Klimaat Onderzoekers boorden in duizend jaar oude fossiele koraalskeletten. Ze vonden een sterk verband tussen klimaatverandering en het periodieke natuurverschijnsel dat wereldwijd voor ontregeling zorgt.
Een onderzoeker van het Amerikaans meteorologisch instituut NOAA boort in het skelet van een stuk koraal.
Terwijl de wereld zich schrap zet voor de zwaarste El Niño ooit gemeten, groeit het bewijs dat dit weerfenomeen in de afgelopen jaren sterker is geworden door klimaatverandering. Dat lijkt misschien logisch, El Niño wordt tenslotte veroorzaakt door een periodieke opwarming van het zeewater in de Stille Oceaan, dat door klimaatverandering toch al opwarmt. Toch ontbrak het lange tijd aan duidelijk wetenschappelijk bewijs voor een dergelijk verband.
El Niño vindt gemiddeld eens in de twee tot zeven jaar plaats en ontregelt dan het wereldwijde klimaat. Het zorgt voor extreem weer zoals orkanen en hevige regenval op de ene plek en veroorzaakt elders juist extreme droogte. Het vergroot bovendien de kans op natuurrampen zoals overstromingen, aardverschuivingen en mislukte oogsten. Om de gevolgen van klimaatverandering in kaart te brengen, willen wetenschappers graag weten hoe dit periodieke weerfenomeen zich de komende tijd zal ontwikkelen.
Een vorige week VERSCHENEN studie in het wetenschappelijk tijdschrift Science toont duidelijker dan ooit wat de samenhang is tussen El Niño en het veranderend klimaat. Een grotendeels Amerikaanse groep onderzoekers verzamelde fossiele skeletten van koraal op en rond de Galapagoseilanden, in het oosten van de Stille Oceaan. Dat is precies het gebied waar de periodieke opwarming van het zeewater doorgaans het sterkst is. Aan de hand van het koraal brachten ze schommelingen in de watertemperatuur in kaart die plaatsvonden in de duizend jaar voorafgaand aan de industriële revolutie.
De onderzoekers concluderen dat het verschil tussen de hoogste en laagste zeewatertemperaturen in de jaren van 1990 tot 2010 ruim 36 procent groter was dan in de periode vóór de industriële revolutie. Vergeleken met de periode van 1850 tot 1990 is het verschil tussen warm en koud met 16 procent toegenomen. Ze zien bovendien dat die toegenomen variatie vooral samenhangt met een toename van uitzonderlijk warme periodes, een aanwijzing dat het hier gaat om steeds sterkere El Niño’s.
Dat El Niño tegenwoordig sterker is dan voorheen, was lange tijd lastig aan te tonen. Dat heeft ermee te maken dat de kracht van het fenomeen relatief sterk wisselt van jaar tot jaar. Om een duidelijke trend te ontdekken is het nodig om de watertemperaturen over periodes van meer dan honderd jaar te analyseren en zulke gegevens ontbreken simpelweg voor dit deel van de Stille Oceaan.
Koraal biedt daarbij een uitkomst, omdat het sterk reageert op de temperatuur van het water waarin het zich bevindt. Door aan de hand van fossielen de groei van het koraal te analyseren, is terug te rekenen hoe warm het zeewater in een bepaald jaar was, vergelijkbaar met de groeiringen in een doorgezaagde boomstam. De onderzoekers boorden gaten in koraalfossielen op het land en onder water en legden monsters van verschillende Galapagoseilanden naast elkaar voor een zo compleet mogelijk beeld van de geschiedenis.
KNMI-onderzoeker Gerard van der Schrier is onder de indruk van de „supergedetailleerde reconstructie” die de onderzoekers hebben gemaakt, zegt hij in een schriftelijke reactie aan NRC. Hij noemt het onderzoek „een mooie aanvulling”, maar waarschuwt ook voor al te snelle conclusies. Het is volgens hem niet met zekerheid vast te stellen dat koraal duizend jaar geleden op precies dezelfde manier reageerde op temperatuurschommelingen als nu.
Eerder onderzoek maakte ook al gebruik van koraalfossielen om de ontwikkeling van El Niño in kaart te brengen, maar vond een minder duidelijke samenhang met klimaatverandering. Dat zou te maken kunnen hebben met de locatie waar die fossielen waren verzameld, oppert de Franse klimaatwetenschapper Julien Emile-Geay in het wetenschappelijk tijdschrift Nature, naar aanleiding van het vorige week verschenen Science-onderzoek – waarbij hij niet betrokken was. Het eerdere onderzoek gebruikte koraal uit andere gebieden in de Stille Oceaan die minder direct de gevolgen van El Niño ondervinden. Volgens Emile-Geay lijkt dat op een arts die iemands hartslag onderzoekt door een stethoscoop op de enkel te plaatsen. Het nieuwe onderzoek noemt hij dan ook „geweldig”.
De Galapagoseilanden liggen „in het hart van El Niño”, zegt hoofdonderzoeker Julia Cole in datzelfde artikel. Ze hoorde in 2006 voor het eerst over koraalfossielen op afgelegen plekken in de eilandengroep en verzamelde sindsdien, samen met haar collega’s, duizenden monsters uit het gebied. Ze benadrukt dat de resultaten nog niet betekenen dat El Niño’s in kracht zullen blijven toenemen naarmate de aarde verder opwarmt. „Koralen bieden ons een tijdmachine om in het verleden te kijken”, zegt Cole. „Ze bieden ons geen tijdmachine om in de toekomst te kijken.”
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin