HJ Schoo-lezing Vanwege de onderhandelingen over het begrotingsakkoord leek het er even op dat CDA-leider Henri Bontenbal niet naar De Rode Hoed kon komen voor de HJ Schoo-lezing. Hij kwam toch, met een verhaal waarin ‘veerkracht’ centraal stond.
Henri Bontenbal tijdens de HJ Schoo-lezing in de Rode Hoed.
„Hoe was uw weekend?” vraagt CDA-leider Henri Bontenbal met een besmuikt lachje aan het publiek. Hij staat maandagavond op het podium van De Rode Hoed in Amsterdam, om de achttiende HJ Schoo-lezing te geven. Hij zal verder weinig gelachen hebben deze dag. Zondag heeft hij met de coalitie tot diep in de nacht vergaderd over de begroting voor 2027. Maandag gingen ze verder en in de middag waren ze nog niet klaar, terwijl Bontenbal zijn toespraak nog niet af had.
Even leek het erop dat de HJ Schoo-lezing niet door kon gaan. En dat terwijl de lezing, jaarlijks georganiseerd door weekblad EW, wordt gezien als de officieuze opening van het parlementaire jaar. Zo’n beetje ieder jaar gebeurt het dat een stukje van de toespraak onderdeel wordt van het politieke geheugen. Zoals de uithaal van toenmalig D66-leider Sigrid Kaag in 2021 naar toenmalig demissionair premier Mark Rutte (VVD). Hij „regelde en ritselde, zonder visie”, aldus Kaag.
Maandag aan het eind van de middag kwam de coalitie in Den Haag eindelijk tot een akkoord. En tegen het begin van de avond had Bontenbal zijn speech af. Hij kon toch naar Amsterdam komen.
Het waren pittige onderhandelingen, tussen de top van D66, VVD en CDA. Eigenlijk moest het minderheidskabinet van premier Rob Jetten (D66) de begrotingsstukken vrijdag al naar de Raad van State sturen, maar die deadline werd gemist doordat de partijen het niet eens konden worden. Ingewijden zeiden tegen NRC dat het er „bits”, „hard” en „kut” aan toeging de afgelopen dagen.
Bontenbal – die wat moe uit zijn ogen kijkt, maar verder energiek overkomt – zegt er weinig over in zijn toespraak. Alleen op het einde even: hij heeft het over het minderheidskabinet dat alleen zal „lukken alle politieke partijen, coalitie en oppositie, het gedrag laten zien dat bij een minderheidskabinet past”. Dan zegt hij: „Dat een politieke cultuur niet binnen een paar maanden is veranderd, vind ik niet gek. Weinig is zo lastig als cultuurverandering. Dat heeft tijd nodig en leren we door het te doen. En na onszelf een weekend op te sluiten hebben we daarin weer veel geleerd.”
Bontenbal lijkt hiermee te verwijzen naar de VVD, die tijdens de onderhandelingen lijnrecht tegenover zijn partij en D66 stond en die nauwelijks bereid was om water bij de wijn te doen. Maar waar vorige sprekers de HJ Schoo-lezing vaak gebruikten om uit te halen naar andere politici, is het duidelijk dat de CDA-leider geen kwaad bloed wil zetten. Dat zou ook niet passen bij het soort politiek dat het CDA volgens hem wil bedrijven. Hij heeft het over „zelfbeheersing en matiging in het politieke bedrijf” die hij „de deugd van gematigdheid” noemt. Hij heeft het ook over „de deugd van moed” en dan bedoelt hij „moed om politieke keuzes te maken die nodig zijn, maar niet door iedereen toegejuicht worden”.
Het is een degelijk verhaal, een verhaal dat het CDA onder Bontenbal al langer vertelt. Hij wil van het CDA weer een echte middenpartij maken. Het is ook een verhaal dat klem zit tussen dat van D66 en de VVD, die zich veel duidelijker weten te profileren en beter hun stempel op de coalitie weten te drukken.
Met de HJ Schoo-lezing lijkt Bontenbal een nieuwe poging te doen om zijn CDA te profileren, met datzelfde verhaal. Het is een meanderende speech met als overkoepelend thema ‘veerkracht’. Daar kun je heel veel onderwerpen op betrekken, zo blijkt. Hij filosofeert uitgebreid over geopolitieke onrust, zorgelijke technologische ontwikkelingen, de mentale gezondheid van jongeren, economische ongelijkheid.
Na dit „stukje college christendemocratische filosofie” wordt Bontenbal concreter. Hij doet allerlei praktische aanbevelingen om de samenleving veerkrachtiger te maken. Hij pleit voor goede verlofregelingen voor „het versterken van families”, stelt voor om honderd wijken voor tien jaar één miljoen euro te geven om hun gemeenschap sterker te maken, en hij zou graag zien dat mensen een cursus ‘Nederland Voorbereid’ volgen. In die cursus leer je hoe je moet reanimeren en wat je moet doen als de stroom dagenlang uitvalt.
Hij neemt steeds de klassieke CDA-afslag totdat het over migratie en integratie gaat. Dan lijkt hij een flauwe bocht naar rechts te maken. Hij zegt dat de „weerstand tegen migratie” op „een dieper niveau” begrepen moet worden: „Als een verlangen naar geborgenheid. Naar een samenleving die herkenbaar en begrijpelijk blijft.” Hij prijst daarom de „slimme vondst” van D66 die vorig jaar voor de Tweede Kamerverkiezingen campagne voerde met de Nederlandse vlag.
Het doet denken aan de brief die Bontenbal deze zomer publiceerde, waarin hij uitlegt waarom hij geen voorstander is van een kinderpardon voor de familie Babayants. Dat is een uitgeprocedeerde Oezbeekse familie die al geruime tijd in ‘kerkasiel’ in Kampen zit. Binnen het CDA is er altijd veel discussie geweest over het kinderpardon. Voorstanders wijzen op de christelijke barmhartigheid die zo belangrijk is voor het CDA. Zo ook een groep CDA-prominenten die kritisch waren op Bontenbals brief.
In zijn lezing maakt Bontenbal een grapje over het „gemeenschappelijke verhaal” dat Nederland volgens hem nodig heeft. Hij zegt dat hij verwacht dat D66 tijdens een volgende campagne voorstelt om basisscholen te verplichten het Wilhelmus aan kinderen te leren. Dat was ooit een idee van oud-CDA-leider Sybrand Buma dat D66 niet kon waarderen. Het publiek in De Rode Hoed lacht hartelijk.