Op de voor Nederland zeer succesvolle EK atletiek zorgde Mike Foppen voor een memorabel moment door juist géén medaille te winnen. In kansrijke positie stapte hij tijdens de 10.000 meter ineens uit de wedstrijd. „Zes seconden voelde het als verlossing, toen dacht ik: ‘Kut’.”
Toen Andreas Almgren versnelde, ging Foppen mee, maar hij had niet door hoe hard het ging.
Midden in de woonkamer van Mike Foppen, ergens aan de zuidelijke rand van Nijmegen, staat een schildersezel met een doek. Erop getekend staan een stel en een datum, eind september; de dag waarop Foppen en zijn Zweedse verloofde Julia gaan trouwen. „Het hele huis ligt vol met versieringen”, verontschuldigt Foppen zich.
Nog iets wat de afgelopen week zijn aandacht vroeg: het kopen van een huis. „We hebben een winnend bod uitgebracht”, zegt Foppen. Wel onder voorbehoud; nu is het hopen dat de bank het geld wil verstrekken. Dat is best spannend omdat ze allebei professioneel langeafstandsloper zijn.
Een nieuw huis, een aankomend huwelijk; het gaat best goed met hem, wil Foppen maar zeggen. Talloze keren werd hem daar de afgelopen dagen naar gevraagd.
Op de EK atletiek in Birmingham in augustus, waar de Nederlandse equipe historisch veel medailles won, veroorzaakte Foppen een memorabel momenten door juist géén medaille te winnen. Op zaterdagavond liep hij op de 10.000 meter in de kopgroep. Tot meer dan 20.000 toeschouwers in het stadion en ruim 600.000 Nederlandse televisiekijkers zagen hoe hij na zes kilometer plots besloot uit te stappen. „Ik voel me heel, heel, heel erg laf”, zei Foppen vlak daarna tegen een verbouwereerde NOS-verslaggever. „Soms is er een duiveltje in mijn hoofd en vaak kan ik dat negeren, maar vandaag lukte me dat niet.”
Een week na die race blikt Foppen, afgestudeerd in de psychologie, aan de keukentafel terug op zijn toernooi. Ook zijn coach Andreas Prem en vader Ruud Foppen vertelden over hun ervaringen. Foppen noemt zichzelf een interessante case study. „Ik heb mezelf voor de gek gehouden. En ik heb er maar zes seconden lol van gehad.”
Een ding weet de 29-jarige Mike Foppen in aanloop naar de EK atletiek zeker: zó goed heeft hij zich zijn hele leven nog niet gevoeld. „Elke training, elk loopje, elke versnelling, elke sprint voelde de laatste week geweldig.” In maart liep Foppen nog een 10.000 meter in 27.20,52, een nationaal record en de een-na-snelste Europese tijd van het hele atletiekjaar.
Ook zijn ouders merken het. Hij zegt niets over pijntjes of andere dingen die hem parten spelen. „Als Mike niks laat horen”, zegt vader Ruud Foppen, „is het meestal goed.”
Foppen heeft zich op twee onderdelen geplaatst voor de EK, de 5.000 en de 10.000 meter. Als hij op maandag 10 augustus wakker wordt, de dag van de finale op de 5.000 meter, voelt hij: dit zou wel eens de dag kunnen worden waarop hij zijn beste resultaat ooit neerzet, beter dan de vijfde plaats op de EK van 2022. „Een realistisch vertrouwen”, vindt zijn Oostenrijkse coach Andreas Prem. Die ziet in de data die hij de afgelopen maanden heeft verzameld hoe hoog het niveau van zijn pupil is.
Zijn ouders zitten in het Alexander Stadium in Birmingham in de bocht net na de finish als de race aan zijn ontknoping begint. „We gingen er net goed voor zitten, want zijn laatste kilometer is zijn beste”, zegt Ruud Foppen. Dan probeert een Noorse atleet buitenom een paar man in te halen om vervolgens de gunstige binnenbaan in te duiken. Iedereen achter hem moet afremmen of uitwijken en Foppen, achterin de kopgroep aan de binnenkant, komt voor het oog van zijn ouders ten val.
Een race-incident, zal coach Prem na de wedstrijd oordelen, oftewel: botte pech. De Nederlander staat meteen op maar wordt opnieuw onderuit gelopen door een achtervolger. Hij eindigt als elfde. „What if, dacht ik daarna alleen maar”, zegt Foppen. „Het voelde echt alsof ik een medaille verloren had.”
Die gedachte zet zich in de dagen daarna, als Foppen toewerkt naar de 10.000 meter, vast in zijn hoofd. Normaliter benadert hij wedstrijden procesmatig: alle scenario’s doornemen, taken stellen en je daaraan houden, dat zorgt er voor dat hij het beste uit zichzelf haalt. Nu spookt maar één ding door zijn hoofd: „Alles wat geen medaille is, maakt niet meer uit.”
Zijn coach deelt zijn alles-of-niets-benadering. Hij dicht Foppen zelfs betere kansen toe op de 10.000 meter. „Hoe hij moest starten, wie hij in de gaten moest houden, wat hij moest doen tijdens de ontknoping: alles stond die week in het teken van het halen van eremetaal”, zegt Prem.
Op de dag van de 10.000 meter, zaterdag 15 augustus, is Foppen zenuwachtig op een gezonde manier. Met zijn zelfvertrouwen zit het goed.
De eerste rondjes van de race verlopen traag. Om een nieuwe valpartij te voorkomen, gaat Foppen helemaal voorop lopen. Dat kost hem nauwelijks energie: zijn normale racetempo op de 10.000 meter is 66 seconden per rondje, nu doen ze er de eerste drie omgangen 83, 75 en 78 seconden over.
Dan komt Andreas Almgren naar voren lopen. Even kijken Foppen en hij elkaar aan en dan zegt de Zweed: „Fuck it, let’s go.” De Nederlander schiet in de lach, dit moet een grap zijn. Toch gaat het tempo meteen omhoog, iets dat Foppen verrast. Maar Almgren is de topfavoriet op deze afstand, vooraf hebben Foppen en zijn coach besproken hem goed in de gaten te houden. Zonder een moment van twijfel versnelt de Nederlander in tweede positie mee.
Coach Prem zit met een stopwatch langs de kant en ziet hoe Foppen achter Almgren aangaat. Zijn pupil voert uit wat ze hebben afgesproken. Maar met deze snelheid heeft hij geen rekening gehouden: Prem timet met zijn stopwatch en ziet dat de atleten nu elke ronde in 63 à 64 seconden afleggen, ruim 22 kilometer per uur. Normaal zie je dat alleen op de 5.000 meter.
Op de tribune schuift Ruud Foppen naar voren op zijn stoel. „Gaat dit niet te hard?” Als de atleten met deze snelheid waren begonnen, hadden ze nu op wereldrecordkoers gelegen.
Zijn zoon heeft dat niet in de gaten. Pogingen om het tempo van de tussentijden van het scorebord af te lezen mislukken: omdat de eerste drie rondes zo traag gingen heeft Foppen geen enkele referentie meer. „Ik dacht dat we op mijn eigen racetempo liepen.”
Vanwege zijn goede vorm voelen de eerste rondjes in het kielzog van Almgren nog makkelijk. Foppen heeft niet door dat door het hoge tempo van de Zweed achter hem een afvalrace bezig is: op een lang lint moet de een na de ander afhaken, tot er nog maar vier in het spoor van de koploper zitten. Het „droomscenario” waar Foppen vooraf voor had getekend – met zijn vijven gaan ze strijden om drie medailles.
De wedstrijd is ongeveer halverwege als zijn ouders vanaf de tribune zien dat Foppen het zwaar krijgt: de schouders worden opgetrokken, de blik gaat omhoog. Het ontspannen lopen is werken geworden. In zijn hoofd verschijnt dan wat Foppen „het duiveltje” noemt. Dat trekt een allesbepalende conclusie: „Je loopt je normale tempo, je bent pas op de helft en je hebt het nu al zwaar. Kortom: je hebt een slechte dag.”
Foppen besluit Almgren te laten gaan. Dan maar geen goud, er zijn nog twee medailles te verdelen. Maar de drie andere lopers achter hem halen hem ogenblikkelijk in. Zíj zijn nog wel fris, schiet er door Foppens gedachten, ze gaan zo nog versnellen. Dan is een medaille weg. De Nederlander laat zijn hoofd zakken. Van binnen wordt het zwart.
Vanaf de kant ziet coach Prem dat de atleten het zeskilometerpunt naderen, vooraf door hem aangemerkt als de beslissende fase van de race. Nu vooraan zitten betekent straks meedoen om de prijzen. Maar tot zijn grote verbazing ziet hij Foppen uitwijken naar de buitenbaan en stoppen met lopen. Dat moet een blessure zijn, denkt Prem.
Foppen loopt in een rechte lijn van de atletiekbaan af. „Zes seconden voelde het als verlossing, toen dacht ik: ‘Kut’.” Hij wil het liefst verdwijnen, maar de weg naar de uitgang voert langs televisiecamera’s en andere media. Terwijl de race nog bezig is, verschijnt hij bij de stomverbaasde NOS-verslaggever.
„Ik denk dat hij het prima had gevonden als ik was doorgelopen,” zegt Foppen. „Maar er zijn te veel mensen die aandacht en tijd in mij stoppen. Ik vond dat ik hun een verklaring schuldig was.” Ogenschijnlijk kalm werkt hij zich door verschillende interviews heen. Pas als hij na de race Mahadi Abdi Ali ziet, zijn vriend en kamergenoot die als zestiende is geëindigd, barst hij in tranen uit.
Ruud Foppen en zijn vrouw hebben het moment van uitstappen volledig gemist. Ineens kunnen ze hun zoon niet meer vinden op de baan. Dan komen de eerste appjes van bekenden binnen, over het uitstappen en het interview aan de NOS.
Ze staan al bij hun fietsen om terug naar hun hotel te gaan, als er een berichtje binnenkomt: „Ik wil jullie nú zien.” Het wordt een emotionele samenkomst, de teleurstelling bij Foppen én zijn vader is groot. „Ik wilde het zo graag voor hem”, zegt Ruud Foppen.
Het is uren na de wedstrijd, in de bus terug van het atletiekstadion naar het atletenhotel, dat Foppen voor het eerst zijn telefoon erbij pakt. Pas dan realiseert hij zich dat honderdduizenden Nederlanders met hem hebben meegekeken: zijn WhatsApp is volgelopen, op Instagram heeft hij talloze reacties.
Hij verbaast zich over de negatieve berichten die ertussen zitten. Dat er mensen zijn die de moeite nemen zijn Instagramprofiel op te zoeken en daar iets achter te laten als ‘slappeling’ of ‘lafaard’.
Al snapt hij het sentiment ergens wel: als atleet in het oranje vertegenwoordig je Nederland, vindt Foppen. Dan is het minimale wat je mag verwachten dat die atleet alles geeft.
Maar het was óp in zijn hoofd. Hij trekt de vergelijking met een verslaafde die toegeeft aan zijn hunkering, hoewel hij beseft dat zijn situatie veel minder ernstig was. Maar ook gaf Foppen toe aan de verlokking zich van de pijn te verlossen. „Ik dacht dat ik slecht bezig was, terwijl het juist goed ging. Ik heb het mentale spel verloren.”
Wat het extra pijnlijk maakt, vindt Foppen, is dat dit niet is wie hij is. Hij ziet zichzelf als iemand die nooit opgeeft, kijk maar naar de 5.000 meter waarin hij na twee keer vallen toch als elfde eindigde. Zijn conclusie: het is een momentopname geweest, een denkfout die leidde tot een impulsieve en zwakke beslissing.
De dag na de wedstrijd hebben Foppen en zijn coach een stevig gesprek. Dit doe je nóóit meer, is de boodschap van Prem. Al steekt hij ook de hand in eigen boezem. Door alle nadruk te leggen op die medaille had Foppen geen backup-plan, geen taken die hem mentaal door zijn dal konden trekken. Ze nemen zich voor vaker te gaan trainen op onverwachte wedstrijdsituaties.
Daarna zoekt Foppen bewust wat afleiding. De onderhandelingen over zijn huis, de laatste voorbereidingen voor zijn huwelijk. Met bevriende atleten – Niels Laros en Ryan Clarke – gaat hij een paar keer golfen. Wat ook helpt, zijn de vele positieve berichten die hij krijgt. Ouders die hem laten weten zo blij te zijn dat hun kinderen een keer hebben kunnen zien dat ook topsporters geen robots zijn.
Van zijn ex-trainingsmaat Jimmy Gressier, de Fransman die brons won op de 10.000 meter, achter Almgren en de Zwitser Dominic Lobalu, hoort Foppen achteraf dat hij het nóg zwaarder had gehad. „Hij dacht dat ik iedereen aan gort ging lopen. Dus toen ik uitstapte, kreeg hij een enorme mentale boost.” Als Foppen het twee rondjes langer had volgehouden, was het misschien wel andersom geweest, weet hij nu.
Later in de week pakt Ruud Foppen de telefoon. Hij wil weten hoe het met Mike gaat, is bang dat zijn zoon, 29 jaar inmiddels, misschien wil stoppen. „Zoveel kansen komen er niet meer. Dit was misschien wel een breekpunt.”
Foppen vertelt zijn vader in dat telefoontje dat hij de afgelopen dagen een gedachte-experiment heeft gedaan: óf hij was Europees kampioen geworden maar had dan nooit meer mogen lopen, óf het is gegaan zoals nu en hij kan nog vijf jaar door.
Aan de keukentafel moet Foppen glimlachen als hij terugdenkt aan hoe hij zijn vader geruststelde. „Ik zei: dat was een makkelijke keuze. Ik vind dit leven zo mooi, dat die gouden medaille me gestolen kan worden.”