Home

Olympisch opgepepte spierballenmuziek door Jaap van Zweden en zijn Koreaanse orkest: sneller, hoger, sterker

Klassiek Voor het eerst bracht dirigent Jaap van Zweden zijn Seoul Philharmonic Orchestra mee naar Amsterdam. Twee avonden spektakel, die vooral draaiden om het amusementsgehalte van de klassiekers van Mozart, Beethoven en Respighi.

Jaap van Zweden met het Seoul Philharmonic Orchestra.

Klassiek

Seoul Philharmonic Orchestra o.l.v. Jaap van Zweden m.m.v. het Praags Filharmonisch Koor en diverse solisten. Gehoord: 30 en 31/8, Het Concertgebouw, Amsterdam. Info: https://www.seoulphil.or.kr/?langCd=en

„Broeder Zweden… heb je buikpijn…? Waarom ben je zo snel?”, verzucht een Koreaanse luisteraar onder een video-opname van Mozarts Veertigste symfonie. Jaap van Zweden vliegt inderdaad behoorlijk energiek door het stuk, met die wereldberoemde openingsmaten. Maar het kan nóg sneller, laat hij zondagavond horen in Het Concertgebouw, te gast met hetzelfde orkest: zijn eigen Seoul Philharmonic Orchestra.

Wanneer Van Zweden naar Amsterdam komt, weet je een paar dingen zeker: spektakel is gegarandeerd, de zaal uitverkocht en het publiek uitzinnig. Het Concertgebouw durfde het dus wel aan om hem meteen twee avonden achter elkaar te boeken, als klap op de vuurpijl van de Vriendenloterij Zomerconcerten. De tientallen beschuldigingen van grensoverschrijdend gedrag aan Van Zwedens adres lijken weer vergeten.

Tijdens de zomerstop van de vaste huisorkesten domineren gezelschappen op tournee. Met vooral klassieke hits, sfeerverlichting en kleurrijke bloemstukken bij het orgel mikt de zomerserie in Het Concertgebouw nadrukkelijk op nieuwe luisteraars.

Meer dan de helft van het zomerpubliek komt van buiten Amsterdam; in juli en augustus werden er meer kaarten verkocht aan mensen uit Almere dan uit de Verenigde Staten. Maandagavond zit de honderdduizendste bezoeker van deze editie in de zaal.

Waar klassieke muziek óók razend populair is, is in Zuid-Korea. Jaap van Zweden is er sinds 2024 chef-dirigent van het Seoul Philharmonic Orchestra. Nog niet eerder kwamen ze samen naar Amsterdam.

De bloemstukken zijn vast opgeborgen voor het afsluitende zomerconcert op maandagavond, want voor Beethovens Negende symfonie is het complete podium nodig: ook het tachtigkoppige Praags Filharmonisch Koor is van de partij. Best toepasselijk, zo’n ode aan de volkenverbroedering met een Koreaans orkest, een koor uit Tsjechië en een publiek van Almere tot Amerika.

Een mooie vondst is de koppeling aan John Adams’ weinig gehoorde stuk The wound-dresser, voor bariton en orkest. Walt Whitmans tekst, gebaseerd op zijn ervaringen als verzorger van gewonde soldaten in de Amerikaanse Burgeroorlog, legt in grafische beschrijvingen de gruwelen van het slagveld bloot. De actualiteit is pijnlijk voelbaar; des te indringender kan Beethovens roep om verbroedering binnenkomen.

Olympische proporties

Sport verbroedert, moet Jaap van Zweden hebben gedacht. Zijn Negende is er eentje van Olympische proporties – sneller, hoger, sterker. De vaart zit er flink in, muzikale zinnen worden zonder adempauze aaneengeregen, iedere stilte die nog enige betekenis zou kunnen dragen wordt zo kort mogelijk gehouden. Motieven volgen niet uit elkaar, maar simpelweg op elkaar. Het orkest beent Van Zweden gedisciplineerd bij, maar boet in aan helderheid en balans.

Aan de musici ligt het niet. De strijkers uit Seoul klinken soepel, de houtblazers lekker rond, en het koor vuurt zijn eerste inzet („Freude! Freude!”) vlijmscherp de zaal in. Maar op Van Zwedens tempo wordt de bekende Ode an die Freude één brok muzikale massa. Spectaculair is het wel: op steroïden vliegt Beethoven over de eindstreep.

De avond ervoor brengt het Seoul Philharmonic Orchestra muziek van eigen bodem. Componist Jae-il Jung (1982), bekend van de muziek voor de Koreaanse hitserie Squid Game en de kaskraker Parasite, schreef in opdracht van Van Zweden het onderhoudende orkestwerk Inferno. Dreigende, wrange akkoorden vormen de opmaat voor een lyrische melodie in de warme strijkers. Episodes wisselen elkaar als filmscènes af, tot de laatste noot langzaam wegebt.

En dan die Veertigste symfonie (waarom zo snel, broeder Zweden…?). Drama in muziek is een spel van opbouw en contrast, maar zelfs het langzame deel kan hier maar één kant op: halsoverkop naar voren.

Na de pauze is er wat meer rust, in Mendelssohns Vioolconcert. Solist Bomsori Kim blinkt vooral in het zangerige tweede deel uit met haar fluwelige vioolklank. Het is een bijzondere avond, vertelt ze het publiek: „samen met het orkest uit mijn thuisland en úw dirigent”. Als toetje Fritz Kreislers Schön Rosmarin, in een speciaal voor Bomsori gearrangeerde soloversie.

Van rozemarijn naar pijnbomen: in het symfonisch gedicht Pini di Roma kan het Seoul Philharmonic écht laten horen wat het in huis heeft. En dat is een hoop: hechte samenklank, zwierende strijkers, heerlijk zwoel pianospel. De trompetsolo op de gang had wat meer uit de verte mogen klinken, maar Respighi is het hoogtepunt van de avond, feestelijk afgetopt met een Slavische dans van Dvořák als toegift.

Klassieke muziek

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next