Tennis Hij won drie grandslams in een periode dat het tennis volledig werd gedomineerd door Nadal, Federer en Djokovic. Op de US Open speelde de Zwitser zijn laatste grandslam. „Dit jaar heb ik mijn grens bereikt.”
Stan Wawrinka na zijn nederlaag tegen Berrettini.
Al ruim voor aanvang van de eersterondepartij van Stanislas Wawrinka tegen Matteo Berrettini, zit Grandstand, het derde grote stadion van de US Open, tjokvol. Als de Zwitser de baan opkomt, klinkt een daverend applaus. Hoewel ook Berrettini geliefd is onder tennisfans, komen ze vandaag voor ‘Stan the Man’. Tien jaar geleden won hij hier, bij de US Open, zijn derde en laatste grandslamtitel. Nu maakt hij zich op voor waarschijnlijk zijn allerlaatste grandslamwedstrijd.
Dit seizoen is één grote afscheidstournee voor de voormalige nummer drie van de wereld. Overal waar hij voor het laatst komt, of het nu Roland Garros is of het ATP-toernooi in Rotterdam, wordt hij warm onthaald. Wawrinka heeft zich geliefd gemaakt in de tenniswereld, zowel bij het publiek als bij collega’s. Door zijn bereidheid altijd hard te werken, maar zeker ook door zijn speelstijl. En omdat hij er als een van de weinigen in slaagde om de Grote Drie – Novak Djokovic, Rafael Nadal en Roger Federer – in hun hoogtijdagen consistent uit te dagen en zelfs meerdere grandslamtitels te winnen.
Wawrinka’s spel is vooral bekend vanwege zijn enkelhandige backhand, een elegante slag die een zeldzaamheid is geworden in het moderne tennis. Die van Wawrinka staat bekend als een van de mooiste, misschien zelfs mooier dan die van landgenoot Roger Federer. „Elke speler zal worden herinnerd aan de hand van een oneliner”, zei een van de Britse Eurosport-commentatoren na de wedstrijd tegen Berrettini. „Die van Wawrinka zal zijn: wauw, wat een backhand!”
Als de bal op heuphoogte komt, kan hij verwoestend uithalen, vertelde Richard Krajicek in februari aan NRC. Als toernooidirecteur haalde Krajicek Wawrinka acht keer naar Rotterdam, ook was hij in 2016 één grasseizoen zijn coach.
Wawrinka is niet bepaald de snelste op de baan, maar daarvoor compenseert hij met harde slagen, waarmee hij toch veel rally’s kan domineren. Zijn speelstijl brengt hem ver. Al in 2008 bereikte hij voor het eerst de top-tien, op drieëntwintigjarige leeftijd, en won hij samen met Roger Federer goud op de Olympische Spelen. Maar pas in 2013 begon de weg naar zijn echte piek. „Jarenlang stond ik in de top-twintig van de wereld”, zei hij eerder dit jaar in Rotterdam. „Ik was een goede speler, blij met waar ik was. Maar ik wilde meer, ik wilde mezelf tot het uiterste drijven.”
Dat lukte. Wawrinka haalde op de US Open van 2013 voor het eerst de halve finale van een grandslamtoernooi. Een half jaar later won hij de Australian Open. In de kwartfinale versloeg hij in vijf sets Djokovic, van wie hij al sinds 2006 niet meer gewonnen had. In de finale trof hij een geblesseerde Rafael Nadal. Maar de Spanjaard gaf toe dat Wawrinka ook had kunnen winnen als hij wél een volledig fitte tegenstander had getroffen.
Dat Wawrinka ook grandslamtitels kon winnen van een fitte tegenstander, liet hij de twee jaar erna zien. In de finale van Roland Garros in 2015 stond hij tegenover Djokovic. De Serviër had eerder in het toernooi Nadal verslagen, dan negenvoudig kampioen op het gravel in Parijs.
Maar Wawrinka bleek simpelweg te sterk voor hem. Hij speelde agressief, verstoorde het ritme van Djokovic met harde klappen van zijn backhand en sloeg winners met zijn forehand. Na vier sets kon hij zich meervoudig grandslamkampioen noemen, iets wat naast de Grote Drie alleen Andy Murray in die periode lukte. Een jaar later won Wawrinka opnieuw van Djokovic in de finale van de US Open.
Wawrinka na zijn overwinning op Roland Garros tegen Novak Djokovic.
In 2017 stond Wawrinka nog één keer in een grandslamfinale, op Roland Garros, maar die verloor hij in drie sets van Nadal. Vanaf dat moment gaat het bergafwaarts. Hij verliest op Wimbledon in de eerste ronde, een knieblessure betekent het einde van zijn seizoen. Ook in 2018 speelt hij weinig, en als hij in de eerste ronde van Roland Garros verliest, valt hij in één klap van plek dertig op de wereldranglijst naar plek 263.
Hij vecht zich nog wel terug op de wereldranglijst, in 2020 zelfs nog tot in de top twintig, maar het lukt niet meer consistent. Na 2017 wint hij geen enkele titel meer. Toch blijft hij doorgaan, gedreven door de liefde voor het spel. „Een van de redenen dat ik zo lang ben doorgegaan, is om van dit soort momenten te kunnen genieten”, zegt hij na zijn laatste wedstrijd op Wimbledon dit jaar, die hij in vier lange, spannende sets van Berrettini verliest.
Even lijkt Wimbledon zijn laatste grandslamtoernooi te worden, want in eerste instantie krijgt Wawrinka geen wildcard voor de US Open. Op het laatste moment blijkt hij toch te kunnen meedoen. Berrettini wordt opnieuw zijn tegenstander in de eerste ronde.
De eerste twee sets gaan naar de Italiaan, maar zijn wel degelijk spannend. Maar na de tweede verloren tiebreak gaat het hard. De allerlaatste set van Stan the Man eindigt in een droevige 6-0. Misschien is het dan toch écht op. „Ik hou zoveel van dit spel dat ik heb geprobeerd mezelf tot het uiterste te drijven”, vertelt hij het publiek. „Dit jaar heb ik mijn grens bereikt.”