Zomergasten Ze waren er weer, de vaste kijkers van ‘Zomergasten’ in de Amsterdamse bioscoop De Uitkijk, afgelopen zondag voor het laatst. De een kwam voor een totaalbeleving, de ander kan thuis niet drie uur lang stilzitten, maar allemaal betreuren ze „in d-mineur” het einde van het programma.
Bezoekers van VPRO’s ‘Zomergasten’ in Filmtheater De Uitkijk aan de Prinsengracht in Amsterdam.
Nee, er zijn geen kaartjes meer. Een dame met halflang wit haar laat het nieuws zondagavond op zich inwerken aan de kassa van filmtheater De Uitkijk in Amsterdam, aan de Prinsengracht. Helemaal geen kaartjes meer voor de laatste aflevering van Zomergasten, de állerlaatste, die hier over een uurtje wordt geprojecteerd in de 114 jaar oude bioscoopzaal. Alle 85 kaartjes zijn verkocht.
Een wachtlijst is er wel, maar het valt niet te zeggen of een plekje op die lijst iets oplevert. „Bij films zeggen meestal nog vijf of meer mensen af”, zegt Fien Vasse (23), een van de studenten die vanavond de bioscoop bemannen. „Naar Zomergasten komt een ander publiek.” Dat publiek is in de regel wat ouder en ook een stuk trouwer.
De mevrouw aarzelt even. „Dan ga ik maar thuis kijken”, besluit ze. Jammer vindt ze het wel. Ze zegt het hardop, zodat de mensen die achter haar in de rij zijn aangesloten het ook kunnen horen. „Omdat het de laatste avond is. En een bijzónder boeiend onderwerp.” Aan de andere kant van de kassa wordt begripvol geknikt, tot de mevrouw onverrichterzake huiswaarts keert. Over haar schouder roept ze nog een beleefde afscheidsgroet.
Dat herhaalt zich zondagavond een paar keer. Uitverkocht zijn deze avonden niet altijd: De Uitkijk organiseert (met goedkeuring van de VPRO) al Zomergasten-watchparties sinds 2011, waarbij vaak genoeg kaartjes beschikbaar bleven aan de deur. Nu loopt de wachtlijst op tot vijftien mensen.
In de bioscoopzaal kijken bezoekers live naar de uitzending van ‘Zomergasten’ met als gast psychiater Jim van Os.
René Weij (71) heeft wel een kaartje, en zijn vrouw ook, en een vriend, en de vrouw van die vriend en ook nog de buurvrouw (die is psychiater, net als de laatste Zomergast Jim van Os). Weij en zijn vrouw zijn dit jaar naar alle avonden geweest. Vorig jaar waren ze er ook al bij. „Toen zakte je bijna door de stoelen.” Inmiddels zijn we een jaar en een crowdfundingsactie verder; op de nieuwe stoelen kun je makkelijk drie uur Zomergasten kijken zonder valgevaar.
Dat doet Weij liever hier dan thuis. „Thuis loop ik steeds weg, want ik kan niet zo goed stilzitten.” Op de achtergrond legt Vasse opnieuw aan een bezoeker uit dat de avond is uitverkocht. „Wat jammer”, klinkt het opnieuw. „En zó jammer dat het stopt.” „Sorry”, zegt Vasse, „ik moet even de mensen achter u helpen.”
Dat het programma moet ophouden vindt Weij ook erg zonde. „Er zijn verder geen programma’s die drie uur duren, zo veel diepgang hebben en echt een onderwerp uitspitten. Maar misschien is het toch iets voor vijftigplussers geworden.” Hij wil ook iets zeggen over een aanname die hij vaak voorbij heeft horen komen: dat het programma vooral gemaakt wordt voor „de grachtengordel”. Maar dan kijkt hij om zich heen en verschijnt er een grijns op zijn gezicht. Er zijn geschiktere momenten om zulke verwijten te ontkrachten.
„Nou moet ik gaan hoor”, zegt Weij. Het is tien voor acht en de bezoekers gaan zo dicht mogelijk bij de nog gesloten bioscoopdeuren staan. Niemand wil vooraan zitten, dan ga je straks naar huis met nekpijn. Als de deuren opengaan kiezen Nathalie Poppe (46) en een vriendin voor een plekje helemaal achteraan.
De kassa in De Uitkijk.
Medewerkers van De Uitkijk serveren prosecco en zelfgemaakte hapjes.
Poppe is hier voor de totaalbeleving. „Ik wandel van de Lomanstraat hierheen, langs de Spiegelgracht, naar dit mooie pand. De rode stoelen, de krakende planken, de nostalgie.” Sommige mensen in de zaal herkent ze en komt ze ook wel eens elders tegen. „Bij een boekenuitverkoop, bijvoorbeeld.”
Vlak voor de uitzending begint, wordt een filmpje ingestart waarin presentatrice Janine Abbring zich speciaal tot de kijkers in De Uitkijk richt. „Heel veel plezier met de aller-, aller-, állerlaatste Zomergasten ooit”, zegt Abbring. Een enkel „Woehoe!” klinkt uit de zaal. Op het laatste moment mogen er toch flink wat mensen van de wachtlijst naar binnen. Een meneer met een zwarte deukhoed en goudkleurige bretels speurt de zaal af naar de laatste onbezette plekjes. „Dan maar vooraan”, zegt hij tegen zijn metgezel.
Een paar keer gaan de deuren nog open. Dan brengen de medewerkers van De Uitkijk de extraatjes rond die bij de voorstelling zijn inbegrepen: dienbladen met prosecco en zelfgemaakte hapjes. Raoul Orobio de Castro (23) had hapjesdienst en is ’s ochtends vroeg begonnen met de voorbereidingen. Desgevraagd zoekt hij even op zijn telefoon na wat hij precies heeft gemaakt: „Geroosterde honingwortel met labnehbasis, dukkah, amandelnotenpistache en komijn.”
Medewerkers lopen de zaal uit waar ‘Zomergasten’ ondertussen draait.
Aan het eind van de uitzending wordt er hard geklapt in de zaal. Vooral de laatste compilatie, waarin beelden van alle Zomergasten-interviews sinds 1988 achter elkaar zijn gezet, maakt indruk. Er klinken nog een paar „Woehoe!”’s voor de bezoekers vertrekken. Sommigen schuilen in de foyer voor de regen. Buiten lijkt het herfst.
Voor de deur van De Uitkijk praten René Weij en zijn gezelschap nog wat na. De uitzending vonden ze prachtig, maar ze verkeren toch „een beetje in d-mineur”. „Als je al die gasten zo zag…” „Veel dooien”, merkt Weij op.
Zomergasten was er „voor de laatste tv-kijkers”, zegt de buurvrouw. „Maar wij leven nog.” Ze knikken, hun haren glanzend van de aanzwellende regen. „Dus het had nog best lang door kunnen gaan.”