Home

Aan boord van het onderzoeksschip eet de bemanning op vaste tijden, behalve als er grienden langszwemmen

Elke week luncht NRC mee bij een bedrijf. Deze week: onderzoeksschip RV Anna Weber-van Bosse, waar de wetenschappers het hebben over Eros Ramazzotti en André Hazes.

Vijftien wetenschappers en zeventien bemanningsleden leven, werken en slapen drieënhalve week op elkaars lip

Ergens midden op de Noord-Atlantische Oceaan drukt kok Mihai Caracosta op de bel die aangeeft dat het avondeten klaarstaat, opnieuw. Maar de wetenschappers aan boord van de RV Anna Weber-van Bosse, het nieuwe nationale onderzoeksschip onder beheer van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ), zijn in extase door grienden die achter het schip aan zwemmen. Ze staan nog steeds op het achterdek.

Dolfijnen of niet, de bel is niet vrijblijvend. Op dit onderzoeksschip eten alle zeevarenden samen. Met uitzondering van de stuurman die op dat moment het schip bestuurt, die krijgt een bord in de stuurhut gebracht. Bij hoge golven hoeft een enkele zeezieke wetenschapper ook niet aan te schuiven. De kok en twee stewards die soms ook in de keuken werken, eten als iedereen weg is. Verder worden de strak geplande maaltijden hier heel serieus genomen. Drie keer per dag, zeven dagen per week.

Vijftien wetenschappers en zeventien bemanningsleden leven, werken en slapen drieënhalve week op en in deze kleine ruimte – het schip is 79,98 meter lang. Daarom zijn die gezamenlijke maaltijden zo belangrijk: om de sfeer goed te houden. En om te kijken of het nog goed gaat met iedereen, of niemand ontbreekt. Samen eten, zonder helm, communicatieradio, handschoenen, overall, natte werkschoenen of labjas. Waar de een net wakker is, gaat de ander na een maaltijd naar bed. Dat krijg je als het werk 24/7 doorgaat. Maar dat maakt niet uit, ze eten samen. Op vaste tijden.  

Scheepskok Mihai Caracosta werkt al veertig jaar op verschillende grote commerciële schepen. Maar op dit relatief kleine schip „voel je de golven meer”.

Inmiddels lopen de wetenschappers vanuit het achterdek naar de messroom, de kantine op een schip. Lichtblauwe muur, donkerbruine tafels en kasten, beige stoelen, ronde raampjes in de deuren en grote rechthoekige ramen bakboord. Een scherm aan de muur laat de positie van het schip zien en het weer, al zijn ze hier vooral geïnteresseerd in de windkracht, vanwege de invloed op de golven. Ernaast hangt een whiteboard met aankondigingen, zoals welk radiokanaal gebruikt wordt voor de communicatie of wanneer de volgende filmavond gepland staat.

Is het ook echt gezellig? Of zijn ze na al die dagen in een afgesloten ruimte door hun gespreksstof heen? Aan tafel valt er nog genoeg te vertellen, hoe repetitief de eetmomenten ook zijn, en hoeveel dagen iedereen inmiddels ook al samen eet. Onderzoeker Nemat Omidikia vertelt over zijn dochter van vijf die hij bijna weer gaat zien, en dat zij dacht dat haar vader iedere dag alleen maar zelfgevangen vis eet. Een andere onderzoeker vertelt gedetailleerd over haar onderzoek naar bacteriën. Andere wetenschappers praten over muziek uit hun geboorteland. De Anna Weber-van Bosse mag wel onder een Nederlandse vlag varen, de wetenschappers komen uit verschillende landen. Ze praten over Eros Ramazzotti en André Hazes, die kennen de meesten wel. Expeditieleider, Helge Niemann, vertelt hoe mensen in Duitsland het Nederlandse accent wel charmant vinden klinken, tot verbazing van de Nederlanders aan tafel.

De gesprekken zijn inmiddels, na drie weken aan elkaar wennen, luchtig. In de eerste dagen ging het aan diezelfde tafels vooral nog over de verwachtte golfhoogte en wat je beter wel of niet kon eten om misselijkheid te voorkomen, of om misselijkheid te verhelpen voor wie het al te laat was.

De lunch is de grootste maaltijd van de dag en dan staat er ook een toetje klaar. Vaak is dat vla – het blijft een Nederlands schip. Zeevarenden kunnen zelf opscheppen uit vijf grote metalen bakken. Vandaag: groenten, aardappelen, bami, en vis of een vegetarisch alternatief. Op een sticker naast sommige bakken staat hoeveel iedereen per persoon mag pakken. Eén stuk vis per persoon. Er is ook salade, en soep – maar wie dat pakt kan de kom niet onbeheerd op tafel zetten. Op een schip weet je nooit wanneer iets gaat schuiven.

Kleinste deeltjes plastic

Het strakke eetschema is soms een „vijand” voor de onderzoeksplanning, zegt Helge. Tijdens de vaartocht vanuit het noordpoolgebied naar de subtropen meten wetenschappers in de gigantische oceaan de allerkleinst meetbare deeltjes plastic, afgebrokkeld van bijvoorbeeld flessen frisdrank. Daarvoor nemen ze monsters van water, lucht boven zee en van de zeebodem. Vooral op meetstations waar het water ruim vier kilometer diep is, kan het uren duren voor een instrument weer boven is. En zo’n kostbaar instrument laat je niet zomaar hangen ergens in de machtige diepzee.

De wetenschappers en bemanningsleden gaan aan verschillende tafels zitten, op enkele uitzonderingen na. Aan de wetenschapstafel zorgt iedere hoge golf voor „wows” en „ah’s”. De bemanningsleden zijn niet onder de indruk, die zijn wel wat gewend. In tegenstelling tot de wetenschappers die slechts enkele keren meegaan, varen zij zo’n zes maanden per jaar.

Vandaag op het menu: groenten, aardappelen, bami, en vis of een vegetarisch alternatief.

Hup, weer door. Een half uur heb je, voordat een van de stewards de tafels wil schoonmaken om zich daarna voor te bereiden op de volgende maaltijd. Dan moet iedereen weer aan het werk.

Voor de maaltijden hoeft niemand af te rekenen. Met boodschappen, koken of afwassen hoeven zeevarenden zich wekenlang niet bezig te houden, behalve het driekoppige keukenpersoneel dan.

Voor een kok op een schip is goed kunnen plannen net zo belangrijk als goed kunnen koken. Drieënhalve week op zee betekent ook drieënhalve week niet langs de supermarkt. Kok Mihai, eigenlijk te druk met het voorbereiden van de maaltijden om een rondleiding te kunnen geven, laat in een zwart notitieboekje zijn meerdere pagina’s lange boodschappenlijst zien voor de volgende groep. Als de groothandel niet alles met een busje kan brengen, zoals het geval straks is op een klein eiland van de Azoren, gaat een aantal bemanningsleden zelf met een taxi boodschappen doen.

In de keuken klinken verschillende piepjes tegelijk en Mihai beweegt snel van de ene kant naar de andere. De ruimte zit voorin het schip waardoor de golven hier extra goed te voelen zijn. Mihai en zijn twee collega’s moeten oppassen voor openzwaaiende hete ovendeuren en klotsende pannen. Vandaag is de zee wild. Mihai werkt al veertig jaar op verschillende grote commerciële schepen, maar op zo’n relatief klein schip „voel je de golven meer”. In de voorraadkamer, voor de kombuis (de scheepskeuken), wordt het nog erger. Daar zijn geen ramen die perspectief op de horizon bieden, alleen hoge stellingkasten.

Mihai weet inmiddels hoe je zo lang mogelijk verse groenten en fruit kan serveren, zegt hij. De salades smaken inderdaad na weken weg nog vers. De speciale koelkast staat hier zo tegen de nul graden, kouder dan thuis. „Maar het belangrijkste is goed kijken en herkennen welke groenten over datum gaan, net als thuis. Met wat overblijft maak je een combinatie.” Van de resten van de vorige dag wordt vaak de soep gemaakt. Vroeg of laat, afhankelijk van hoeveel iedereen eet, zullen er steeds minder verse groenten zijn. 

Een van de zeevarenden is jarig. Dan bakt Mihai een taart en hangt een van de stuurlui slingers in de messroom. Eten is meer dan alleen iets praktisch, dat is vaak zo in bedrijfskantines. Maar op een klein schip midden op de oceaan, zo lang en ver van huis, al helemaal.

Uitgelichte artikelen

Natuurwetenschappen

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next