Home

0,06 seconde voor de Britten is de Holland Acht wereldkampioen: ‘We hadden het liever minder close gehad, ik ben nog steeds nerveus’

WK roeien De Nederlandse roeiers eindigden de WK op de Bosbaan bovenaan in het medailleklassement. Op de slotdag won ook de Holland Acht, een publiekslieveling, op het nippertje goud. „Holy shit, wat hebben we gedaan?”

Finn Florijn, Jan van der Bij, Jorn Salverda, Mick Makker, Sander de Graaf, Pieter van Veen, Ralf Rienks, Wibout Rustenburg, stuur Jonna de Vries na het WK-goud van de Holland Acht.

Het scheelt zó weinig, dat de Nederlandse mannen in de acht het nog niet durven te vieren. Maar het publiek, dat rijen dik is toegestroomd op de kade, neemt gillend al een voorschot op hun wereldtitel. Na een paar seconden komt de uitslag op het scherm: goud. Ralf Rienks, op boeg, klautert overeind in de smalle boot, en Finn Florijn naast hem doet hetzelfde. Samen springen ze in het water van de Bosbaan. Even later staan de acht mannen – Mick Makker, Jan van der Bij, Pieter van Veen, Sander de Graaf, Wibout Rustenburg, Florijn en Rienks – gearmd op de kade, samen met stuurvrouw Jonna de Vries

„Geweldig,” zegt Rustenburg kort daarna, met een grote grijns op z’n gezicht. Maar spannend was het ook. „We hadden het liever minder close gehad. Ik ben nog steeds nerveus,” zegt hij grappend. „Alsof de fotofinish nog de andere kant op zou kunnen vallen.” De Nederlandse boot finishte een minuscule 0,06 seconde voor de Britten, de grote rivalen.

Opnieuw een wereldtitel voor de Holland Acht, op de slotdag van de wereldkampioenschappen roeien in eigen land. Net als vorig jaar in Shanghai. Een prestatie die moeilijk te overschatten valt. Die eerste wereldtitel in Shanghai was al uniek, dat was de Nederlandse acht nog nooit gelukt – laat staan een titel prolongeren. En als kers op de taart was de race ook nog eens goed voor een wereldrecord: 5.17,75.

De acht is een publiekslieveling, en daarmee kregen de Nederlandse toeschouwers waar ze zich op hadden verheugd. Het gejuich vanaf de kant was zo luid geweest, zegt Van der Bij, dat de roeiers de laatste 500 meter stuurvrouw De Vries niet meer konden horen. Van der Bij, nog steeds een beetje wiebelig, moest het allemaal nog even laten bezinken. „Zo’n spannende race, met een wereldrecord, dat is voor ons ook nieuw.” Kapot was hij ook: voor het eerst roeiden de achten de halve finale en de finale op één dag. Die halve finale was evengoed een uitputtingsslag. „Iedereen was best stuk van vanochtend.”

Ook Salverda kon het allemaal nog niet bevatten. „Holy shit, wat hebben we gedaan”, schoot hem een paar seconden na de finish opeens door het hoofd. „En dan kom je hier aan de kant met alle vrienden en familie en aan hun reactie merk je ook hoe bijzonder het is.”

Andere smaakmaker

Niet veel later is het zondagmiddag de beurt aan een andere smaakmaker: Karolien Florijn, de olympisch kampioen van Parijs in de skiff, die al twee jaar nagenoeg geen race had gevaren. Haar lichaam wilde even niet meer, na alles wat die Spelen hadden gevraagd. „Achteraf denk ik dat ik overtraind was”, zei ze onlangs in NRC.

Karolien Florijn haalde brons in de skiff.

Nu lag Florijn na twee jaar weer aan de start in een eindtoernooi. Een rentree waar de hele roeiwereld naar uitkeek. Waar zou ze nu staan? Nog steeds op het podium, zo blijkt zeven minuten later, maar niet langer als wereldkampioen – al was dat ook wel veel gevraagd na die afwezigheid.

Florijn gaat als vanouds vliegend van start, maar gedurende de finalerace moet ze eerst de ijzersterke Britse Lauren Henry, nog vrij nieuw in de skiff, voor zich dulden. Daarna wordt ze op het nippertje ook nog voorbij gevaren door de Ierse Fiona Murtagh.

Desalniettemin oogt Florijn gelukkig met brons (in 7.18,84), als ze na de race op de kant klimt. Haar broer Finn, inmiddels in trainingsbroek, wacht haar op, samen met haar broer Beer. Er volgt een groepsknuffel. Tranen zijn er ook, op meerdere momenten veegt ze die van haar wangen.

Ze blijkt ook echt „heel blij” te zijn, zegt ze kort daarna. „Ik heb echt mijn beste wedstrijd gevaren, er alles aan gedaan.” Op de vraag of die tranen ook door opluchting kwamen: „Ja, heel veel opluchting.” Ze probeerde gedurende het toernooi „oogkleppen” op te hebben, niet te veel na te denken. „Fijn dat je die focus hebt kunnen houden en dat het zo goed is uitgepakt.”

Privécoach niet welkom

Florijn was de afgelopen dagen ook onderdeel van het beetje ophef dit toernooi: ze heeft buiten de roeibond om een coach in de arm genomen en kiest daarmee enigszins haar eigen pad binnen het programma van de roeibond. Die privécoach bleek vervolgens niet welkom in de tent van de KNRB. Florijn wilde het na afloop allemaal niet te groot maken. „98 procent van het collectieve plan volg ik ook gewoon”.

Natuurlijk wilde Florijn zichzelf laten zien hier op de Bosbaan. Maar een dag eerder, voor haar halve finale, zei haar vaste fysioloog Matthias Verstraelen dat dit toernooi „niet staat of valt met goud”. „Uiteraard willen we het zo goed mogelijk doen. Maar ik ga daar oprecht niet van wakker liggen. Het is weer stap voor stap.” Het toernooi is een tussenmoment, met als ultieme einddoel de Spelen van Los Angeles (2028). „We gaan een goed plan maken, zodat ze zich fysiek kan blijven doorontwikkelen.” En dan vertrekt Florijn om de Britse winnaar Henry een knuffel te geven.

Niet veel later komt alweer de volgende Nederlandse medaillewinnaar voorbij. De gemengde dubbeltwee, een vrij nieuw nummer en niet-olympisch nummer, met Roos de Jong en Simon van Dorp finishen op royale afstand van de nummer twee (in 6.15,80). En als toetje voor het Nederlandse publiek: brons voor de, eveneens niet olympische, gemengde acht.

Daarmee is hoofdcoach Titus Weijschede een tevreden man. Langs het water van de Bosbaan constateert hij dat er alle drie de finaledagen Nederlands succes was: drie keer goud, twee keer zilver en twee keer brons. „Blijer kun je me niet maken.”

Met succes op de schop

De ploeg bouwt voort, zegt hij, „op wat we de afgelopen jaren hebben gedaan.” Na de Spelen van Tokio, in 2021, is het Nederlandse roeien met succes op de schop gegaan, met onder meer een andere manier van trainen en het samenvoegen van de mannen- en de vrouwenploegen tot één trainingsgroep. Dat programma heeft geleid tot ongekend veel roeimedailles de afgelopen jaren.

Vrijdag werden de eerste medailles bij elkaar gevaren. Nadat hun races door onweersdreiging naar de avond waren verplaatst, kwamen Van Dorp en Melvin Twellaar als eerste over de finish in de dubbeltwee. Daarna was er het zilver voor De Jong en Benthe Boonstra in datzelfde nummer bij de vrouwen.

Een dag later finishten de mannen van de vier zonder na een nek-aan-nekrace nét achter de Amerikaanse ploeg. De vrouwen van de dubbelvier kwamen vervolgens binnen op brons. Samen moedigden ze daarna de vrouwen dubbelvier aan, die net als de acht opnieuw wereldkampioen werd. En dan was er de slotdag, met dus nog eens vier medailles.

Daarmee eindigt Nederland opnieuw bovenaan het medailleklassement. Door de buitenwereld wordt dat al bijna als vanzelfsprekend gezien voor deze zeer succesvolle Nederlandse generatie. En of hoofdcoach Weijschede bij al het WK-succes nog ergens van had opgekeken? Ja, zegt hij. „Wat ik verrassend vind is dat we als ploeg zo ongelofelijk dicht bij elkaar zitten. Onze minste prestatie is een vierde plek. Dat is onvoorstelbaar mooi.”

Sport

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next