Home

Van Emma Kirkby tot elfjesbarok: het Festival Oude Muziek is een tijdloos feest voor tienduizenden muzikale omnivoren

Festival Oude Muziek Utrecht Het Festival Oude Muziek Utrecht is wereldwijd het grootste in zijn soort. Met muziek uit acht eeuwen trekt het meer bezoekers dan Lowlands. Redacteur Mischa Spel koos vrijdag en zaterdag zes concerten uit het enorme aanbod.

De voorspelling ‘Arlecchina’ van Art House 17, te zien op het Festival Oude Muziek Utrecht.

Ping! Afwachtende blik, korte verwarring. De toon die dirigent Paul van Nevel in de Dom uit zijn stemvork tikt, wordt door de beiaard buiten overstemd. Van Nevel wacht af. Nóg een toon. Daarop vullen de elf zangers van het Huelgas Ensemble alsnog loepzuiver de ruimte met muziek van Leoninus en Perotinus, rond 1200 ontstaan in de Notre-Dame in Parijs. Soms huppelen de stemmen parallelle wegen, soms meandert één stem virtuoos arabesken boven een orgelend fundament van medestemmen.

Als de Westerse muziek een boom vol takken is, is dit de kiem waaruit die ontsproot. Je kunt traktaten lezen, bronnen uitpluizen, je leven aan wijden aan de context van deze noten. Paul van Nevel, tachtig jaar, deed dat allemaal. Maar de reis is nooit voltooid. Hoe muziek acht eeuwen geleden werkelijk klonk, kom je nooit helemaal te weten. Maar dichter bij 1200 dan zoals hier nu, met a capella zang in een kathedraal uit 1250, kun je moeilijk komen.

Die sensatie alleen al is een omweg waard, en die maken velen dan ook. Jaarlijks vinden tienduizenden liefhebbers Utrecht voor het Festival Oude Muziek, dat in 1982 als spin off van het Holland Festival ontstond. Het festival werd de place to be voor liefhebbers van middeleeuwse motetten, authentieke barokfluiten en een Monteverdi-stijl die nou eens echt lééfde en dus niet, zoals de NRC-recensent tijdens het eerste festival optekende, werd gezongen met ,,pruimemondjes vol piëteit”.

In de 44 edities die volgden bleef het festival trouw aan de gouden ingrediënten. Een markt voor (bouwers van) oude muziekinstrumenten, wetenschappelijke lezingen, een duimdik festivalboek. Én het Huelgas Ensemble, dat er al bij was in 1982 en nu met groot succes de kop van het festival afbeet, zij het met een nieuwe generatie zangers.

De opening van het Festival Oude Muziek door Le Concert Spirituel.

Verbindend zoemen in D-groot

Waar Paul van Nevel vertrouwt op ervaring en zijn zangers alleen energiek oppookt waar nodig, toonde dirigent Hervé Niquet zich in het officiële openingsconcert met Le Concert Spirituel een liefhebber van brede gestes en hemelse grimassen. Nu ís de Missa Sopra Ecco Sì Beato Giorno van Alessandro Striggio ook een in potentie hallucinant monument van 16de-eeuwse Florentijnse pracht en praal. En zonder voorbehoud was het een feest deze mis goed uitgevoerd live te beleven.

Maar niet alle verlangens werden vervuld; sommige stemmen prikten boven het koor uit, Niquets gebaren strookten niet steeds met wat je hoorde en doordat de musici in een gesloten kring stonden, ervoer je afstand. Dat terwijl festivaldirecteur Xavier Vandamme de saamhorigheid tevoren juist had opgepookt door heel TivoliVredenburg samen te laten zoemen in D-Groot: een effectieve manier om het festivalthema ‘Giving Voice’ van woord tot daad te maken.

Queen Emma Kirkby

Zaterdag was de eerste dag van blokkenschema-stress. Muziek uit zoveel eeuwen, door zoveel topmusici, in zoveel kerken en zalen – hoe te kiezen? Overal in de stad zag je liefhebbers – vorig jaar trok het festival er zeventigduizend – haastig van a naar b snellen, hooguit even aarzelend bij de concertcamper op het Neude.

Een ideale dagstart bracht festivallieveling Art House 17. Dat liet in ‘early musical’ Arlecchina zijn charmante mix van geweldig zingende musici en acterende zangers (onder wie bariton Dietrich Henschel en sopraan Sophie Daneman) los op een lollig plot in commedia dell’arte stijl rondom de legendarische sopraan Emma Kirkby, ingekleurd met liedjes van o.a. Dowland en Purcell.

De bekoring van Art House 17 schuilt in de kunde en passie van de makers, de bordkartonnen decors, de props uit het jaar nul (touw, kooi, kruk, hoedje), gecombineerd met musiceren op topniveau. Een reis door een voorbijtrekkend landschap? Dat is hier één man die loopt zonder vooruit te komen, terwijl achter hem een tweede in lammetjespak met een struik de andere kant op beweegt. Art House 17 doet je niet lachen als een mens in 2026, maar als een mens van alle tijden – en juist dat werkt betoverend. Uiteindelijk zingt Emma Kirkby met zachte, zuivere stem maar twee liedjes. Maar het is ontroerend om grootheid én kwetsbaarheid zo in een voorstelling recht gedaan te zien worden.

Dirigent Sébastien Daucé met zijn Ensemble Correspondances op het Festival Oude Muziek.

Elfjesbarok

Gli Angeli Genève, het ensemble van de ontspannen musicerende bas en ensembleleider Stephen MacLeod, reeg in het programma ‘Bach voor bas’ de ene na de andere hartverscheurende Bach-aria over sterfelijkheid en hemelse troost aaneen. Motet ‘Es ist nun aus mit meinem Leben’ werd opgedragen aan de pas overleden Harry van der Kamp. Acht zangers, zeventien geweldige musici onder wie concertmeester Eva Saladin: hier waren de middelen precies goed en schuurde de invulling in dictie, balans en helderheid aan tegen perfectie.

In een festival gewijd aan acht eeuwen muziek ontbreken nieuwe ontdekkingen zelden. Maar eigentijds als de muziek van artist-in-residence Patrick Ayrton (1961) zijn die zelden. Klavecinist/organist Ayrton liet zijn vakliefde voor barokmuziek uitmonden in eigen composities in ‘de stijl van’. Liefdesbrieven aan de barok noemt hij ze zelf, en ,,gerechten op basis van de ingrediënten van toen, maar met eigen specerijen.”

Die kruiderijen maken de muziek grappig genoeg tóch herkenbaar van nu: Purcell zou Ayrtons modulaties, dissonanten en maatwisselingen vermoedelijk wel erg ‘spicy’ hebben gevonden. Bij vlagen had de muziek ook iets van een gamescore in barokke elfjessfeer. Hoe dan ook: een sympathiek experiment, bevlogen uitgevoerd en stralend gezongen door Lauren Lodge-Campbell.

Geen ontdekking, wel een weinig gehoord groots werk presenteerde Sébastien Daucé met zijn Ensemble Correspondances: het milde en elegante Requiem van André Campra (ca. 1695). Vergeleken met Hervé Niquet leidt Daucé precies en ingetogen – Campra’s stijl passend. Het in dit Requiem ontbrekende ‘Dies Irae’ klonk als dessert in de zetting van Michel-Richard de Lalande: soms heerlijk dramatisch (Tuba Mirum), maar overwegend imposant en reflectief.

Het Festival Oude Muziek Utrecht duurt nog tot en met 6 september, met concerten op diverse locaties in de hele stad. Info: https://oudemuziek.nl/agenda/. Alle concerten zijn (betaald) terug te kijken op Early Music Television: https://emtv.online/live/

Klassieke muziek

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next