Subsidies Heeft DOX, het Utrechtse productiehuis voor jong talent, onrechtmatig gebruikgemaakt van het werk van choreograaf Anderson Carvalho? Hij eist via de rechter volledige transparantie over subsidieaanvragen omdat hij vermoedt dat zijn naam is gebruikt terwijl het geld nooit zijn kant op kwam.
Anderson Carvalho
Het is dinsdagochtend 30 juni. In de Utrechtse rechtbank gebaart de rechter dat Anderson Carvalho, die al een uur lang roerloos achter in de zaal zit, het woord mag nemen. Hij recht zijn rug en gaat naast zijn advocaat zitten. „Ik sta hier vandaag niet alleen voor mezelf”, zegt hij. „Maar ook voor vele jonge kunstenaars van wie het creatieve werk, het vertrouwen en de kwetsbaarheid maar al te vaak zijn uitgebuit.”
De danser en choreograaf (1988) vertelt dat hij uit Brazilië komt, en opgroeide in armoede. In de favela’s leerde hij „de waarde van waardigheid, van eerlijkheid en respect voor wat aan een ander toebehoort”. Hij leerde, zegt hij, dat je niet mag nemen wat niet van jou is, óók als je maar heel weinig hebt.
Toch is juist dát hem overkomen, zegt Carvalho met trillende stem. „Mijn artistieke werk is zonder mijn toestemming gebruikt bij subsidieaanvragen in Nederland. Tegelijkertijd werd de indruk gewekt dat mijn werk niet in aanmerking kwam voor financiering. Dit heeft niet alleen geleid tot professionele schade, maar ook tot emotioneel en psychisch lijden.”
Wiens verdienste is creatief succes? Van het talent dat een eigen visie en choreografie tot leven brengt op een podium? Of van de instelling die dat talent in een vroeg stadium een podium bood en artistiek en financieel ondersteunde? Deze vragen vormen de kern van het conflict dat voorligt. Volgens Carvalho pronkt DOX, een Utrechts productiehuis „voor jonge makers en performers op het snijvlak van theater, dans, muziek, film, hiphop en spoken word”, met zíjn veren.
Carvalho richt zijn pijlen vooral op de vrouw die uiterst links van hem zit met haar advocaat. Hildegard Draaijer nam in mei afscheid van DOX, dat ze in 1997 hielp oprichten en waarvan ze lange tijd artistiek directeur was. Ze was ook bestuurslid van een door Carvalho opgericht dansgezelschap: ACDC. Carvalho vermoedt dat DOX, via Draaijer, misbruik heeft gemaakt van zijn werk.
De advocaten van DOX én Draaijer betogen dat dit absoluut niet het geval is. Hun handelen is in overeenstemming met de gangbare praktijk in de cultuursector.
De kiem van het conflict wordt gelegd als Carvalho in 2025 teksten op de website en in jaarverslagen tegenkomt over zijn jarenlange, intensieve samenwerking met DOX, die volgens hem niet veel meer om het lijf heeft dan een afgebroken talententraject van twee dagdelen per week, en, na een pauze van vijf jaar, twee projecten: een meerdaagse workshop en een voorstelling.
Uit documenten en communicatie die NRC inzag blijkt dat Carvalho in 2017 voor het eerst in contact komt met DOX, via Draaijer, een jeugdvriendin van zijn levenspartner. Als artistiek directeur van de instelling ziet ze potentie in hem: hij mag deelnemen aan DOX Club, een ontwikkelingstraject waar dansers werken aan een voorstelling. Na negen maanden vertrekt Carvalho, die zich wil richten op modern ballet en de ontwikkeling van een internationaal platform.
In de vijf jaar die volgen richt hij niet alleen het internationale dansgezelschap Anderson Carvalho Dance & Choreography (ACDC) op, maar ook een afgeleide daarvan: Dance Intersect, een platform dat klassiek en modern ballet bevordert via culturele uitwisseling tussen performers uit verschillende landen, én dat jaarlijks een meerdaags festival organiseert in Zuid-Afrika.
Er is geen contact tussen DOX en ACDC, totdat Carvalho’s levenspartner in 2023 aan Draaijer vraagt of zij ACDC wil helpen voet aan de grond te krijgen in Nederland. Via haar bemiddeling geeft Carvalho als choreograaf eind 2023 een twaalfdaagse workshop onder de vlag van DOX. In het jaarverslag van DOX wordt niet alleen de workshop genoemd, maar wordt ACDC ook betiteld als „partnerorganisatie binnen het internationale netwerk Dance Intersect”.
In januari 2024 treedt Draaijer toe tot het bestuur van ACDC. Uit communicatie blijkt dat DOX en ACDC meerdere keren spreken over samenwerking rond subsidieaanvragen, maar een opgestelde overeenkomst wordt nooit ondertekend. „DOX speelde een cruciale rol als co-producent en ontwikkelpartner”, staat te lezen in het jaarverslag van DOX over 2024, terwijl uit niets blijkt dat DOX dat jaar betrokken was bij het internationale platform van Carvalho. Draaijer was wel aanwezig bij het festival in Zuid-Afrika, vanuit haar betrokkenheid bij ACDC.
De enige andere formele samenwerking vindt plaats bij de productie van de voorstelling Fragmented Landscapes die in 2025 eenmalig wordt opgevoerd in het Utrechtse Theater Kikker. Deze samenwerking verloopt chaotisch, zo blijkt uit communicatie per mail en WhatsApp: er wordt gewisseld van locatie, afspraken over huisvesting en marketing worden niet nagekomen en er is onduidelijkheid over wat wel en niet gefinancierd wordt. DOX noemt ACDC niet in persuitingen, ondanks gemaakte afspraken en herhaalde verzoeken.
En dan komt Carvalho er óók nog achter dat DOX hem en zijn gezelschap ACDC en netwerk Dance Intersect, zonder zijn medeweten, heeft genoemd in subsidieaanvragen waar geld op is ontvangen. Dit is in elk geval zo voor het Kunstenplan 2025-2028, waarmee DOX in 2024 subsidie heeft aangevraagd bij het Ministerie van Onderwijs en Cultuur in het kader van de culturele basisinfrastructuur (BIS). DOX kreeg deze toegewezen, goed voor ongeveer 1 miljoen euro per jaar. Een gigantisch bedrag voor het productiehuis, dat vorig jaar ongeveer 2,2 miljoen aan inkomsten had, waarvan 1,6 miljoen aan subsidies.
Carvalho, ACDC, Dance Intersect en zijn Zuid-Afrikaanse activiteiten worden ook in andere aanvragen genoemd, zoals bij Fonds21 en de Gemeente Utrecht. Op de website van DOX leest Carvalho dat de instelling hem de komende jaren „artistiek en zakelijk” zal ondersteunen – van een dergelijke meerjarige samenwerking zegt hij niets te weten.
Carvalho vermoedt dat dit slechts het topje van de ijsberg is. Zijn vertrouwen is zó beschadigd, dat hij na een aantal vruchteloze gesprekken met DOX besluit naar de rechter te stappen. Zijn advocaat eist volledige transparantie: hij wil alle aanvragen, toekenningen én communicatie inzien waarin Carvalho of zijn gezelschap wordt genoemd. Een eis die volgens de advocaat van DOX aanzienlijke administratie en kosten met zich meebrengt, en veel weg heeft van een „fishing expedition”, een willekeurig hengelen naar bewijsmateriaal.
Rebecca Sigmond is sinds januari directeur-bestuurder van DOX, een aantal maanden voordat Draaijer definitief afscheid nam. Draaijer gaf toen al geen leiding meer aan de instelling, maar werkte als coach en curator. „Ik kan niet voor mijn voorgangers spreken”, zegt ze. „Maar ik vind de situatie met ACDC heel pijnlijk.” Sigmond vervolgt: „We nemen onze taak heel serieus om makers te ondersteunen en mooie producties te maken.” Ze benadrukt dat ze zich „echt niet kan vinden in de claim”.
Een maker en een makershuis hebben elkaar nodig, zou je denken. Voor jonge makers in de cultuursector is het vaak vechten voor bestaansrecht, en instellingen als DOX kunnen deuren voor hen openen. Andersom is DOX afhankelijk van subsidie, die toegekend wordt omdát het productiehuis met deze makers samenwerkt.
Hoe heeft het dan toch zo ver kunnen komen? Ondanks alle regels rond subsidietoekenning is er een grijs gebied. Subsidies worden toegekend op basis van plannen en voornemens: instellingen geven aan met wie ze willen werken. In het geval van DOX, voor grote meerjarige aanvragen als de BIS, gaat dit om vele tientallen makers. Na toekenning moeten aanvragers aan subsidieverstrekkers rapporteren over hun waargemaakte ambitie, wat veel ruimte laat voor eigen invulling. Zo zijn ze niet verplicht de in de aanvraag beschreven samenwerkingen in de praktijk te brengen. Logisch ook: er kan in de jaren na een aanvraag veel veranderen. Mensen worden ziek, stoppen, gaan iets anders doen of er komt een waanzinnig nieuw talent voorbij.
Controles vinden plaats door middel van jaarverslagen en aan het einde van de subsidieperiode moeten instellingen verantwoording afleggen aan subsidieverstrekkers. Maar toch: deze controle gaat over het waarmaken van ambities, niet over afspraken met makers. En dus, betoogt Carvalho, is er ruimte voor subsidieaanvragers om grote bedragen te verkrijgen op basis van minimale samenwerkingen met makers, die daarvan niet op de hoogte worden gesteld.
Wat het grijze gebied verder vertroebelt is het feit dat dubbele petten aan de orde van de dag zijn. ‘Het wereldje’ is klein. Zo kan een recensent deelnemen aan een subsidiecommissie. Of een artistiek leider kan ook elders bestuurslid zijn.
Draaijer is tussen 2023 en 2025 niet alleen bestuurslid van ACDC, ook persoonlijk is ze nauw betrokken bij Carvalho, die worstelt met mentale problemen. Zijn vertrouwen in Draaijer is groot. Ze betrekt een ervaren schrijver bij de subsidieaanvragen en geeft meermaals advies. Terwijl DOX subsidies aanvraagt en ontvangt voor ‘internationalisering’, blijkt uit communicatie dat ze tegen Carvalho zegt dat Nederlandse subsidies niet beschikbaar zijn voor ACDC’s Zuid‑Afrikaanse activiteiten. Die betalen Carvalho en zijn partner daarom uit eigen zak.
In september 2025 vindt het laatste contact tussen Carvalho en Draaijer plaats, via e-mail en Whatsapp. Draaijer geeft aan dat haar verschillende rollen, voor DOX en ACDC, toch wat door elkaar zijn gaan lopen. Vanuit het oogpunt van DOX heeft de instelling Carvalho gesteund tijdens projecten, waar Dance Intersect ook uit voortvloeide. Ze geeft aan dat ze de bewoording in de jaarverslagen zal aanpassen, maar dit gebeurt niet.
Voorstelling van Anderson Carvalho Dance & Choreography (ACDC): When-I-Left-the-Room-202
Op 12 augustus dit jaar oordeelt de rechter dat DOX meer openheid moet geven en inzage in verschillende subsidieaanvragen, want er valt „op voorhand niet uit te sluiten dat verzoekers een vordering op DOX kunnen hebben” en het is mogelijk dat uit subsidieaanvragen blijkt dat Carvalho geld moet krijgen van DOX. Daarom draagt de rechter het productiehuis op om uiterlijk half september inzage te geven in de gevraagde stukken. Desgevraagd vertelt directeur-bestuurder Sigmond dat ze vertrouwen heeft in de uitkomst, ook na inzage van de documenten, omdat alle informatie al publiek beschikbaar is. De reden om sommige stukken niet over te dragen lag vooral in het feit dat de aanvragen „voor 90 procent” overeenkomen met de al overhandigde documenten. Aan het verweerschrift voegde DOX veertig producties toe. „Een nieuw stuk niets zal toevoegen,” zegt Sigmond.
Meer nog dan het geld, gaat het Carvalho om de erkenning. Op sociale media roept hij op tot een systeemverandering onder de noemer #respectartists. Daar krijgt hij bijval van onder anderen acteur en danser Gary Gravenbeek, die het Utrechtse kunstcollectief Mensja leidt. Dit najaar danst hij in Alice in Wonderland, een coproductie met de Toneelmakerij. Met Mensja is hij voor zijn gevoel in de jaren 2022 en 2023 „aan het lijntje […] gehouden” door DOX, dat hem aan plannen liet werken die uiteindelijk niet doorgingen. „De instelling doet alsof ze van grote betekenis is voor de carrière van jonge makers”, zegt hij tegen NRC, „die zelf het gevoel hebben dat ze klein worden gehouden”.
Dat beeld komt ook naar voren in gesprekken die NRC heeft met vier andere artiesten die met DOX hebben samengewerkt, maar die niet met hun naam in de krant willen omdat ze vrezen werk te verliezen. Door het subsidiesysteem zijn ze afhankelijk van instellingen als DOX, terwijl ze zelf weinig controle hebben over het proces.
Maar er zijn ook andere geluiden, mensen die door DOX juist kansen kregen. Zoals acteur Sebastián Louis Mrkvička, bekend van de populaire tv-serie Dertigers. Hij heeft veel baat gehad bij DOX, zegt hij, omdat de instelling „maatschappelijk geëngageerd is en buiten de gebaande paden denkt”. In het kader van de culturele basisinfrastructuur stelde Mrkvička in 2023 samen met DOX een subsidievoorstel op voor The Desire Club, een door hem geregisseerde voorstelling die begin volgend jaar in première gaat.
Hoevéél subsidie werd aangevraagd kreeg hij niet te horen – „daar heb ik ook niet naar gevraagd” – maar wél welk fonds de aanvraag afwees en welk fonds niet. „Ik ging ervan uit dat geld zou worden vrijgemaakt, de vraag was alleen in hoeverre we al onze plannen voor de voorstelling konden verwezenlijken. Dat is grotendeels gelukt.” Dat hij „in de loop werd gehouden” door DOX was belangrijk, zegt Mrkvička, die zich kan voorstellen dat makers gefrustreerd raken als ze in het ongewisse worden gelaten door culturele instellingen over subsidieaanvragen „in het toch al niet erg transparante Nederlandse systeem”.
De oplossing kan al zo simpel zijn als een wettelijk verplichte intentieverklaring, vinden Carvalho, Gravenbeek en Mrkvička. Daarin kan worden vastgelegd bij welk fonds subsidie wordt aangevraagd, voor welk bedrag, in welk kader, en wat er gebeurt als die wordt toegekend – of niet.
„Met heldere afspraken kunnen makers voor zichzelf een rekensom maken”, zegt Mrkvička. „Zo voorkom je miscommunicatie, wantrouwen en irreële verwachtingen.” Culturele instellingen kunnen makkelijk met geld schuiven, vertelt Gravenbeek, terwijl makers hier sterk van afhankelijk zijn. „Een intentieverklaring geeft makers het gevoel dat ze met respect worden behandeld. Je gaat uit van gelijkwaardigheid.”
DOX-directeur Rebecca Sigmond reageert positief: „DOX staat ervoor open om intentieverklaringen mee te nemen.”
Hildegard Draaijer wil niet reageren op vragen van NRC. DOX heeft tot woensdag 15 september de tijd om meer inzicht te geven in gedane subsidieaanvragen en toekenningen. Afhankelijk van de inhoud hiervan, zal Carvalho zich beraden op verdere juridische stappen.