WK hockey mannen Nederland is er niet in geslaagd de halve finale van Spanje te winnen. Na een ‘kantelmoment’ in de wedstrijd kreeg het hockeyteam drie doelpunten om de oren.
Scheidsrechter Ben Goentgen geeft Duco Telgenkamp van Nederland een gele kaart tijdens de halve finale op het WK hockey tussen Nederland en Spanje in het Wagener Stadion.
Het Nederlands heren hockeyteam is er vrijdagavond niet in geslaagd de finale van het WK te bereiken. Spits Duco Telgenkamp bracht zijn team in grote problemen door zich bij een 1-1 stand te laten gaan na een verbale provocatie van een Spaanse verdediger. De daaropvolgende body check kostte hem geel en Nederland de wedstrijd.
In de tien minuten afwezigheid van Telgenkamp besliste het doorgaans vooral defensief sterke Spanje de wedstrijd door drie keer te scoren. In het restant van de wedstrijd deed Oranje nog wat het kon. De ploeg van bondscoach Jeroen Delmee kwam door knappe goals van Jip Janssen en Joep de Mol uit twee strafcorners nog bijna langszij, maar Spanje hield stand: 3-4.
Middenvelder Jonas de Geus sprak na afloop van „een kantelmoment in de wedstrijd”, maar wilde de schuld nadrukkelijk niet exclusief bij Telgenkamp leggen. „De eerste helft waren wij de betere ploeg, maar we raakten in het derde kwart het initiatief kwijt.” Die opvatting deelde verdediger Joep de Mol: „We waren als team niet goed genoeg vandaag.”
Pepe Cunill van Spanje viert het maken van de 1-3.
In de Olympische finale in Parijs (2024) vervulde Telgenkamp nog de hoofdrol door de beslissende shoot out te scoren. Direct daarna tikte de goaltjesdief de Duitse doelman provocerend op zijn helm. Het is de keerzijde van de spits die ook dit toernooi weer zijn klasse toonde in de cirkel met fraaie goals. Zelf zei Telgenkamp bij de NOS: „Ik ben een speler die met emotie speelt. Soms gaat dat heel goed en heel soms laat ik me toch uit de tent lokken. Misschien is dat toch de onvolwassenheid die in mijn spel zit.” Te vrezen is wel dat van dit WK vooral de overtreding blijft hangen, die deed denken aan de stoot van spits Patrick Kluivert tegen de Belg Lorenzo Staelens tijdens het WK voetbal van 1998.
Het spel van Oranje was, over het hele toernooi gezien, niet goed genoeg. Nederland speelde met hartstocht, zoals Delmee wil, maar echt overtuigend was het spel alleen in fases van wedstrijden.
Het leverde een aantal fraaie goals op, vaak als gevolg van het collectief onder druk zetten van de tegenstander. En uit momenten dat spelers het spel versnelden door de bal één keer te raken, bleek de enorme potentie die in het team schuilt. Illustratief is het perfect uitgevoerde doelpunt in de wedstrijd tegen Nieuw-Zeeland, waarbij drie spelers na aangeven van Joep de Mol de bal slechts eenmaal toucheerden: Floris Middendorp naar de op de achterlijn geposteerde Koen Bijen, die in één beweging de voor zijn man komende Tjep Hoedemakers bereikte. Oogstrelend.
Zo waren er meer lichtpuntjes. Oranje kan meer dan een paar jaar geleden variëren in de manier waarop het de tegenstander onder druk zet en is minder afhankelijk van de strafcorner van Jip Janssen. Tijmen Reyenga toonde zich een bekwame plaatsvervanger als het erop aankwam, zoals tegen Argentinië. Maar echt spetterend werd het spel weinig. „Vooral in balbezit waren we dit toernooi niet in grootse vorm”, zei Jonas de Geus na afloop zelfkritisch.
Oranje leed te vaak onnodig balverlies en het werd te weinig brandgevaarlijk in de cirkel om tegenstanders vroegtijdig het zwijgen op te leggen, ondanks de in goede vorm verkerende spits Koen Bijen. Het topfitte Nederland speelde overwegend degelijk en op momenten dat het erom spande, zoals tegen Engeland, stond het team op. Tot ze vrijdagavond het lepe Spanje troffen.
Terrance Pieters in duel.
De teleurstelling bij het Nederlands team was groot. Het winnen van het WK in eigen land was een gezamenlijke droom, zeker ook van Delmee. Hij heeft het WK, de enige nog ontbrekende titel met zijn team, altijd als een hoofdprijs beschouwt en niet als opwarmertje richting de Olympische Spelen in Los Angeles in 2028.
Door het verlies blijft de WK-titel een lastig te vervullen droom. De laatste keer dat Nederland het toernooi won, was 28 jaar geleden. Toen klopte Oranje, met middenvelder Delmee in de gelederen, uitgerekend Spanje in de eindstrijd. Het toernooi vond plaats in het voor de gelegenheid omgebouwde stadion van FC Utrecht. De unieke sfeer en het winnen van de titel gaf het Nederlandse hockey destijds een enorme impuls, memoreerde Delmee voorafgaand aan het huidige WK. „Het zou prachtig zijn als dit toernooi weer dat effect heeft.” Het liep anders vrijdagavond.
Een moment bleek doorslaggevend. Een verrassing is dat niet. De topduels worden veelal beslist op details, zei Delmee meer dan eens gedurende het toernooi. De verklaring daarvoor is eenvoudig. De onderlinge verschillen in de wereldtop zijn gering. Veelzeggend is dat drie van de vier halve finalisten op dit WK dat ook waren bij de door Nederland gewonnen Olympische Spelen in Parijs (2024): Duitsland, Spanje en dus Oranje. Argentinië completeerde dit keer het kwartet.
Spanje viert de overwinning na het laatste fluitsignaal.
Oranje speelde tegen Spanje zijn 31ste wedstrijd onder de succesvolle Delmee op een EK, WK of de Olympische Spelen. Van de dertig voorgaande wedstrijden op die eindtoernooien verloor het Nederlands team er slechts twee, publiceerde de site hockey.nl onlangs. Twee keer was Duitsland, dat vrijdagavond tegenover Argentinië staat in de andere halve finale van dit WK, de tegenstander. Dankzij Spanje staat ‘de nederlagenteller’ van Oranje nu op drie.
De uitschakeling door Spanje zal Delmee aan het denken zetten met de Spelen in Los Angeles (2028) in het vooruitzicht. De vraag is: hoe verder? Onbewust gaf hij eerder dit jaar in de podcast Met open vizier al aan waar het nu op aan zal komen: „Hoe makkelijk je met tegenslag om kunt gaan, bepaalt uiteindelijk hoe goed je bent.”