Home

De verhalen van Sandro Veronesi zijn soms gekmakend liefderijk

Italiaanse literatuur Sandro Veronesi excelleert als hij het gevoelsleven van families uitspit in de tweeëndertig verhalen die zijn gebundeld in Vergankelijkheid. Soms schemert moedeloosheid door de kieren, die probeert hij dicht te stoppen met weemoed tot de zoveelste macht.

De vlinderstruik (Buddleja davidii).

Je verhalenbundel Vergankelijkheid noemen, net als het essay Vergänglichkeit van Sigmund Freud. Je dat essay over rouw als verzet tegen verlies toeëigenen als voorwoord bij die bundel. En dan van start gaan met een autobiografisch verhaal over het sterfbed van je moeder en in een verhaal verderop ook je vader literair wegdragen. Met Freud als hulplijn. Hulplijnen zijn er om uit te vlakken, dat weet iedereen.

Sandro Veronesi: Vergankelijkheid (Caducità). Vert. Rob Gerritsen en Welmoed Hillen. Prometheus, 364 blz. €26,99

Wie durft dat, wie kan dat? Sandro Veronesi.

Met de lange adem van zijn prachtige zinnen werkt Veronesi toe naar de laatste adem van zijn ouders. Ik huil nooit als ik lees. Nu zit ik met natte ogen, geraakt door een schrijver die het definitieve afscheid van zijn ouders verwerkt. Gedachtenstromen vol observaties, verdriet en dilemma’s kleurt hij in met „de onhandige poging oprecht te zijn, terwijl je liegt”.

Want ja, wat moet je, als je op weg naar je stervende moeder beseft dat je alle zeilen moet bijzetten om niet gauw een momentje te nemen om een cappuccino te gaan drinken? Wat moet je, als je waakt bij je stervende vader die toch nog even niet sterft, maar opveert en zegt: „En wat nu?”. En jij ziet Oliver Hardy in hem, je kunt je niet bedwingen.

Het zijn superieure passages, die Freuds essay overvleugelen. Die schrijft: „Wij weten dat rouw, hoe pijnlijk ook, vanzelf overgaat”. Maar is dat waar? Niet als je het Veronesi vraagt. Die hecht aan rouw, hij voedt zich ermee. Zonder uit te glijden over excusabel maar overbodig sentiment. Zonder terug te schrikken voor de dood als sensationeel gebeuren. Gekmakend liefderijk.

Veronesi bracht tweeëndertig verhalen samen in Vergankelijkheid. Geschreven in de loop van zo’n vijfentwintig jaar, de tijd dat hij juist wereldberoemd werd als de auteur van grote romans, ambitieus en ingenieus gecomponeerd, gekenmerkt door uiteenwaaierende gebeurtenissen die hij gewiekst samendrijft zodat ze toch in elkaar grijpen.

Amusant gepruttel

In zijn romans heeft hij de ruimte om drama en verlies om te buigen naar vertrouwen in de toekomst. Maar het verhalen schrijven eist zijn tol, daar schemert moedeloosheid door de kieren, en die probeert hij dicht te stoppen met weemoed tot de zoveelste macht.

Niet alle verhalen snijden even diep. Sommige zijn niet meer dan amusant gepruttel ten koste van een personage – een ouwe hippie of een klaploper of een kokette computer die een appeltje te schillen heeft met de menselijke soort. Spannender zijn de oprispingen van inzichten die hij blijkbaar ergens wilde onderbrengen maar die hij nergens kwijt kon.

Maar net als in zijn romans is Veronesi in zijn verhalen op zijn best als hij het familieleven uitspit. Hoogtepunt wat dat betreft is ‘Agenda’, een kleine vertelling over het gezin Veronesi, met als basis hun collectieve agenda naast het, toen nog vaste, telefoontoestel. Nooit werd de agenda vervangen door een actueel exemplaar, steeds verder slibde hij dicht met kreten, nummers, droedels en afspraken. Hij werd een afdruk van hun gelukkige familieleven. Maar de agenda ging verloren: „Einde. Game over. Kaputt” – en daarmee de familie Veronesi.

Herinneringen zijn brandstof wat Veronesi betreft, voor hemzelf en ook voor zijn personages. Veel verhalen drijven erop, op vervalste herinneringen, te pijnlijke herinneringen, gezelfcensureerde herinneringen en andermans herinneringen die op jou zijn geplakt. Men verwacht van herinneringen een verklaring voor een leven. Maar ze zijn onbetrouwbaar. Zoek bladzijde 121 op en zie hoe Veronesi een herinnering typografisch laat vervliegen: die stopt halverwege, veegjes vervangen de woorden.

Herinneringen spinnen zijn personages in. Dat kan via een persoonlijke herinnering aan het „eerste verschrikkelijke bericht van mijn leven”. Vier pagina’s met aandoenlijkheid en onschuld worden besmeurd met „bloed dat plotseling over me heen spat”. Niet letterlijk maar met woorden, er wordt iets verteld en dat komt binnen of hij het voor zich ziet. Oftewel: het jongetje dat hij was wordt geconfronteerd met de kracht van de taal. In het verhaal daarna, ‘De egel’, demonstreert Veronesi wat hij als fictieschrijver met zo’n herinnering aankan. Nu gaat hij aan de slag met zo’n jongen, oud genoeg voor medelijden, te jong voor een serieus geweten, wreed zonder verantwoordelijkheidsbesef.

Een vracht gefnuikt gevoel

Spannend is hoe Veronesi-de-romanschrijver door de façade van een verhaal breekt. Hij kan zich niet bedwingen, lijkt het, en dan biedt zo’n verhaal, uitpuilend van de mogelijkheden, zicht op een braakliggend terrein voor een roman. Het gebeurt enkele malen en pakt grandioos uit in ‘Het zal worden zoals het was’. Dat is geen verhaal, het is een miniroman. Typisch Veronesi, die een vracht gefnuikt gevoel en onverwachte afslagen borduurt op een bijbels drama over een verloren zoon en een verhoopte zoon. Ze moeten zich bevrijden van een kille vader en vinden elkaar als broers. En dat in zestien pagina’s.

De verhalen in Vergankelijkheid slepen de lezer mee. Ze versieren ‘m en ze schrikken ‘m af. Ze smoren ‘m in gevoel, ze duwen ‘m een duister terrein op. Ze houden ‘m een spiegel voor, zoals in het verhaal over de gênante opluchting wanneer een ander iets ergs overkomt en jou niet. Veronesi pluist tergend uit, hoe dat niet te onderdrukken is. Hoe je het snel wegduwt je geheugen in, onder een dekentje van medeleven met wie de ellende wel overkwam.

Wie Veronesi’s verhalen leest, weet dat het verleden hurkt in een hoekje. Daar staat de herinnering waar je niks mee te maken wilt hebben klaar voor de start, en springt je op je nek.

Boekrecensies fictie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next