Latijns-Amerika Verkiezing na verkiezing in Latijns-Amerika wordt gewonnen door populistische radicaal-rechtse politici, die ideologisch gezien dicht bij de Amerikaanse president Trump staan. Of ze echt dikke vrienden worden is de vraag. „Hun nationalistische krijgsmachten voelen er niets voor om door een vreemd land te worden verteld wat ze wel en niet moeten doen.”
De harde aanpak van president Nayib Bukele heeft in El Salvador en daarbuiten veel steun gekregen.
De hoofden gebogen, de voeten aan elkaar gebonden. Bijna driehonderd gevangenen werden half augustus onder zwaar politietoezicht naar een nieuwe megagevangenis in het zuiden van Chili gebracht. President José Antonio Kast keek persoonlijk toe en sprak over „een historische dag”. „We zullen geen volledige veiligheid bereiken als we de staatscontrole binnen de gevangenissen niet terugkrijgen.”
Het beeld had net zo goed uit El Salvador kunnen komen. Daar maakte president Nayib Bukele er de afgelopen jaren zijn handelsmerk van om duizenden vermeende bendeleden op te sluiten in enorme gevangeniscomplexen en ze in massaprocessen met honderden tegelijk te veroordelen. Zijn mano dura, harde hand, werd een politiek exportproduct. In verschillende landen zijn nieuwe megagevangenissen aangekondigd of in aanbouw.
Kast en Bukele zijn geen uitzonderingen in Latijns-Amerika. De afgelopen jaren hebben radicaal-rechtse kandidaten in een groot deel van het continent verkiezingen gewonnen. In Argentinië werd Javier Milei president, in Peru Keiko Fujimori, dochter van de autoritaire oud-president Alberto Fujimori, die werd veroordeeld vanwege mensenrechtenschendingen en corruptie. Ecuador, Costa Rica en Bolivia kozen rechts. In Colombia werd begin augustus Abelardo de la Espriella geïnstalleerd als nieuwe president.
Toch is van een continent dat massaal naar rechts opschuift, geen sprake. „Er is een groep die sowieso rechts stemt, en een groep die steevast links kiest”, zegt Barbara Hogenboom, directeur van Latijns-Amerika-instituut CEDLA in Amsterdam. De marges waarmee verkiezingen worden gewonnen, zijn vaak heel klein. „De middenmoot schippert en geeft de doorslag. Vaak is dat een proteststem en die hoeft niet overtuigd rechts te zijn.”
Hogenboom ziet de beweging daarom minder als een ideologische revolutie dan als een afrekening met zittende regeringen. „Als de economie tegenvalt, prijzen stijgen of mensen zich onveilig voelen, kan een kandidaat die verandering belooft al genoeg zijn. Wat we hadden werkt niet, dus laten we nu iets anders proberen.” Latijns-Amerika beweegt bovendien vaker als een politieke pendule heen en weer tussen links en rechts. De linkse golf die begin deze eeuw over het continent trok, kwam voort uit teleurstelling over eerdere rechtse regeringen en neoliberaal beleid. Nu is het omgekeerd.
Veiligheid is voor veel latino’s nu het belangrijkste thema. Georganiseerde misdaad heeft zich in delen van Latijns-Amerika snel uitgebreid. Drugskartels en andere criminele groepen zijn machtiger geworden en opereren steeds vaker over landsgrenzen heen. In Chili, zegt Patricio Silva, emeritus hoogleraar geschiedenis van Latijns-Amerika aan de Universiteit Leiden, zijn bijvoorbeeld criminele groepen uit Colombia en Mexico zichtbaar geworden. Ook Ecuador, Costa Rica en Peru werden de afgelopen jaren geconfronteerd met een sterke groei van drugsgerelateerd geweld.
Linkse regeringen vinden het volgens Silva moeilijk om hard op te treden. In landen als Chili, Argentinië en Brazilië is het leger historisch verbonden met militaire dictaturen, repressie en mensenrechtenschendingen. „Rechts kan daar een veel eenvoudiger boodschap tegenover zetten: de staat moet niet terughoudend zijn, maar hard optreden”, zegt hij.
In Peru werden de verkiezingen dit jaar gewonnen door Keiko Fujimori, dochter van de autoritaire oud-president Alberto Fujimori, die werd veroordeeld vanwege mensenrechtenschendingen en corruptie.
Daar komt bij dat de harde veiligheidspolitiek het ook in de beeldvorming goed doet. Volgens Hogenboom is de feitelijke onveiligheid niet overal even sterk toegenomen als de politieke aandacht ervoor. „Veiligheid is vooral politiek belangrijker geworden. Het onderwerp doet het goed in media en op sociale media en biedt oppositiepartijen een eenvoudig middel om zittende regeringen aan te vallen.”
Het succes van de Salvadoraanse Bukele versterkt die aantrekkingskracht. Zijn harde aanpak heeft in El Salvador en daarbuiten veel steun gekregen, ondanks kritiek op de rechtsstatelijkheid. „Mensen voelen zich veiliger”, zegt Hogenboom. „Of de juiste juridische procedures zijn gevolgd, vinden mensen dan minder belangrijk.”
De economie speelt ook een grote rol in het stemgedrag van mensen. Economisch doen veel landen het matig, de groei blijft in grote delen van Latijns-Amerika achter bij de verwachtingen, terwijl inflatie voor burgers direct voelbaar is. Volgens Silva heeft links nagelaten economische groei voldoende centraal te stellen. „Ze ervaren een te grote associatie met kapitalisme, waar links zich juist tegen wil afzetten. Maar zonder groei zijn sociale programma’s, die voor een eerlijkere herverdeling zouden moeten zorgen, uiteindelijk niet te financieren.”
Sinds 2000 voerden veel Latijns-Amerikaanse landen hervormingen door die de positie van gemarginaliseerde groepen aanzienlijk verbeterden. Vrouwen, arme bevolkingsgroepen, lhbti+-personen, inheemse gemeenschappen en etnische minderheden kregen meer rechten en erkenning. Die ontwikkeling viel samen met de eerste linkse golf in de regio, maar werd breder gedragen en kon rekenen op steun vanuit het centrum en centrumrechts.
Juist die inclusieve ontwikkeling vormt nu de voedingsbodem voor het conservatisme, blijkt uit het boek The Far Right in Latin America, dat onlangs verscheen. Groepen die het gevoel hebben dat hun traditionele maatschappelijke positie onder druk staat, keren zich tegen de culturele veranderingen rond seksuele diversiteit, gender en minderheden. Zij vinden steeds vaker aansluiting bij rechts, dat zich nadrukkelijk profileert met conservatieve waarden, zoals het traditionele gezin en verzet tegen abortus.
De Argentijnse president Javier Milei feliciteert de pas gekozen Jose Antonio Kast tijdens zijn beëdiging als president van Chili in maart dit jaar.
Een relatief nieuw verkiezingsthema is migratie, dat een politiek wapen is geworden. Miljoenen Venezolanen ontvluchtten de afgelopen jaren hun land, op zoek naar veiligheid, economische zekerheid en meer politieke vrijheid. Dat heeft een nieuw soort angst zichtbaar gemaakt, zegt Hogenboom. Latijns-Amerika kent van oudsher veel grensoverschrijdende migratie en de grenzen tussen buurlanden waren vaak relatief open. Maar de Venezolaanse migratie wordt door rechtse politici steeds nadrukkelijker gekoppeld aan criminaliteit en onveiligheid. „De angst voor de Venezolaan is politiek flink gecultiveerd.”
Daar komt de afkeer van corruptie en autoritaire, linkse regimes bij. Venezuela, Nicaragua en Cuba fungeren voor rechts als afschrikwekkende voorbeelden van wat er gebeurt als linkse leiders zich vastklampen aan de macht. „Deze landen bungelen onderaan de corruptielijstjes en zijn voor rechts een krachtig politiek symbool van hoe het níet moet”, zegt Silva. „Maar of rechtse leiders het zelf beter kunnen, is zeer de vraag.”
Politiek rechts heeft een beladen geschiedenis in Latijns-Amerika. In Chili, Argentinië en Brazilië waren vorige eeuw militaire dictaturen verantwoordelijk voor duizenden moorden, martelingen en verdwijningen van politieke tegenstanders. De Verenigde Staten steunden verschillende van die regimes, om tijdens de Koude Oorlog te voorkomen dat socialistische regeringen aan de macht kwamen.
Toch is de huidige rechterzijde geen kopie van dat oude rechts, dat met staatsgrepen aam de macht kwam. Dit nieuwe, veelal radicaal-rechts, wint verkiezingen. Het combineert economisch liberalisme met cultureel conservatisme, een harde veiligheidskoers en een populistische stijl. En tegelijk, wijst Hogenboom, zijn ook de radicaal-rechtse bewegingen van Milei, Bukele, Kast en De la Espriella onderling heel verschillend.
Wat deze rechtse leiders wel verbindt, is hun bewondering voor de Amerikaanse president Donald Trump: zijn harde veiligheidskoers, zijn afkeer van links en zijn bereidheid politieke tegenstanders en buitenlandse regeringen onder druk te zetten. Het maakt deze nieuwe rechtse golf relevant voor de VS, die onder Trump weer nadrukkelijk naar het zuiden kijken.
De rechtse golf in Latijns-Amerika is niet in Washington bedacht. Maar Trump ziet wel kansen in een continent waarop steeds meer regeringen zijn politieke taal spreken. De Amerikaanse belangstelling voor de regio is onder Trump bovendien veel groter dan in de afgelopen decennia. Dat heeft minder te maken met een groot geopolitiek plan voor Latijns-Amerika, dan met wat de regio de Amerikaanse president kan opleveren: minder migratie, minder drugshandel, toegang tot energie en kritieke grondstoffen. En vooral: minder Chinese invloed in de Amerikaanse achtertuin.
Washington wil de economische verwevenheid met China terugdringen, vooral in strategische sectoren. Het probeert daarom Latijns-Amerikaanse landen dichter tegen zich aan te trekken met zogeheten friend-shoring: productie, grondstoffen en handelsketens verplaatsen naar landen die politiek als betrouwbaar gelden – en China daarvan buitensluiten.
Maar, nuanceert Hogenboom, „de VS hebben Latijns-Amerika tot nu toe niet uitzonderlijk veel economische voordelen weten te bieden”. Volgens de CEDLA-directeur klinkt de Amerikaanse inzet op grondstoffen en nieuwe economische samenwerking veelbelovend, maar blijven concrete investeringen en steun vooralsnog achter bij de beloftes. „Tegelijkertijd stellen de Amerikanen wel meteen eisen: minder samenwerking met China, meer medewerking aan de Amerikaanse strijd tegen drugs en migratie.” De wortel is, zegt ze, een stuk minder zichtbaar dan de stok.
President Donald Trump in maart de verklaring van de Shield of the Americas, een intitatief om de militaire samenwerking tussen de VS en Latijns-Amerikaanse landen te versterken.
Die stok past in een veel ouder Amerikaans verhaal. In de nieuwe Amerikaanse veiligheidsstrategie wordt expliciet gesproken over het in ere herstellen van de Monroe-doctrine. Die doctrine werd ruim tweehonderd jaar geleden geformuleerd en stelde in essentie dat Europese koloniale machten zich niet met het westelijk halfrond moesten bemoeien. In de praktijk groeide dat uit tot een rechtvaardiging voor een bijzondere Amerikaanse invloedssfeer in Latijns-Amerika, waar nu vooral China vanaf moet blijven.
Trump heeft de Monroe-doctrine opnieuw centraal gezet in zijn buitenlandbeleid. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken benadrukte die ambitie onlangs in een ronkende video waarin wordt gesteld dat de Amerikaanse dominantie in de regio „nooit meer in twijfel zal worden getrokken”.
De Shield of the Americas past in diezelfde beweging. Dit in maart gelanceerde initiatief moet de militaire samenwerking tussen de VS en Latijns-Amerikaanse landen versterken, onder meer in de strijd tegen georganiseerde misdaad.
„Inhoudelijk stelt het niets voor”, zegt Silva, die de eerste bijeenkomst van achter zijn laptop live volgde. „Maar de symbolische betekenis was groot. Washington wilde laten zien hoeveel regeringen bereid waren zich achter de Amerikaanse veiligheidsagenda te scharen. Met een duidelijke boodschap voor China: de Verenigde Staten beschouwen het westelijk halfrond opnieuw als hun eigen strategische achtertuin.”
Van buitenaf lijkt het misschien alsof Trump en Latijns-Amerikaanse landen dikke vrienden aan het worden zijn, „maar vergis je niet”, zegt Silva. „De nieuwe rechtse regeringen mogen ideologisch dichter bij Trump staan, ze zijn niet automatisch bereid Amerikaanse belangen te volgen. De krijgsmachten van Latijns-Amerikaanse landen zijn vaak sterk nationalistisch, die voelen er niets voor om door een vreemd land te worden verteld wat ze wel en niet moeten doen.”
Zo zal Chili niet zomaar militairen inzetten voor Amerikaanse oorlogen in andere landen, denkt Silva. „America First wordt door rechtse regeringen ook geïnterpreteerd als Chili First.” Er bestaat dus wel degelijk een grens aan de ideologische nabijheid tot Trump: nationale belangen.
Brazilië wordt een lakmoesproef. Het grootste land en grootste economie van Latijns-Amerika gaat in oktober naar de stembus en die verkiezingen beloven heel spannend te worden. De radicaal-rechtse Flávio Bolsonaro, zoon van voormalig president Jair Bolsonaro, werpt zich op als de erfgenaam van de Braziliaanse conservatieve beweging. Hij wordt openlijk gesteund door Trump. Een overwinning zou Washington een uitgesproken rechtse bondgenoot opleveren in het belangrijkste land van Zuid-Amerika.
Aanhangers van de radicaal-rechtse Braziliaanse presidentskandidaad Flávio Bolsonaro, zoon van voormalig president Jair Bolsonaro, bij een campagnebijeenkomst op het strand van Copacabana in Rio de Janeiro.
Juist Brazilië laat ook zien hoe de Amerikaanse strategie kan terugkaatsen. De huidige president Lula da Silva onderhoudt nauwe banden met China en Rusland, probeert de banden tussen de BRICS-landen (Brazilië, Rusland, India, China, Zuid-Afrika) te versterken en verzet zich tegen Amerikaanse dominantie. Trump heeft hem de afgelopen tijd hard aangevallen en Brazilië hoge importheffingen opgelegd. Hogenboom denkt dat die Amerikaanse druk een nationalistische reactie kan oproepen, die Lula versterkt in plaats van verzwakt.
De vraag is niet zozeer of Latijns-Amerikaanse geestverwanten van Trump gaan botsen met de VS, zegt Silva, maar wanneer. „Uiteindelijk gaat het om belangen, niet om vriendschap.”