Horror In deze Australische film komt de liefde van twee jongens onder vuur te liggen als de kerk één van hen van door een spirituele conversietherapie sleept.
Stacy Clausen en Joe Bird als twee geliefden in de film ‘Leviticus’.
Voor de Australische filmmaker Adrian Chiarella was de toename van homofobie aanleiding een horrorfilm te maken die zijn naam ontleent aan het Bijbelboek Leviticus. Daarin staat een vers dat de film niet citeert, maar die verhelderende context biedt bij Chiarella’s krachtige debuut: „Wie met een man het bed deelt als met een vrouw, begaat een gruweldaad. Beiden moeten ter dood gebracht worden en hebben hun dood aan zichzelf te wijten.” Op zichzelf al pure horror.
Chiarella’s debuutfilm Leviticus sluit aan bij een nieuwe golf sterke Australische horrorfilms die met The Babadook (Jennifer Kent, 2014) begon en ook regisseurs opleverde als Michael en Danny Philippou, de tweelingbroers die wereldwijd doorbraken met Talk to Me (2022) en Bring Her Back (2025).
Na de dood van zijn vader is de 17-jarige Naim samen met zijn religieuze moeder (een bijrol van Mia Wasikowska, tevens een van de uitvoerende producenten) verhuisd naar een stoffig Australisch provinciestadje waar weinig te doen is. Hij raakt bevriend met de blonde krullenbol Ryan, een vriendschap die leidt tot stoeien in een verlaten fabriekshal. Als Naim zijn geliefde betrapt met een andere jongen, vertelt hij diens conservatieve ouders in een vlaag van jaloezie dat hun zoon gay is.
Er volgt een soort conversietherapie in de kerk, die doet denken aan een exorcisme-ritueel, waarna er vreemde dingen gebeuren. Het volstaat te vermelden dat de gruwelen minder expliciet zijn dan in de gemiddelde horrorfilm. Chiarella concentreert zich vooral op de emotionele gevolgen van het gay-exorcisme op de twee jongens, die gevaar lopen als ze alleen met elkaar zijn: „ze willen dat wij ons bang voelen.”
Scène uit ‘Leviticus’, Ryan (links)en Naim.
Liefde slaat om in hevig wederzijds wantrouwen en de grote vrees met „dit ding” te moeten leven. „Dit ding” openbaart zich in fysieke vorm, maar Chiarella toont het spaarzaam. Het blijft meestal buiten beeld of wordt geïmpliceerd, waardoor het metaforisch op te vatten is als de manifestatie van homoseksualiteit die angst aanjaagt, zelfs voor wie gay is.
Leviticus prikkelt niet alleen inhoudelijk, maar is ook visueel indrukwekkend. Hij staat in de traditie van Australische outback horror waarin het landschap huiveringwekkend is. In Leviticus is het een desolate industriële omgeving met hoge elektriciteitsmasten, grote graansilo’s en dorre velden met gevaarlijke slangen. Niet echt een omgeving voor een opbloeiende liefde tussen twee jongens, die bovendien hun verlangens beurtelings exploreren – een mooie, tedere seksscène in een bus – en gewelddadig moeten onderdrukken. Dat kan niet goed gaan.