Home

Rechtszaak Malta tegen het vermeende brein achter de moord op journalist Daphne Caruana Galizia begint

Moord Deze zomer staat na negen jaar eindelijk de vermeende opdrachtgever van de liquidatie van onderzoeksjournalist Daphne Caruana Galizia terecht: de Maltese zakenman en miljonair Yorgen Fenech. Waarom zijn huurmoorden zo lastig te berechten?

Een protest bij het Maltese parlementsgebouw met een foto van de gedode journaliste Daphne Caruana in 2019, twee jaar na haar dood.

De Maltese onderzoeksjournalist Daphne Caruana Galizia reed op 16 oktober 2017 van haar woning in Bidnija naar de hoofdweg van het dorp. Een buurman die in de tegenovergestelde richting reed, zag haar op zich afkomen. „Ik zag dat er iets met haar gebeurd was”, getuigde hij tijdens het proces tegen de vermeende opdrachtgever van de moord op Galizia, die de afgelopen weken onder grote publieke belangstelling terechtstond in Malta. „Ze leek in paniek.”

Ineens vond er een explosie plaats in haar auto, die volgens de buurman twee stadia had. Na de eerste vonk was Galizia nog bij bewustzijn, zei hij. Ze leek zich bewust te zijn van het gevaar. De buurman hoorde haar schreeuwen door het open autoraam. „Ik denk dat ze na die eerste vonk besefte dat er iets mis was. Toen volgde er een enorme explosie door de voorruit. De auto raakte uit koers. De tweede explosie scheurde het voertuig aan stukken. Hij vloog het veld in, waar zich een nieuwe vuurbal vormde. De auto was letterlijk aan flarden.”

De aanslag, die alle kenmerken vertoonde van een huurmoord, dompelde Malta in diepe rouw. Galizia was de meest gerespecteerde maar ook de meest verguisde journalist van de archipel. Ze had een populair nieuwsblog, Running Commentary, waar ze columns en onderzoeksverhalen publiceerde over corruptie en machtsmisbruik, die volgens haar reikten tot de top van de regering. Haar dood zond ook schokgolven door de rest van Europa, waar haar werk in het EU-land met grote interesse werd gevolgd. Het leek evident dat de moord verband hield met haar journalistieke werk – iets wat Europeanen eerder associëren met narcostaten in Latijns-Amerika dan hun eigen continent.

Opdrachtgever blijft meestal buiten schot

De afgelopen jaren zijn al vijf mannen veroordeeld voor het uitvoeren van de moord. De broers Alfred en George Degiorgio, volgens de politie bekenden uit het criminele milieu, kregen in 2022 elk veertig jaar voor het tot ontploffing brengen van de bom onder Galizia’s stoel. Hun handlanger Vince Muscat was een jaar eerder al veroordeeld tot vijftien jaar in ruil voor informatie. En Robert Agius en Jamie Vella kregen in 2025 levenslang voor het leveren van de bom.

Deze zomer staat dan eindelijk de vermeende opdrachtgever van de liquidatie terecht: de Maltese zakenman en miljonair Yorgen Fenech, oud-directeur van de Tumas Group, een vastgoedconglomeraat met een groot aantal casino’s en hotels. Hij had nauwe banden met de regerende centrumlinkse Arbeidspartij. Volgens de aanklagers betaalde hij 150.000 euro voor de moord omdat Galizia belastende zaken aan het licht dreigde te brengen over zijn vermeende corrupte relatie met regeringsleden. Het vonnis wordt deze week verwacht.

Het is bijzonder dat Fenech überhaupt terechtstaat. Want 80 tot 90 procent van de moorden op journalisten wordt volgens de Verenigde Naties nooit opgelost. „Dat wil zeggen dat er wellicht een of meerdere daders veroordeeld worden, maar dat het brein buiten schot blijft”, zegt Pavol Szalai, directeur van Reporters Without Borders in Polen, die het proces in Malta volgt. „Dat de vermeende opdrachtgever nu terechtstaat, is een grote opluchting voor haar familie én een groot succes voor Maltese justitie. Het biedt hoop dat er ook gerechtigheid komt voor de moorden op andere Europese journalisten.”

Galizia was de eerste van vier journalisten die tussen 2017 en 2021 in Europa werden vermoord (zie kaders). „Elk van deze moordzaken is natuurlijk uniek”, zegt Szalai. „En het strafrechtelijk kader van elk land is anders. Toch zijn de zaken tot op zekere hoogte vergelijkbaar, zeker die in Malta en Slovenië. Het proces in Slovenië volgen we ook met een mix van zorg en hoop. Want het vermeende brein wordt na twee vrijspraken voor de derde keer berecht. In de Griekse zaak werden de twee verdachten vrijgesproken. De Nederlandse zaak is wel vrij ver gevorderd dankzij het sterke rechtssysteem. Hoewel het brein nog niet is berecht, hebben de autoriteiten wel stappen in die richting gezet.”

Onderzoek naar politieke corruptie

Het strafrechtelijk onderzoek in Malta richtte zich aanvankelijk alleen op de uitvoerders van de moord, en de regering van de Arbeidspartij maakte weinig aanstalten om achter de opdrachtgever aan te gaan. Nadat Fenech eind 2019 door de politie werd aangehouden terwijl hij het eiland probeerde te verlaten op zijn jacht, braken er grote protesten uit in Malta tegen politieke corruptie, die leidden tot het aftreden van de centrumlinkse premier Joseph Muscat.

Hoofdverdachte Yorgen Fenech bezoekt tijdens zijn proces Portomaso, de plek waar hij zijn huis en kantoren had en waar de jacht lag aangemeerd waarmee hij op de vlucht poogde te slaan.

Dat Fenech alsnog werd opgepakt is volgens Szalai mede te danken aan de hulp die de Maltese justitie kreeg van de Amerikaanse FBI en experts van het Nederlands Forensisch Instituut. Samen met de Maltese politie stelden ze een onderzoeksplan op, waarbij de FBI de leiding nam. „De ondersteuning van deze buitenlandse organisaties heeft de zaak veel goed gedaan, want de Maltese politie had zelf niet de benodigde forensische expertise”, zegt Szalai.

De familie van Galizia speelde ook een cruciale rol door zelf onderzoek te doen en aandacht te blijven vragen voor de moord. Haar zoon Paul, een onderzoeksjournalist voor The Financial Times, schreef een boek (A Death in Malta) en maakte een podcast (My Mother’s Murder). En zoon Matthew, ook journalist, getuigde tijdens het proces. Hij vertelde dat zijn moeder onderzoek deed naar vermeende corruptie door Fenech en Maltese regeringsleden toen ze werd vermoord. Matthew maakte destijds deel uit van een internationaal consortium van onderzoeksjournalisten dat in 2017 een Pulitzerprijs won voor het zogeheten Panama Papers-onderzoek naar belastingparadijzen.

In de miljoenen gelekte documenten van een Panamese advocatenkantoor ontdekte Matthew dat de toenmalige Maltese minister van Energie, Konrad Mizzi, en de stafchef van de premier, Keith Schembri, vlak na hun aantreden offshorebedrijven hadden opgericht in Panama. „Ik moest wat ik zag met mijn moeder delen”, getuigde zoon Matthew tijdens het proces. „Ik vond het te belangrijk.” Het leidde tot enkele grote onthullingen van Galizia, die ook de internationale pers haalden. Na haar dood hebben haar zoons The Daphne Project opgezet, een internationaal samenwerkingsverband van journalisten, om haar onderzoek voort te zetten en uit te vinden wie achter haar moord zat.

The Daphne Project

De aanklagers hebben op het werk van The Daphne Project voort kunnen bouwen. De corruptieschandalen uit de tijd van premier Muscat staan centraal in de zaak die ze tegen Fenech hebben opgebouwd. Muscat kwam in 2013 aan de macht met de belofte een gasgestookte energiecentrale te bouwen voor Malta. Het overheidscontract voor de bouw en exploitatie werd volgens de aanklagers als onderdeel van een corrupt plan toegekend aan het Electrogas-consortium, waarvan Fenech destijds directeur was. De offshorebedrijven van Mizzi en Schembri in Panama zouden bedoeld zijn geweest om 5.000 dollar smeergeld per dag te ontvangen van 17 Black, een in de Verenigde Arabische Emiraten gevestigde lege vennootschap dat eigendom was van Fenech.

Kroongetuige Melvin Theuma, en zelfverklaarde tussenpersoon in de moord op journaliste Daphne Caruana Galizia in 2017, bezoekt in augustus de schuilplaats van de huurmoordenaars tijdens het proces tegen de vermeende opdrachtgever Yorgen Fenech. In blauw T-shirt is de veroordeelde huurmoordenaar George Degiorgio.

Fenech zette zichzelf vanuit de getuigenbank neer als een gerespecteerd zakenman die verstrikt raakte in zaakjes met gevaarlijke mensen. Hij verwierp de suggestie dat zijn offshorebedrijf en zakelijke transacties bewijs waren van corruptie, en presenteerden de zakelijke en politieke relaties rondom 17 Black en Electrogas als legitiem. Hij reageerde „geschokt” dat het Openbaar Ministerie hem ondervroeg over Electrogas. Op de vraag wie verantwoordelijk was voor de moord, gooide hij Muscats stafchef voor de bus: „[toenmalig stafchef] Schembri is het brein.” Die koesterde volgens Fenech persoonlijke wrok jegens Galizia.

Het proces heeft de aandacht gevestigd op de nauwe banden tussen grote bedrijven, politieke machthebbers, hoge bureaucraten en de georganiseerde misdaad op Malta. Maar de vraag is of deze rechtszaak ook het einde betekent van de corrupte relaties die teruggaan tot het tijdperk van premier Muscat. De regering van Robert Abela, die Muscat opvolgde als regerings- en Labourleider, toont weinig animo om de problemen aan te pakken. Wellicht dat een eventuele veroordeling van Fenech negen jaar na de moord alsnog tot een bijltjesdag leidt.

Griekse journalist Giorgios Karaivaz

Giorgios Karaivaz (1968 – 2021) was een Griekse onderzoeksjournalist die zich specialiseerde in georganiseerde misdaad. Hij werd op 9 april doodgeschoten voor zijn huis in Athene door twee gemaskerde mannen op een scooter. Karaivaz werkte voor de tv-zender Star Channel. Hij was ook de oprichter van het nieuwsblog Bloko, dat zich vooral richtte op misdaad, politie en veiligheidskwesties. Collega’s vermoedden dat de moord verband hield met een corruptieonderzoek naar zo’n twintig politieagenten waarover hij op zijn blog berichtte. Ze werden verdacht van verschillende strafbare feiten waaronder afpersing, omkoping en deelname aan een criminele organisatie. Alle politieke partijen spraken hun afschuw uit over de moord, evenals de voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von her Leyen.

Twee broers werden in 2023 opgepakt wegens betrokkenheid bij de moord, maar het jaar erop werden ze door een rechtbank in Athene vrijgesproken. Reporters Without Borders sprak van een „zorgwekkend proces waarbij mogelijk is geknoeid met bewijsmateriaal”. De familie van Karaivaz ging in beroep, maar de aanklager van het Hooggerechtshof besloot eind 2024 de zaak tegen de twee hoofdverdachten te sluiten. Sindsdien zit het onderzoek vast, ondanks dat twee andere verdachten nog steeds worden gezocht.

Nederlandse journalist Peter R de Vries

Peter R. de Vries (1956 – 2021) , een icoon van de Nederlandse misdaadjournalistiek, werd op 15 juli neergeschoten in Amsterdam na het verlaten van de televisiestudio van RTL Boulevard waar hij als vaste gast had opgetreden. Hij werd in kritieke toestand overgebracht naar het ziekenhuis, waar hij vijf dagen later overleed. De moord dompelde Nederland in diepe rouw. Oud-politieman De Vries begon eind jaren zeventig als misdaadjournalist bij De Telegraaf, en kreeg landelijke bekendheid met het tv-programma ‘Peter R. de Vries, misdaadverslaggever’, dat kijkcijferrecords verbrak. Hij stond vooral bekend om zijn onderzoeken naar onopgeloste moorden en verdwijningen.

De Vries hield zich niet bezig met georganiseerde drugscriminaliteit, totdat hij in 2021 werd gevraagd om op te treden als de juridisch adviseur van Nabil Bakkali, een oud-bendelid dat kroongetuige werd in het proces tegen Marokkaans-Nederlandse drugssmokkelaar Ridouan Taghi, dat bekendstaat als het Marengo-proces. Taghi werd verdacht van betrokkenheid bij liquidaties in het criminele milieu. De daders van de moord op De Vries werden na een urenlange klopjacht door de politie ingerekend. Een rechtbank in Amsterdam legde hen en enkele handlangers eind 2025 celstraffen tot 27,5 jaar op voor de moord. Het onderzoek naar de opdrachtgever loopt nog.

Slowaakse journalist Jan Kuciak

Ján Kuciak (1990 – 2018) werkte aan een onderzoek naar de invloed van de Italiaanse maffia in Slowakije, waarbij hij samenwerkte met het Organized Crime and Corruption Reporting Project. De Slowaakse onderzoeksjournalist en zijn verloofde, Martina Kusnírová, werden op 21 februari, vier maanden na de dood van Galizia, vermoord in hun woonplaats Velká Maca, zestig kilometer van de hoofdstad Bratislava. De moord leidde tot massale protesten in tientallen steden in Slowakije. Alleen al in Bratislava gingen 60.000 mensen de straat op, de grootste betoging in Slowakije sinds de Fluwelen Revolutie die de val van het communisme inluidde in 1989. Dit resulteerde in een politieke crisis die culmineerde in het aftreden van premier Fico en zijn voltallige kabinet.

In september 2018 werden er aanklachten ingediend tegen de drie vermeende uitvoerders van de moord, die het jaar daarop werden veroordeeld tot celstraffen variërend van 15 tot 25 jaar. Een van hen vertelde de politie dat een Italiaanse vertaalster hem 70.000 euro had aangeboden voor de moord. Zij zou weer zijn ingehuurd door Marian Kocner, een invloedrijke Slowaakse zakenman die banden had met de Italiaanse maffia. In maart 2019 werd Kocner aangeklaagd voor het opdragen van de moord. Het proces is nog gaande.

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next