Serie De verfilming van de roman van Gabriel García Márquez, over opkomst en ondergang van een stadje, legt de nadruk op de strijd tussen de nietige mens en de machtige natuur.
De begrafenis van stamvader José Arcadio Buendía in de serie ‘One Hundred Years of Solitude’.
Hoezo ‘grote finale’? Netflix gebruikte deze aanduiding om kijkers lekker te maken voor de zestiende en laatste aflevering van de boekverfilming Cien años de soledad (Honderd jaar eenzaamheid). Maar juist aan het slot van Gabriel García Márquez’ meesterwerk uit 1967 wordt alles uitgesproken klein. In de roman: „[…] en dat alles, wat daarin beschreven stond, voor altijd en eeuwig onherhaalbaar was, omdat de geslachten, die gedoemd zijn tot honderd jaar eenzaamheid, geen tweede kans krijgen op aarde.”
Bovendien hadden we in de allereerste beelden van de serie de hoofdelementen van dat kleine einde gezien: het boek, de gestorvene in het kraambed, de rode mieren. Om nog maar te zwijgen van de varkensstaart, die steevast bij de aankondiging van de serie in beeld verscheen.
Zeker is dat de makers het tempo in de loop der afleveringen flink hebben opgevoerd. In de eerste afleveringen – waarin stamvader José Arcadio Buendía het dorpje Macondo sticht – kreeg je nog het idee dat de makers elke bijzin uit de roman wilden verbeelden, wellicht uit angst voor de toorn van de talloze Gabo-aficionados die niet zouden dulden dat het meesterwerk van hun held geweld zou worden aangedaan. Of dat de auteur zelf (bij leven mordicus tegen de verfilming van zijn boek) zich vanuit de andere wereld in de situatie zou mengen – er gebeuren wel wonderlijker zaken in het universum van García Márquez.
Op weg naar de ‘grote finale’ werd de reeks juist een paard dat de stal ruikt. Zo begon de voorlaatste aflevering met de zondvloed die Macondo teistert: „Het regende vier jaar, elf maanden en twee dagen.” In het boek hebben we op hetzelfde punt nog een kwart van de vertelling te gaan.
Het gevolg is dat er hier en daar wat subtiliteiten verloren zijn gegaan, zoals bij de dood van de tweelingbroers José Arcadio Segundo en Aureliano Segundo. Namen en bijbehorende karakters gaan in het boek over van generatie op generatie, maar bij deze twee lijkt het omgekeerd te zijn: deze Aureliano gedraagt zich als een typische José Arcadio en vice versa. Het leidt ertoe dat hun overgrootmoeder Úrsula ervan overtuigd is dat de twee als baby’s verwisseld zijn.
Uiteindelijk sterven de mannen op dezelfde dag en worden ze in identieke kisten gelegd, schreef García Márquez: „In de drukte van het laatste uur, toen de overledenen uit huis werden gehaald, werden de kisten door de bedroefde, enigszins aangeschoten dragers verwisseld en bijgezet in de verkeerde graven.”
Het is een wending die je een lezersleven niet meer vergeet, maar die de serie niet heeft gehaald: hier verdwijnen de broers, gewikkeld in lakens, de gezichten naar elkaar toe gekeerd – zoals je je een tweeling in de baarmoeder voorstelt. Móói – maar een stuk normaler.
Bij aanvang van de slotaflevering heeft de grote krimp in Macondo en in de familie Buendía al ingezet. De wereld van de serie, die aanvankelijk groter en groter werd, is aan het verkruimelen. Het dorp raakt in verval en dat geldt ook voor het huis van de familie Buendía. Men sterft. Het laatste duo uit de stamboom bestaat uit een José Arcadio en een Aureliano die elk op hun eigen manier in het verleden leven. Met recht een kleine finale dus – behalve in omvang, want voor de door Laura Mora geregisseerde aflevering is zeven kwartier uitgetrokken.
Hier en daar veroorloven de makers zich inmiddels speelsheden. Wanneer een van de laatste karakters Macondo per trein verlaat, staat er Aracataca op het bord: dat is de geboorteplaats van Gabriel García Márquez, waar hij Macondo deels naar modelleerde.
Scène uit ‘Honderd jaar eenzaamheid’.
Zonder knipogen, in diepe ernst voltrekt zich het einde: Aureliano en zijn tante Amaranta Úrsula (al kennen zij hun stamboom niet precies) beleven tussen de overal opschietende bloemen in het vervallen familiehuis een paradijselijke liefde. Verder is er niemand meer over in Macondo. Deze Adam en Eva zijn echter niet de eersten, maar de laatsten. De tragische afwikkeling van hun lot is buitengewoon aangrijpend, zelfs als je het vaker hebt gelezen dan je je kunt herinneren.
Hoe trouwhartig de makers van de serie het boek ook gevolgd hebben, er is een element dat in het visuele spektakel dat Cien años de soledad óók is, extra de aandacht trekt: de verhouding tussen mens en natuur. De klassieke opvatting over de roman is dat die weliswaar een familiegeschiedenis is, maar bij uitbreiding die van een dorp, een land, een continent en uiteindelijk die van de mensheid.
De Bijbelse elementen komen in de serie nadrukkelijk naar voren en de natuur is steeds zéér aanwezig; in de zoektocht van de allereerste José Arcadio Buendía naar een nieuwe plek om te wonen en de weerbarstigheid van de natuur. Vervolgens in de nieuwsgierigheid van dezelfde stamvader om de wereld door wetenschap te begrijpen („De aarde is zo rond als een sinaasappel”) en daarna zijn pogingen om als alchemist de natuur te beheersen. Steeds weer lopen de karakters in Honderd jaar eenzaamheid tegen de grenzen aan van hun vermogens om de natuur te temmen – het lijkt wel een allegorie van wat de mens nu overkomt in het snel opwarmende klimaat.
Vandaar ook dat het laatste woord in Cien años de soledad aan de natuur is; in de vorm van een storm die Macondo van de aardbodem veegt. Er is dan nog slechts één personage over. In de laatste minuten is alleen de storm nog aan het woord, als een omgekeerde oerknal. Alles wordt weer klein – een groots slot.