Sociale ongelijkheid VS Van armoede tot tienerzwangerschappen: wat Dolly Parton zong over de harde Amerikaanse werkelijkheid, is in veel opzichten nog net zo actueel als in de hoogtijdagen van haar carrière. ‘They just use your mind and never give you credit.’
Dolly Parton (hier in 1997) bezong als artiest nadrukkelijk Amerikaanse maatschappelijke en sociaaleconomische thema’s.
Armoede, huiselijk geweld, sociale mobiliteit: de afgelopen week overleden Dolly Parton bezong als artiest nadrukkelijk Amerikaanse maatschappelijke en sociaaleconomische thema’s. Veel van haar nummers reflecteren direct de zorgen en angsten aan de onderkant van de samenleving. Parton kwam zelf uit een zeer arm gezin met twaalf kinderen en had een analfabete vader, wat een rijke voedingsbodem zou blijken voor veel van haar nummers; ze probeerde zich nooit te distantiëren van haar verleden. Behalve een ster was Parton ook een gewiekst ondernemer en gedurende haar carriere gaf ze grote bedragen voor armoedebestrijding, medisch onderzoek en geletterdheid.
Uit haar nummers rijst een harde Amerikaanse werkelijkheid op, waarin mensen het niet makkelijk hebben en lang niet altijd kunnen ontsnappen aan hun lot. Hoe zien de Verenigde Staten van Dolly Parton eruit en hoe hebben die zich de afgelopen jaren ontwikkeld? Wie naar de cijfers kijkt, ziet dat veel van haar werk nog opvallend actueel is.
My coat of many colorsThat my mama made for meMade only from ragsBut I wore it so proudlyAlthough we had no moneyWell, I was rich as I could beIn my coat of many colorsMy mama made for me
Een jong kind dat naar school gaat in een door de moeder gemaakte lappenjas en dan wordt uitgelachen: op het moment dat Parton dit pijnlijke – en expliciet autobiografische, zo zou ze vertellen – beeld van armoede bezong, kwamen de Verenigde Staten net uit een gouden periode. In de decennia na de Tweede Wereldoorlog daalde het armoedepercentage enorm, terwijl het land te maken had met een economische boom en de middenklasse enorm groeide. De VS werden definitief het land waar de hele wereld economisch naar opkeek.
Sindsdien is het armoedepercentage – gedefinieerd als het deel van de bevolking dat niet makkelijk kan voorzien in basisbehoeften als onderdak en voedsel – echter behoorlijk stabiel gebleven. De VS lijken er zo op het eerste gezicht de afgelopen decennia niet in te slagen armoede fundamenteel terug te dringen. Dat de regering van Lyndon B. Johnson in 1964 de aanval op armoede inzette met de ‘war on poverty’ was grandioos mislukt, zei president Ronald Reagan in 1988. Armoede had de oorlog simpelweg gewonnen, verklaarde hij.
Toch is dat niet het hele verhaal. Tijdens Johnsons termijn maakten de VS werk van allerlei maatregelen die het armste deel van de bevolking moesten helpen, waaronder in het bijzonder het omvangrijke en nog altijd bestaande voedselbonnenprogramma SNAP. Later zou daar nog van alles bijkomen voor de allerarmsten, zoals belastingvoordelen en huursubsidies. In de praktijk is armoede door die maatregelen een stuk meer teruggedrongen dan het officiële cijfer zegt: een deel van de Amerikanen die je in deze cijfers ziet terugkomen, krijgt financiële hulp en heeft daardoor minder last van de gevolgen.
Wie op deze manier naar armoede kijkt, ziet overigens al snel dat de VS op dit moment op een keerpunt staan. Juist SNAP geldt als een van de grote slachtoffers van het beleid van de huidige president Donald Trump. Veel economen zijn van mening dat zijn Big Beautiful Bill veel Amerikanen in armoede kan storten. Het kind in het nummer van Parton voelt zich alsnog rijk in de mooie jas die de moeder gemaakt heeft, maar dat betaalt geen boodschappen.
9 to 5, what a way to make a livin’Barely gettin’ by, it’s all takin’ and no givin’They just use your mind and they never give you creditIt’s enough to drive you crazy if you let it
‘9 to 5’ is zonder twijfel een van de beroemdste nummers van Dolly Parton. De tekst kun je opvatten als een verhaal over een vrouw die ervan droomt hoger te klimmen op de sociale ladder, maar in de gelijknamige film uit 1980 – waarin Parton een van de hoofdrollen speelt – komt er nog een hele dimensie bij. Samen met twee andere vrouwelijke collega’s, gespeeld door Jane Fonda en Lily Tomlin, droomt Parton ervan haar seksistische en incompetente baas weg te werken.
Het is een verhaal, kortom, over ongelijkheid op de werkvloer en de achtergestelde positie van vrouwen binnen bedrijven. Daar lijkt in het nummer ook even op gehint te worden: „They just use your mind and they never give you credit.” Rond de tijd dat de film en het nummer uitkwamen, verdienden vrouwen in de VS gemiddeld 62 procent van het inkomen van een gemiddelde man. Dat verschil werd in de jaren daarna in een redelijk hoog tempo kleiner, maar lijkt inmiddels ook behoorlijk gestagneerd.
Nog altijd verdienen vrouwen in de VS rond de 80 procent van het gemiddelde inkomen van een man. Voor de duidelijkheid: dat gaat niet per se om dezelfde functies die mannen en vrouwen vervullen, maar komt mede doordat vrouwen vaak lagerbetaalde banen uitvoeren en minder uren werken.
Wellicht het zorgwekkendste en opmerkelijkste is dat er signalen zijn dat op dit moment de loonkloof juist groeit. Tijdens de coronapandemie was de kloof kleiner dan ooit, vermoedelijk doordat er veel vraag was naar laagbetaald werk – wat vaker wordt gedaan door vrouwen. Maar die dynamiek lijkt verdwenen, met als gevolg dat op dit moment de inkomens van mannen weer harder groeien dan die van vrouwen.
In this mental institution, lookin’ out through these iron barsHow could he put me in here, how could he go that farYes I need help but not this kind, he didn’t love me from the startBut it’s not my mind that’s broken, it’s my heart
Het is een van de schrijnendste nummers van Parton: in ‘Daddy come and get me’ bezingt een vrouw hoe ze door toedoen van haar partner is opgesloten in een psychiatrische inrichting, en haar vader smeekt haar te komen ophalen. Haar hart is gebroken, niet haar verstand, zegt ze.
Wie wil weten of de VS sindsdien veel zijn opgeschoten rond het thema partnergeweld, tast eigenlijk in het duister. Het is veelzeggend dat er pas sinds 1993 data wordt bijgehouden in enquêtes over vrouwen die zeggen slachtoffer te zijn van geweld door een partner. Eerder werd daar niet specifiek naar gevraagd in onderzoeken, die veel meer gingen over geweld en slachtoffers van misdaad in het algemeen. Vermoedelijk is huiselijk geweld daarin ondergerapporteerd.
Aan het begin van de telling was dat nog ongeveer 17 procent, bijna één op de vijf vrouwen. Dat percentage is de afgelopen jaren wel snel gedaald en ligt nu rond de 5 procent. Maar hoe het in de jaren zeventig was? Dat valt nauwelijks te zeggen.
De reden voor de recente daling is ook niet helemaal duidelijk; het valt in ieder geval samen met een algemene daling in gewelddadige misdrijven in de VS en moet dus zeker in die context worden gezien. Wel kwam er in 1994 veel geld vrij voor het trainen van bijvoorbeeld agenten, officiers van justitie en rechters in het herkennen en beoordelen van huiselijk geweld, wat mogelijk ook een rol heeft gespeeld.
My folks weren’t understandingWhen they found out they sent me from the homeplaceMy daddy said if folks found outHe’d be ashamed to ever show his face
In het tragische ‘Down from Dover’ beschrijft Parton hoe een tienermeid zwanger raakt van een jongen en tevergeefs blijft hopen dat hij zich met haar over het kind zal ontfermen als hij terugkomt uit Dover (vermoedelijk de plaats in de staat Delaware, niet de Britse kuststad). Uiteindelijk komt de vader niet terug, wordt het meisje verstoten door haar familie en in de climax van het nummer overlijdt ook het kind na de geboorte.
In het jaar dat Parton het nummer uitbracht kregen nog bijna zeventig op de duizend vrouwen in de VS kinderen tussen hun veertiende en negentiende jaar. Zo vroeg kinderen krijgen leidt vaak tot problemen op school, en is gecorreleerd met een lager inkomen als volwassene. Ook krijgen de betrokken kinderen later in hun leven eerder te maken met gedrags- en gezondheidsproblemen.
In de VS is het aantal inmiddels flink gedaald, naar minder dan twintig op de duizend vrouwen. Dat komt vooral door verbeterde toegang tot voorbehoedsmiddelen en betere seksuele voorlichting. Toch ligt het aantal tienerzwangerschappen in de VS nog altijd hoger dan in veel andere geïndustrialiseerde landen. Zo is dat in Frankrijk en Canada rond de vijf op de duizend vrouwen, en in Nederland in 2023 twee op de duizend.
De precieze redenen hiervoor zijn niet goed onderzocht. Uit recent onderzoek uitgevoerd voor het Amerikaanse Congres komen hypotheses naar voren die wijzen op een lager gebruik van voorbehoedsmiddelen in de VS vergeleken met andere ontwikkelde landen. Duidelijk is dat er binnen de VS enorme verschillen zijn die ook samen lijken te hangen met de toegang tot abortus. In de conservatieve staat Mississippi was het aantal geboortes per duizend tienermeiden bijna 25. Ook Partons eigen Tennessee staat behoorlijk hoog, met iets meer dan 20 tienerzwangerschappen per duizend meiden.
So try each day to try a little harderAnd if you fail, get up and try againYou know nothing is impossibleIf you can just believe
‘Try’ is een relatief recent nummer van Parton, slechts iets meer dan tien jaar oud en niet heel erg bekend. Maar het neemt een belangrijke plek in in haar oeuvre: Parton verklaarde dat het nummer mede geïnspireerd was op enkele familieleden (waaronder haar vader) die niet konden lezen en schrijven. Parton gebruikte het ook als een soort informele theme song voor haar liefdadigheidsprogramma Imagination Library, dat boeken uitdeelt aan kinderen in verschillende Engelstalige landen.
Dat het aandeel analfabetisme in de VS enorm gedaald is gedurende de eeuwen, mag niet direct een verrassing heten. Dat geldt ook voor het aantal schoolverlaters. Hoewel in de VS voortdurend kritiek valt te horen op de staat van het onderwijs, en er serieuze problemen zijn in veel regio’s, zijn de grote problemen waar haar familieleden mee kampten grotendeels uitgeroeid.
Toch is iets anders aan het nummer eigenlijk het opvallendst: de extreem positieve toon, en het gehamer op het kunnen bereiken van elk doel wanneer je maar hard genoeg werkt, echoën de bekende boodschap van de Amerikaanse Droom en haar grote beloftes van geluk en welvaart. In zekere zin is dat een omkering van de vaak wat pessimistische boodschap van sociale mobiliteit en de vruchten van hard werken in eerder werk, zoals in ‘9 to 5’.
Hoeveel Amerikanen geloven er eigenlijk in de Amerikaanse Droom, en neemt dat aantal toe of af? Ofschoon dit met enige regelmaat is gemeten, is er geen goede informatie beschikbaar over de ontwikkeling van deze trend. Wel is duidelijk dat inmiddels een meerderheid van de bevolking niet lijkt te geloven in de stelling dat elke inwoner de kans heeft de Droom waar te maken. Wat dat betreft sluiten de oudere nummers van Parton misschien beter aan bij de sfeer in het land dan haar nieuwere werk.
Met medewerking van Yordi Dam.