Elco Brinkman (1948-2026) | politicus en bestuurder Hij gold als ‘CDA-kroonprins’, maar het leiderschap van de christen-democraten eindigde voor Elco Brinkman in een historische verkiezingsnederlaag. Zijn rechtlijnigheid als minister en imago als ‘de man met de laserogen’ wekten zowel bewondering als irritatie. Later keerde hij terug in de Eerste Kamer, waar hij klaagde dat de politiek te veel draait om „de laatste stem binnenharken”.
Elco Brinkman was politicus, ambtenaar en bestuurder.
Begin jaren negentig was hij de grote belofte, maar de carrière van Elco Brinkman bij het CDA eindigde uiteindelijk in een drama. De man die de stroperige staat weleens zou gaan aanpakken, belandde zelf in het politieke moeras. Het is de tragiek die de op 78-jarige leeftijd overleden Brinkman bleef achtervolgen. Als opvolger van de electoraal uitermate succesvolle premier Ruud Lubbers ging hij in 1994 de verkiezingen in, maar verloor 20 zetels waardoor het CDA er nog maar 34 overhield en de decennialange dominantie van de partij in het landbestuur was verbroken. PvdA-leider Wim Kok werd premier en voor het eerst in de parlementaire geschiedenis werden de christen-democraten naar de oppositie verbannen.
De gang van zaken rond Brinkman was een klassiek geval van een kroonprinsendrama waarbij de koning en de troonopvolger elkaar steeds meer in de weg gaan zitten. Aangewezen door Lubbers als opvolger en uiteindelijk, vlak voor de verkiezingen, afgeserveerd door dezelfde Lubbers. „Naar mijn overtuiging is nu echt het moment aangekomen dat Elco als lijsttrekker terugtreedt”, schreef Lubbers een maand voor de verkiezingen, in een nooit-verstuurde brief aan de CDA-partijtop.
Brinkman had alles in zich om het in 1982 door Lubbers begonnen no-nonsensebeleid voort te zetten. Op 34-jarige leeftijd was hij naar Lubbers’ eerste kabinet gehaald om minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur te worden. Hij kwam van een toppositie bij het ministerie van Binnenlandse Zaken waar hij op aandringen van minister Hans Wiegel (VVD), die wel wat behoefte had aan ambtelijke verjonging, was neergezet.
Opgegroeid als burgemeesterszoon in de Alblasserwaard kende Brinkman het openbaar bestuur van binnenuit. Toen Lubbers hem vroeg minister te worden, belde Brinkman zijn vader voor advies. „Je bent te jong”, zei die. Maar de moeder van zijn vrouw Janneke zei: „Waarom niet, je kan het best.”
Elco Brinkman slaapt op de achterbank van de campagnebus in 1994.
Jeugdige onbezonnenheid was hem niet vreemd. Nog maar net aangetreden werd hij in de Tweede Kamer door PvdA-leider Joop den Uyl tot de orde geroepen, omdat hij zich in een vraaggesprek met het weekblad Vrij Nederland laatdunkend over de Tweede Kamer had uitgelaten. Er mocht wel wat meer respect voor de besluiten van een minister worden getoond, vond hij. Brinkman bood z’n excuses aan.
Rechtlijnig kon hij ook zijn. In 1985 weigerde Brinkman de P.C. Hooftprijs uit te reiken aan schrijver en columnist Hugo Brandt Corstius, omdat hij vond dat iemand die „het kwetsen tot instrument had gemaakt” niet „beloond” mocht worden met een staatsprijs.
„De man met de laserogen”, werd Brinkman genoemd. Een beeld dat cabaretier Kees van Kooten versterkte door het streng kijkende typetje dat hij op de politicus baseerde.
Als minister had Brinkman de taak fors te bezuinigen in de welzijns- en cultuursector. Ondanks het brede verzet tegen de vele maatregelen – ook hij moest weleens een taart incasseren – deed hij dit met verve. Om die reden werd Brinkmans ministerschap dan ook in 1986 onder het tweede kabinet-Lubbers geprolongeerd.
Zijn ministerschap was in de ogen van Lubbers een prima leerschool voor het grotere politieke werk. Toen die in 1989 in zijn derde kabinet de VVD had ingeruild voor de PvdA als coalitiepartner, werd op Lubbers’ voorspraak Brinkman CDA-fractievoorzitter. Vanaf dat moment kreeg deze het etiket ‘CDA-kroonprins’.
Zo ging hij zich ook gedragen tegenover de stroef lopende coalitie. Vanaf de zijlijn werd het kabinet door Brinkman – die zijn mediamomenten met behulp van zijn voorlichter, de latere RTL-journalist Frits Wester, zorgvuldig uitkoos – aangespoord tot meer daadkracht. „Het speelkwartier is voorbij”, waren destijds fameuze woorden van Brinkman. Dat irriteerde niet alleen coalitiepartner PvdA, maar ook Lubbers, die Brinkman naar voren had geschoven als opvolger. Waar bijvoorbeeld Lubbers moeizaam met de PvdA tot een compromis over bezuinigingen op de WAO kwam, ging Brinkman met de oppositionele VVD in gesprek.
Een week voor de verkiezingen van 1994 escaleerde de onderhuidse spanning toen Lubbers openlijk verklaarde niet op Brinkman te zullen stemmen, maar op de nummer drie van de kandidatenlijst, Ernst Hirsch Ballin. Later zei Lubbers hierover dat hij zich „zeer deloyaal” had gedragen.
Aan de dramatisch verlopen verkiezingen verbond Brinkman geen consequenties door onmiddellijk op te stappen, maar hij bleef aan. Pas toen in augustus 1994 het eerste kabinet-Kok was gevormd, legde hij het CDA-leiderschap neer en vertrok uit de Tweede Kamer.
Brinkman werd voorzitter van de bouwwerkgevers, bekleedde talloze nevenfuncties en werd tweemaal getroffen door de ziekte van non-hodgkin. „Ik vergaderde mijn billen bloot”, scheef Brinkman in 2019 in zijn memoires. Vanwege al die bijbanen riep de Erasmus Universiteit hem in 2006 uit tot de „invloedrijkste bestuurder van Nederland”. Brinkmans rentree in de nationale politiek volgde in 2011, toen hij fractievoorzitter van het CDA in de Eerste Kamer werd; een functie die hij tot 2019 bleef uitoefenen.
Inmiddels was het politieke bedrijf met de VVD’er Mark Rutte als premier drastisch veranderd. Vanuit de senaat speelde Brinkman geen echte rol meer. Zijn bijdragen vielen vooral op door de soms onnavolgbare metaforen. In de zomer van 2018 besloot hij zich niet herkiesbaar te stellen voor een nieuwe termijn. Het was tijd voor de nieuwe generatie. Het ging tegenwoordig te veel om „het binnenharken van de laatste stem”, constateerde Brinkman. „Politiek moet draagvlak voor lastige thema’s creëren. Den Haag doet dat niet”, zei hij in een afscheidsinterview met NRC.