Michael Huijser en Esther Huijser-Driessen werken allebei in de culturele sector. Ze leerden elkaar kennen als buren in de Amsterdamse Jordaan. „Toen ik daar ging wonen, zei een vriendin al tegen me: jij krijgt een héle leuke buurman.”
Michael en Esther waren buren toen ze elkaar ontmoetten in de Amsterdamse Jordaan.
Esther: „Ik ben in december begonnen als hoofd marketing en communicatie bij Museum Boijmans Van Beuningen. Daarvoor werkte ik bij de Koninklijke Jaarbeurs in Utrecht, waar ik een hele leuke tijd had. Toch merkte ik dat de culturele sector, waarin ik al eerder werkte, weer aan me trok. Het vernieuwde museum opent in 2030. Nu ontvangen we bezoekers in het Depot waar de collectie en tentoonstellingen te zien zijn. Recentelijk is de Pindakaasvloer van Wim T. Schippers daar opnieuw aangebracht, als eerbetoon aan de overleden kunstenaar. Ik heb rechten gestudeerd – elke nieuwe tentoonstelling voelt als een college kunstgeschiedenis.”
Michael: „Ik heb ook geen kunstgeschiedenis gestudeerd, maar politicologie. Wel heb ik altijd veel met kunst gehad. Als student had ik al een bijbaantje in een kunsthandel. Op mijn 26ste opende ik een galerie en later werd ik medeoprichter van Art Rotterdam. Dat liep allemaal goed, maar toen ik veertig werd, besloot ik over te stappen naar de museumwereld, eerst als directeur van het Zuiderzeemuseum.”
Esther: „Vanuit mijn functie is tentoonstellingen maken één van de mooiste disciplines die er zijn. Welk verhaal vertel je? Voor wie? En hoe versterkt de tentoonstelling het museummerk?”
Michael: „Nu ik net begin als directeur-bestuurder van het Mondriaan Fonds, komt alle ervaring die ik heb opgebouwd samen: beeldende kunst, erfgoed en museumwezen. Werk en privé lopen ook dwars door elkaar. Vaak gaan we ’s avonds nog naar een opening, en op vakantie kijken we eerst of er een goed museum of concert in de buurt is, meer nog dan waar we gaan fietsen.”
Esther: „We zijn net twee weken op Mallorca van plek naar plek gereisd. Terug in Palma de Mallorca zijn we meteen naar het Es Baluard gelopen, het museum voor moderne en hedendaagse kunst, geweldig! Na twee weken kriebelde dat wel weer.”
Michael: „Passie voor kunst zit echt in ons dna. Ik zou ook niet weten wat ik anders zou moeten doen.”
Esther: „Nou, ik had ook nog wel een week langer in de bergen van Mallorca kunnen blijven.”
Michael: „Ik mocht afgelopen jaren veel reizen voor werk. Ik breng graag mensen met elkaar in contact, dat hebben we allebei.”
Esther: „Als ik kansen zie om mensen met elkaar in contact te brengen – en dan niet voor mezelf – doe ik dat graag. Ik zie mezelf wel als een verbinder.”
Michael: „Verbinden is vrijblijvend. Wat jij doet, gaat verder. Voor de Kampeer & Caravan Jaarbeurs bedacht jij samen met het Centraal Museum om daar de iconische kratstoel van Gerrit Rietveld in een pop-uptentoonstelling te laten zien. Dat zijn geen logische relaties die anderen bedenken, maar jij wel.”
Esther: „Ja, dat zijn leuke kruisbestuivingen. Nu in Rotterdam ben ik al volop in contact met de Euromast, Spido en Remastered.”
Michael: „We hebben elkaar niet ontmoet via werk, maar waren buren in de Jordaan in Amsterdam.”
Esther: „Toen ik daar ging wonen, zei een vriendin al tegen me: jij krijgt een héle leuke buurman.”
Michael: „We waren één keer samen uit geweest, toen nodigde ik haar uit op mijn verjaardag. Daarna was het aan. Ik zei meteen: ik laat je nooit meer gaan, haha.”
Esther: „En ik zei: ik ga nooit meer weg.”
Michael: „Een jaar later maakten we een hele mooie reis, naar Zuid-Amerika. Ik wilde je daar ten huwelijk vragen, maar toen kwam eerst het nieuws dat je zwanger was. Dat was dus al een jaar na die verjaardag. Ik heb je wel alsnog ten huwelijk gevraagd daar.”
Esther: „Onze drie kinderen zijn best snel na elkaar geboren. Er zat steeds achttien maanden tussen. Hun opvoeding zou ik als een prettige chaos omschrijven, superleuk, niet heel erg gestructureerd. Al zouden de meiden misschien zeggen dat ze zonder regels zijn opgevoed.”
Michael: „We hebben van 2011 tot 2013 in Abu Dhabi en Dubai gewoond, omdat ik eerst general manager werd van de kunsthal Manarat Al Saadiyat en later director cultural branding van ontwerpbureau DAY. Ofschoon de functies geen succes waren, hebben we daar wel een bijzondere tijd gehad met ons als gezin. In 2013 kwamen we gedeeltelijk terug in Nederland, waren we deels daar en hier, en gingen de kinderen weer in Nederland naar school.”
Een foto van zoon Krijn staat op de schouw.
Esther: „Dat jaar is onze zoon Krijn overleden. Tijdens een gymles kreeg hij een hartstilstand, in het ziekenhuis is hij gestorven. Dat was een ontzettend zware tijd. De meiden hebben geen rebelse puberteit gehad, soms denk ik dat ze ons gespaard hebben. Ze zijn nog steeds heel close samen. Daarom kijk ik zo positief terug op onze tijd in het Midden-Oosten, dat was de laatste periode dat we met zijn vijven waren.”
Michael: „Je hoort soms dat gezinnen uit elkaar vallen wanneer een kind overlijdt. Bij ons was het eerder het tegenovergestelde.”
Esther: „Nog steeds maak ik ieder jaar op zijn verjaardag lasagne, zijn lievelingsgerecht. Dan komen ook familie en vrienden langs. En op zijn sterfdag zijn we ook altijd samen. Dan maak ik de zelfgemaakte appelmoes waar hij zo gek op was.”
Michael: „We zijn erna niet teruggegaan naar Dubai. Het was een gitzwarte tijd en we hadden ook allebei niet echt werk in Nederland. Het was echt overleven. Toen hebben we samen ons bedrijfje opgericht en veel gewerkt voor hele leuke opdrachtgevers. Dat was heel belangrijk voor het verwerkingsproces. Krijn ligt op Zorgvlied in Amsterdam begraven, daar reden we toen elke dag langs.”
Esther: „Ik ben er dankbaar voor dat we zo’n hecht gezin vormen, we hebben dit verlies echt samen doorstaan.”
Michael: „Uiteindelijk ben ik weer in het museumwezen gaan werken, eerst voor het Rembrandthuis, daarna tien jaar voor het Scheepvaartmuseum. We hebben met onze dochters gezamenlijk dit huis gevonden. Je hebt dan zoiets heftigs meegemaakt, en wat me dan verbaast over onszelf is dat we nooit het gevoel hebben gehad dat de kinderen bij ons moesten blijven. We hebben ze altijd gestimuleerd om tijdens hun studie het huis uit te gaan.”
Esther: „Het is, nu we met zijn tweeën hier wonen, eigenlijk nog steeds een prettige chaos. De taakverdeling is vrij natuurlijk gegaan. Michael doet de boodschappen en kookt, ik doe de was en de tuin, maar we zijn er allebei niet heel gestructureerd in.
Michael: „Soms belt iemand en zegt: kom vanavond bij ons eten. Dan moet dat gewoon kunnen, lekker spontaan. Elke dag vragen we elkaar: ben jij vanavond thuis? Dan maken we daar afspraken over. Het enige is: de hond moet natuurlijk uitgelaten worden. Dat doet een meisje in de straat vijf dagen per week voor ons.”
Esther: „Nou, we hebben toch wel structuur. Want elke dag krijg ik een kop koffie op bed van Michael. Romantisch hè?”
Michael: „En elke ochtend laat ik de hond uit. Het spontane is vooral na werk. We houden elke zondagavond ook even de agenda’s naast elkaar van de week die daarop begint. Wat mij tegenwoordig overdag heel veel rust brengt, is dat ik mijn telefoon uitzet.”
Esther: „Telefoon uit?”
Michael: „Ja, geen meldingen als ik gebeld word, geen Whatsapp-bliepjes. Daardoor ben ik wel minder gestrest. Als ik nu gebeld word, gaat er geen geluid of tril af.”
Esther: „Nee? O. Bij mijn werk zou dat niet kunnen, ik moet wel bereikbaar zijn.”
Michael: „Het enige nadeel van er minder mee bezig zijn is dat ik laatst twee dagen met mijn dochter in Maastricht was en bijna geen foto’s heb gemaakt.”
Esther: „We merkten wel dat we soms na het eten ongemerkt onze telefoon pakten en dat je zo een halfuur stom zit te scrollen, echt totale onzin zit te kijken, zonder dat je het doorhebt. We proberen dat de laatste tijd heel bewust niet te doen en spreken elkaar daar ook op aan.”
Michael: „We houden allebei van muziek en gaan graag samen naar concerten, soms ook met z’n vieren. Meestal is dat jazz, elektronische muziek, laatst zijn we nog naar Tom Misch gegaan. Ik heb zelf een keyboard. Daar zou ik wel vaker op willen spelen, maar ik kom er eigenlijk zelden aan toe.”
Esther: „Ik zou graag meer willen sporten, maar door die lange reistijd naar Rotterdam schiet dat er vaak bij in.”
Michael: „Ach. Ik vind dat we best wel een topleven hebben.”
In het kort
Michael Huijser (59) en Esther Huijser-Driessen (56) wonen in een twee-onder-een-kapwoning in Hillegom. Hij is sinds kort directeur-bestuurder van het Mondriaan Fonds, na tien jaar in diezelfde functie bij het Scheepvaartmuseum te hebben gewerkt. Zij is hoofd marketing & communicatie bij het Museum Boijmans Van Beuningen. Hun oudste zoon Krijn stierf in 2013 op 13-jarige leeftijd, en hielp nog bij het uitzoeken van hond Loes (13). Dochters Hannah (25) en Rosa (23), tevens beste vriendinnen, zijn inmiddels het huis uit.
Samen verdienen Michael en Esther drieënhalf tot vier keer modaal.
„Aan vrienden met wie we onlangs op Mallorca waren voor een heerlijk diner dat we aan het strand aten.”
Michael: „Een keer per week grote boodschappen, maar we vergeten altijd wel wat, waardoor ik alsnog vaak in de supermarkt sta. Dat geeft niet, ik vind het best leuk om boodschappen te doen.”
„Een grote verbouwing. We hebben een muur eruit gebroken en een nieuwe keuken geplaatst.”
„Meestal nieuw. Hoewel we altijd naar kunst en vormgeving speuren, dus dat kan je zien als tweede- of derdehands.”
„Onze kinderen zijn beiden dit jaar afgestudeerd. We betalen nu nog hun verzekering en geven een kleine maandelijkse bijdrage. Dat houdt eind dit jaar op.”
„We zijn veel weg en worden er wel steeds beter in om het netjes te houden. Dat was vroeger echt anders.”
Michael: „Met Kerst kochten we een snijapparaat, een mandoline, voor het kerstdiner. Ik kon de bijhorende handschoen niet vinden, waardoor ik deel van mijn duim eraf schaafde. Nooit meer een mandoline!”
Esther: „Meestal Michael. Hij kan ook in de koelkast kijken naar wat we in huis hebben en op basis daarvan een maaltijd bedenken. Dat vind ik heel knap.”
Michael: „We vinden het fijn om op bijzondere plekken te gaan eten. We geven graag geld uit aan speciale voorwerpen of ontwerpen en ik rij graag een stukje om voor een speciaal kaasje. Diep in ons hart valt dat schuldgevoel wel mee, maar verstandig is anders.”
„We wonen in een oud huis waaraan altijd iets moet gebeuren. Dus moeten we altijd iets opzij leggen.”
„Maak je huis echt een plek van vriendschappen. We hebben ons 25-jarig huwelijksfeest ook thuis gevierd, omdat het een fijne plek is. Geef en deel vooral als je kan.”
In Spitsuur vertellen stellen en singles hoe zij werk en privé combineren. Meedoen? Mail naar werk@nrc.nl