Home

Oud-minister Hugo de Jonge laakt buitenlandse afhankelijkheid: ‘Alles wat je nodig hebt in een crisis, zou je zelf moeten kunnen maken’

Hugo de Jonge tijdens de openbare verhoren van de parlementaire enquêtecommissie over het coronabeleid.

Het kabinet heeft soms te gedetailleerde vragen aan het Outbreak Management Team (OMT) gesteld. „Een beetje outsourcend, terwijl het ging over besluiten die het kabinet zelf moest nemen.” Dat zei oud-minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge (CDA) donderdagmiddag in zijn tweede verhoor voor de enquêtecommissie Corona.

Hij gaf als voorbeeld de vraag van het kabinet of het OMT het een goed idee vond dat de nachthoreca open zou zijn tussen 23.00 en 6.00 uur met het geluid op maximaal 23 decibel.

Intensivist Diederik Gommers zei eerder dat hij niet gelukkig was met specifieke vragen van het kabinet. De Jonge zei dat departementen graag „goedkeuring wilden hebben op dingen die ze zelf wilden”. Volgens hem ging het OMT daar goed mee om; dat adviesorgaan beantwoordde dergelijke vragen niet of legde de bal terug bij het kabinet. „Ze waren erg rolvast en zullen weleens gedacht hebben: kabinet, doe je eigen werk.”

Volgens De Jonge waren OMT-adviezen „ongekend belangrijk. We hadden een kompas nodig waar we op konden varen.” Maar het kabinet verschool zich er niet achter, vond De Jonge. Wel werd er vaak naar die adviezen verwezen. „Je zoekt een autoriteit om je koers op te bepalen.”

Later kwamen daar adviezen van planbureaus bij om ook niet medische-epidemiologische gevolgen in de samenleving mee te wegen in de besluitvorming. Volgens De Jonge is het luisteren naar die perspectieven in de loop van de crisis steeds beter gegaan. Of het even zwaar is gewogen bij de besluitvorming? „Dat is een moeilijk punt”, zei De Jonge. „Doel was kwetsbare mensen beschermen en overbelasting van de zorg voorkomen. Hoe ingrijpend het voor jongeren of ondernemers ook was, je kon niet zeggen: ‘laat maar meer mensen doodgaan’. Leven en dood wegen altijd zwaarder. Dat is onvermijdelijk.”

De Jonge vertelde ook dat Nederland niet goed was voorbereid op de coronacrisis. Al is dat niet zo gek „als je de omvang van de crisis in ogenschouw neemt. Ik denk dat in geen enkel land de zorgsector echt was voorbereid.”

Wel kende het zorgstelsel toen – en nu nog steeds – kwetsbaarheden. De Jonge noemde het gebrek aan mogelijkheden tot „centrale sturing” (meer invloed voor de minister om in te grijpen bij zorgorganisaties), de beperkte opschaalbaarheid van IC-capaciteit en de afhankelijkheid van het buitenland bij vaccinaties en geneesmiddelen. „We hebben meer eigen productiecapaciteit nodig. Alles wat je nodig hebt in een crisis, zou je zelf moeten kunnen maken.”

Steun brokkelde af

De Jonge zei donderdag dat het kabinet erop rekende dat er een meerderheid voor de maatregelen zou zijn als de argumenten daarvoor goed genoeg waren. Voor De Jonge stond die politieke steun gelijk aan draagvlak in de samenleving, zei hij. (Oud-)Kamerleden stelden eerder in hun verhoor dat ze nauwelijks tijd hadden voor een goede voorbereiding op de coronadebatten omdat ze pas laat – diep in de nacht – informatie over de nieuwe maatregelen kregen.

De steun van de Kamerleden brokkelde af gedurende de crisis. Dat kwam door „coronamoeheid bij de Kamerleden”, zei De Jonge. Ook werden de debatten steeds politieker. De Jonge: „Maar de parlementaire controle is in deze periode ten volle overeind gebleven.” Volgens hem heeft de Tweede Kamer „heel vaak” aanpassingen aan het beleid kunnen doen. De Jonge kon in Europa „geen enkel voorbeeld” bedenken waarbij het parlement „zo intens betrokken is geweest bij het maatregelenpakket”.

Daarop confronteerde de commissie De Jonge met audioberichten aan toenmalig minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA), in aanloop naar een debat in de Eerste Kamer, die juist weinig vleiend waren voor de Eerste en Tweede Kamer. „Het debat van straks is ruk”, citeerde de commissie uit het audiobericht. „Ooit zullen ze hiervoor gestraft worden in het hiernamaals, en misschien ook wel eerder. Dat eindelijk een keer het verhaal verteld gaat worden van hoe de Kamer de brandweer van zijn werk heeft gehouden deze crisis.” In een bericht aan dezelfde minister Grapperhaus noemde De Jonge zijn collega-minister Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) in een WhatsApp-bericht „een bak grind in de machine van ieders besluitvormingsproces”. De Jonge noemde een andere minister „vermoeiend” en „niet te nassen”.

De Jonge sprak donderdag over een „misplaatste woordkeuze”, maar verdedigde zich door de „hoge intensiteit” en „hoge werkdruk”, met de vele coronadebatten in de Eerste en Tweede Kamer. „Dat was ondoenlijk.” Hij noemde zijn woorden „frustratie”.

Grapperhaus was zelf ook niet vies van beledigende opmerkingen, bleek woensdag tijdens zijn verhoor. Hij zei onder meer over de Eerste Kamer „diepe minachting” te hebben „voor deze geriatrische beunhazerij”.

Corona-enquête

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next