk met Bottelaer lijkt in te slaan, want vanaf dit moment volgen we zijn protegé op een bedevaartstocht richting Lourdes, waar hij een brief van tante Mimi aan Maria moet bezorgen – zijn manier om een ravijntje te vullen en en passant terug te blikken op zijn levensloop, want dat moet op roadtrips nu eenmaal gebeuren.
Dat Van Heulendonk een gouden pen heeft, is ruim bekend sinds zijn vorige roman, De kroon met twee pieken (2024), werd genomineerd voor de Libris Literatuurprijs. De lezer-lezer wist het al daarvoor: eerder werk van Van Heulendonk, zoals de roman De afrekening (2009) en de verhalenbundel Vrienden van de poëzie (2021), is zeer de moeite waard. En de echte literatuursnob herkent Eduard Bottelaer als een oude bekende: hij speelde ook de hoofdrol in Van Heulendonks debuut Hoogtevrees (1985) en in Paarden zijn ook varkens (1995) waarin hij respectievelijk in de 30 en 40 is.
Nu, dertig jaar later, is Bottelaer zeventig en is het tijd voor het ‘eindspel’.
Van Heulendonk schrijft vaak – ook dit keer weer – over het menselijk tekort, maar zonder daar al te zwaar over te doen. Uit zijn werk spreekt een vrij sombere kijk op het bestaan, terwijl de boeken zelf niet somber zijn. Dat komt door een bepaalde schalksheid tussen de regels; knipoogjes, lichtvoetige ironie, swingende associaties.
Zijn proza is daardoor veel geestiger dan de stof (eenzaamheid, ouderdom, verval) doet vermoeden. In alles wekt Van Heulendonk de indruk een schrijver te zijn die niet zit te ploeteren maar gewoon lekker bezig is, met plezier zijn verhaal vertelt.
Alleen: waar is dit keer het verhaal? Hoewel De ravijnenvuller een klassiek plot heeft – een man gaat op reis om een missie te volbrengen – is er een zekere richtingsloosheid ingeslopen. Misschien omdat de missie zelf, die goede daad voor tante Mimi, niet overtuigt. Bottelaer gaat er helemaal voor, maar waarom, en waarom nu? Puur vanwege die ene ravijnengedachte? Een keer een goede daad doen? Was dat dan nooit eerder bij hem opgekomen? Is het de leeftijd?
Laat een oude, cynische man, om de oren geslagen met misantropische boeken, tegen de klippen op één keer ergens écht in geloven, dat lijkt Van Heulendons idee te zijn geweest. En daarmee heeft hij voor zichzelf in feite ook een kloof geschapen: die tussen oprechtheid en ironie.
Zijn innemende, schertsende stijl werkt hem nu tegen: een ware pelgrimage vraagt om volledige, ernstige toewijding. We kunnen niet in volle overtuiging met de half-ironische pelgrim Bottelaer mee, hoezeer ook wordt geprobeerd ons geloof in de hele onderneming op te wekken met bijzondere ontmoetingen, plechtige momentjes, veelzeggende dromen. Zelfs over een heuse heiligenverschijning dacht ik: zal wel.
Veel te lang zitten we bij Bottelaer in z’n krakkemikkige Toyotaatje, van tankstation naar dorpsplein, van gîte naar B&B, heuveltje op, heuveltje af. Wat een begeesterde bedevaart had moeten zijn, wordt een wat gezapige roadtrip.
‘Hij geeuwde. Tijd voor de lunch.’ ‘Bottelaer nam een tweede koffie en vroeg er een likeurtje bij.’
‘Hij verliet Pau via de Rue de Liège.’
Kom op, Guido, dacht ik, hier heb je al die jaren je pen niet voor geslepen. Niet dat er niet genoeg te genieten is. Het eloquente, de speelse literaire verwijzingen, de humor – het zit er allemaal in. Maar het komt niet samen tot een overtuigend geheel, zoals dat bij De kroon wel zo perfect lukte. Die kloof, die krijgt Van Heulendonk niet dicht.
Guido van Heulendonk: De ravijnenvuller. De Arbeiderspers; 240 pagina’s; € 24,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant