Minimal movies De vaandeldrager van de Nederlandse lowbudgetfilm, overleden in 2024, wordt geëerd met de heruitgave van ‘Dagboek van een zwakke yogi’ en met het daarop geïnspireerde ‘How to Survive Hollywood’ van Paul Ruven.
Scène uit de film ‘How to Survive Hollywood’, met op het dashboardscreen ‘Dagboek van een zwakke yogi’.
Dagboek van een zwakke yogi (1993). Regie: Pim de la Parra en Ronald da Silva. Met: Kamaran Abdulla, Manouk van der Molen. Lengte: 82 minuten. Te zien in de bioscoop.
Regie: Paul Ruven. Met: Monica Keena, Martin Copping. Lengte: 81 minuten. Te zien in de bioscoop (vanaf 17 september).
De narrige naamloze chauffeur die in Paul Ruvens How to Survive Hollywood een warrige vrouw oppikt in downtown Los Angeles om haar naar de heuvels van Hollywood te rijden, lijkt in de verte op de man die in Pim de la Parra’s Bezeten (1969) door een gat in de muur gluurt. Zoals iedereen die met een rugzak en twee knuffels bij de bushalte staat, is de vrouw een gelukszoeker in Tinseltown. Dat heeft hij goed gezien. Dat is ook al meteen een hoop informatie, en geheel in de geest van deze raadselachtige lowbudgetfilm, die z’n geheimen pas aan het einde blootgeeft. Voor zo’n type film is het belangrijk dat je van meet af aan het belang van de personages voelt. Ze moeten intrigeren. Dat lukte niet meteen.
How to Survive Hollywood is een hommage aan de vorig jaar overleden De la Parra, op een bepaalde manier zelfs een remake van diens Dagboek van een zwakke yogi (1993). Die film is in de film te zien op het dashboardscreen. Beide films zijn de komende weken in de bioscopen te zien. Dagboek van een zwakke Yogi eerst, en dan How to Survive Hollywood. De logische volgorde.
How to Survive Hollywood is een met weinig middelen gedraaide road movie voor twee acteurs. Ze hebben weinig chemie. De titel is een knipoog naar Ruvens eigen How to Survive a Broken Heart (1991). Survive werd gedraaid met de bosbranden en ontheemding van de „stad der engelen” op de achtergrond. Dat maakt het een intrigerend tijdsdocument. Soms is wat je door de voorruit ziet interessanter dan waar beide hoofdpersonen over praten.
Ruven, die eerder diverse boeken schreef over hoe je het „geheim van Hollywood” kunt kraken, lijkt in deze nieuwe film teleurgesteld in de droomfabriek. De man dwingt de vrouw een pitch te verzinnen die zowel een remake van Dagboek van een zwakke Yogi moet zijn als een vervolg op Halina Reijns Babygirl. Nederland is hot dankzij Halina Reijn, en seks is het enige wat wij te verkopen hebben. Denk ook Paul Verhoeven. Maar denk vooral De la Parra die met Blue Movie (1971) de reputatie van Nederland als blootfilmland vestigde.
De la Parra was om meer redenen belangrijk. Hij maakte met Wan People (1976) de eerste speelfilm in het toen net onafhankelijk geworden Suriname. Ook produceerde hij in de jaren tachtig en negentig een hele reeks zogeheten minimal movies, snel en met weinig geld gemaakte speelfilms om wat beweging in de vastgeroeste Nederlandse filmwereld te krijgen.
Ruven was een van zijn trouwste leerlingen en medewerkers, die onder meer meeschreef aan het scenario van de experimentele relatiekomedie Dagboek van een zwakke yogi (1993). Die film gold als onvoltooid door een tragische samenloop van omstandigheden. Een van de mannelijke hoofdrolspelers kwam om het leven door zelfdoding. En – wat daar overigens niet mee samenhing – het Filmfonds weigerde een afwerkingssubsidie. Ook dat behoort allemaal tot de petite histoire van de grootste dromen van de Nederlandse film.
Scene uit ‘Dagboek van een zwakke yogi’ van Pim de la Parra uit 1993.
Dat alles geeft het belang, maar ook de beperkte scope van de release van beide films aan: die is vooral historisch en persoonlijk interessant, maar niet voor iedereen in alle zalen. Films maak je niet met goede bedoelingen alleen. Al zit er ontegenzeggelijk iets ontroerends en zelfs inspirerends in de toewijding van iedereen die denkt: dan maar low budget, dan maar op mijn eigen voorwaarden, dan maar niet de Hollywoodcode kraken. Maar dan ten minste wel een film. De filmgeschiedenis zit vol voorbeelden van outsiders die opeens doorbraken.
De la Parra’s Bezeten (Engelse titel Obsessions) werd bijvoorbeeld meegeschreven door Martin Scorsese, zoals de kleine filmles van Paul Ruven in de herinnering roept. Het is daarmee een ode aan dingen die anders hadden kunnen lopen. De geest van Pim de la Parra sterft met glorieuze pathos onder het Hollywood Sign.