Handelstekort De EU zint op maatregelen tegen China om het handelstekort terug te brengen. Maar China trekt zich niets meer van Europa aan, stelt Jan van der Putten. Agressief exporteren is wezenlijk onderdeel van het Chinese beleid.
BYD toont zijn snelle laadsysteem voor auto’s bij lage temperaturen, tijdens Auto China 2026.
Het ging al lang niet goed tussen China en de Europese Unie, maar nu gaat het ronduit slecht. Europa raakt technologisch en economisch steeds verder achterop en dreigt door wereldmacht China te worden weggeconcurreerd. De druk op Brussel neemt toe om zwaar geschut tegen China in te zetten. Dat is niet alleen gericht tegen Chinese handelspraktijken, maar impliciet ook tegen het autoritaire regime van Xi Jinping. Inmiddels is het Chinese handelsoverschot opgelopen tot ruim 1.000 miljard dollar, waarvan 360 miljard voor rekening van de EU.
Jan van der Putten is schrijver en journalist. Hij was onder meer correspondent in China.
Zeven jaar geleden kenschetste de EU China als „een partner voor samenwerking, een economische concurrent en een systemische rivaal”. Die paradoxale formule loste niets op, net zo min als topoverleg tussen beide partijen of hun jaarlijkse ‘strategische dialoog’. Forse EU-sancties kunnen tot een regelrechte handelsoorlog leiden. Maar zou Europa zo’n oorlog kunnen winnen als het zelfs het Amerika van Trump niet lukt?
Tot voor heel kort moest Duitsland, Europa’s grootste economie en China’s belangrijkste Europese handelspartner, niets hebben van sancties tegen China, uit angst voor represailles. Maar nu is juist Duitsland de felste voorstander van spierballenvertoon. Duitse industriëlen hebben kanselier Merz gesmeekt om China hard aan te pakken. Merz zelf heeft China beschuldigd van oneerlijke handelspraktijken, en de regeringspartijen willen op die „oneerlijke concurrentie” een „robuust antwoord”.
De tijd dat Duitsland Mercedessen en Volkswagens verkocht aan China, en China aan Duitsland spijkerbroeken en kerstverlichting is voorbij. Hun economieën zijn niet meer complementair. China koopt steeds minder Duitse auto’s en Duitsland steeds meer Chinese hightech. Tegen de zowel hoogwaardige als goedkope Chinese goederen valt niet meer op te concurreren, zodat in Duitsland handelstekort, de-industrialisering en werkloosheid hebben toegeslagen.
In Nederland adviseerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid om in te zetten op innovatie en ‘alle opties rond de scheefgetrokken handel te overwegen, ook als deze pijnlijk zijn’. Maar hoe veel pijn is Europa bereid te dragen? In oktober moet de knoop worden doorgehakt, maar hoe? Voorlopig hebben de EU-bestuurders nog altijd een hete aardappel in hun mond.
Agressief exporteren doet China al sinds de economische revolutie van Deng Xiaoping. Na China’s toetreding in 2001 tot de Wereldhandelsorganisatie spoelde een golf van goedkope producten over de wereld. Deze eerste ‘China-shock’ vaagde veel Amerikaanse fabrieken en banen weg, voornamelijk in de vervallen Rust Belt. Tijdens corona lag de Chinese economie stil, maar daarna begon de exportmachine hoogwaardige producten als e-auto’s, lithiumbatterijen en zonnepanelen uit te spuwen. Deze China-shock 2.0 is alweer door een derde gevolgd, nu veroorzaakt door de export van humanoïde robots, AI-modellen, kwantumcomputers en biotechnologie.
Volgens het Westen lijdt China dankzij overdadige subsidies en goedkope leningen aan chronische overproductie en overinvestering. De Chinese dumpingpraktijken zouden nog eens worden bevorderd door de kunstmatig lage koers van de yuan. Premier Li Qiang vindt dit allemaal onzin. Deze verklaringen van overproductie en dumping zijn zeker waar, maar ze zijn lang niet de enige.
Neem het feit dat China steeds meer geld uitgeeft aan R&D en zeer bedreven is in technologische en organisatorische innovatie. Arbeid is goedkoper, sociale zekerheid stelt niet veel voor, de vakbonden zijn aanhangsels van de Partij. Ook is de internationale vraag door de huidige wereldcrisis afgenomen. En de belangrijkste verklaring voor dumping: China’s binnenlandse problemen.
De export-economie groeit en bloeit, de binnenlandse kwakkelt en krimpt zelfs. Chinese bedrijven voeren een hevige prijzenoorlog. Daardoor drogen de winsten op en blijft veel onverkocht. De Chinese e-auto’s maken in het buitenland furore, in eigen land loopt de verkoop terug. Om hun verlies te compenseren zoeken de fabrikanten buitenlandse afzetmarkten.
In 2013 besloot de Partij dat niet meer de export de aanjager van de economie moest zijn, maar de binnenlandse consumptie. Sindsdien is dat talloze keren herhaald en zijn er talloze maatregelen aangekondigd. Maar de gemiddelde consumptie is nog altijd laag. Dat komt door de taaie economische malaise: duurte, werkloosheid, loonsverlaging, magere sociale voorzieningen, verlies van het spaargeld door de instorting van de bouw.
Xi Jinping dreef vorige week het besluit door dat China volop moet inzetten op de export van hightech, die China’s mondiale macht verder moet vergroten. Van hem mag de binnenlandse markt voorlopig verder verloederen. Stevige EU-maatregelen tegen excessieve Chinese export staan dus dwars op Xi’s economisch en geopolitiek beleid en kunnen op krachtige tegenacties rekenen; voor China staan er hogere belangen op het spel dan de normale handelsspelregels.
Maar wat kan de EU doen? De China-strategie van de-risking (het vermijden van riskante afhankelijkheidsrelaties) heeft in drie jaar niets opgeleverd, en alle andere Europese maatregelen tegen het exportoffensief evenmin.
De Europese Commissie wil nu met de vuist op tafel slaan, al heeft het nog geen idee met wat voor dreigementen ze moet komen. Xi pleegt zich echter niets van Europese dreigementen aan te trekken. En zolang China kan reageren met dwangmaatregelen als het afknijpen van de leverantie van zeldzame aardmetalen en andere strategische grondstoffen, wordt het voor de EU heel riskant om de vuist te gebruiken. Donald Trump heeft al ervaren dat economische aanvallen op China averechts kunnen uitpakken.
Ursula von der Leyen kan Xi Jinping voorhouden dat Europa en China elkaar nodig hebben en dat ze in beider voordeel moeten samenwerken op gebieden als klimaat en wapenbeheersing. Ze moet hem ook zeker zeggen dat Europa niet een Amerikaans wingewest is. Als Xi niet naar haar wil luisteren, heeft zij drie opties. Ze kan de China-strategie van Spanje of Canada overnemen, die met Beijing op goede voet staan. Ze kan ook kiezen voor de confrontatie met China en nagaan welke leden en niet-leden van de EU bereid zijn haar daarin te volgen. En ze kan ook geen keuze maken. De ene optie is nog onmogelijker dan de andere.