Home

De mannen (en één vrouw) van de Holland Acht: ‘Als je het écht goed doet samen, kan het bijna als vanzelf voelen’

WK roeien De Holland Acht begint dit weekend als favoriet aan de wereldkampioenschappen roeien in Amsterdam. Een gesprek met alle acht roeiers en hun stuurvrouw over roeien in de boot die het meest tot de verbeelding spreekt. „Uiteindelijk moet je het met z’n negenen doen.”

Jonna de Vries, Mick Makker, Jan van der Bij, Pieter van Veen, Sander de Graaf, Jorn Salverda, Wibout Rustenburg, Finn Florijn en Eli Brouwer in actie tijdens de heats op de WK roeien in Shanghai. Ralf Rienks roeide dat toernooi niet in de acht.

Hun beste race ooit? Jorn Salverda (29), die nog niet zo lang in ‘de acht‘ roeit, kan niet anders dan de WK-finale van vorig jaar in Shanghai noemen. „Alles klopte. En als alles klopt, dan vliegt zo’n acht.”

Pieter van Veen (28), ook nog vrij nieuw in de acht, de grootste wedstrijdboot, over diezelfde race: „Als je zó’n wedstrijd roeit samen en ook nog eens ver voor de tegenstand uit, dat is wel heel machtig.”

Op die momenten is de acht „een soort machine”, zegt Ralf Rienks (28). „In kleine nummers” – bestaande uit één, twee of vier roeiers – „voelt het meer alsof je elke haal aan die boot moet sleuren. Terwijl in een acht, als je het écht goed doet samen, het bijna als vanzelf kan voelen.”

De acht kreeg in Shanghai iets voor elkaar dat Nederland nog niet eerder gelukt was: ze werden wereldkampioen (ook de vrouwen acht deed dit voor het eerst). Daarmee beginnen de mannen van de acht met hun stuurvrouw zeer kansrijk aan de wereldkampioenschappen op de eigen Bosbaan in Amsterdam. Zaterdag roeien ze hun eerste wedstrijd, zondag is de finale. Rienks: „Ik vind het wel vet om, ik durf het nu wel te zeggen, als favoriet aan de start te liggen.”

De mannen acht is het meest illustere nummer in het Nederlandse roeien, de enige boot met een koosnaam: de Holland Acht. En toch heeft de acht soms periodes lang maar weinig sportief succes.

Natuurlijk wel met de ploeg die de term Holland Acht muntte: de groep van onder meer Ronald Florijn en Nico Rienks, die historisch goud won bij de Olympische Spelen van Atlanta in 1996. Maar daarna bleef het lang schrapen. Zo haalde de acht vier jaar later in Sydney de finale niet eens. Pas in 2016 was er weer een olympische podiumplaats: brons in Rio de Janeiro. En twee jaar terug in Parijs won de acht, onderdeel van de meest succesvolle Nederlandse roei-equipe ooit, zilver.

NRC sprak alle roeiers van de acht en stuurvrouw Jonna de Vries vlak voor de start van de WK. Wat definieert deze ploeg?

Synchroon bewegen

Hoezeer de acht tot de verbeelding spreekt, merkte Sander de Graaf (31) toen hij vorig jaar een kort uitstapje naar de vier zonder maakte. „Toen vroeg mijn familie wel van: wanneer mag je weer terug naar de acht?”

Dat speciale aanzien geniet het nummer overigens niet per se bij roeiers zelf, zegt Wibout Rustenburg (27). „Het geeft vooral status als je in de best presterende boot zit.”

Ralf Rienks (zoon van Nico Rienks, van de gouden acht van Atlanta): „Hoe ik het zie: als je in de skiff wint ben je de beste van de wereld. Maar de acht is gewoon een heel mooi nummer. Acht mannen die synchroon bewegen, dat is indrukwekkend. Ik denk dat het daarom voor de buitenwereld het vlaggenschip is.” Er zijn ook landen, zoals de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland, die zwaar inzetten op de acht. „In Duitsland zeggen ze: Achter gut, alles gut.”

Rienks was onderdeel van de zilveren acht in Parijs. Die tweede plek was een prestatie van formaat: er werd vooraf niet op gerekend. „Het was toen onze beste race ooit,” zegt Jan van der Bij (34). „Ik was heel blij met zilver. Maar twee maanden later zat ik thuis en dacht ik: ja, het is geen goud. We kunnen nog een stap zetten.”

Zoals gewoon is in het roeien, zeker na de Spelen, gingen de bootindelingen flink op de schop. De acht van nu is voor de helft vernieuwd. Mick Makker, die er bij was in Parijs, ziet een „nog extremer” perfectionisme bij de nieuwe lichting. „Ze stappen niet vaak uit de boot en zeggen: het ging goed zo. Ik denk dat dat ons veel brengt. „

Dat komt ook door verantwoordelijkheidsgevoel, zegt Salverda: „In Parijs is ongelooflijk veel eremetaal bij elkaar geroeid. Ik mag hier nu ook zijn. Daar hoort wel bij dat ik naar het hoogst haalbare streef.”

Stuurvrouw Jonna de Vries (35). „Ik vind dat we dit als business moeten aansturen. Het is heel leuk, maar we zijn geen groepje vrienden dat hard wil roeien. We zijn hier voor het goud.”

Rienks noemt de huidige acht „een vrij zakelijke ploeg”. „We doen wat er van ons gevraagd wordt. Ik heb dat zelf laatst een beetje saai genoemd, maar daardoor tik je ook de ondergrens niet aan.” Het roeiprogramma is de laatste jaren sowieso heel gestructureerd geworden, er is weinig ruimte voor eigen invulling, zegt hij. „Daar heb ik weleens een beetje moeite mee. Maar ja, het werkt. En als het werkt, is dat heel fijn. Dan hoef je niet na te denken. Alles wordt verzorgd: maaltijden, fysio’s, masseurs, een diëtist. Alles staat voor ons klaar. Heel makkelijk.”

Finn Florijn (26): „Gewoon uitvoeren.”

Florijn – zoon van Ronald Florijn, die andere bekende roeier van Atlanta, en broer van skiffeur Karolien – stapte over van de dubbelvier, waarmee hij in Parijs olympisch kampioen werd. „Ik had zin om even niet te scullen [roeien met twee riemen, de acht roeit met één riem]. En ik vind het heel leuk. Dat gevoel van vliegen, daar leef ik bijna voor.”

‘Achten is wachten’

Roeien in een acht kan „enorm frustrerend” zijn, zegt Jorn Salverda. Dat ‘vliegen’ is natuurlijk aangenaam, maar als het niet loopt, „heb je het gevoel dat je door het water zakt”, zegt hij. De boot is een kleine twintig meter lang en weegt al zo’n honderd kilogram. „En dan zit er nog ongeveer acht keer honderd kilo in.”

Finn Florijn met de Holland Acht op de vierde dag van de WK roeien op de Bosbaan in het Amsterdamse Bos.

Alsof je „door stroop” roeit, vult Van der Bij aan. En dat gebeurt in een acht nou eenmaal vaker dan in andere boten: de meeste roeiers, de meeste variabelen. „Maar ik vind dat geweldig: met z’n allen prutsen om het zo goed mogelijk te krijgen.”

Daarbij brengt de grootste boot ook de meeste logistieke strubbelingen. „Mensen zeggen weleens: achten is wachten,” zegt Sander de Graaf. Een voorbeeld: „We trainen om half negen. Een deel vindt het lekker om een beetje in een chille vibe te beginnen. Maar er zijn ook jongens die het liefst meteen het water ingaan. Daar zijn stiekem vaak frustraties over.”

Stuurvrouw De Vries: „Ik ben erg van de structuur. Daar hebben we het ook over, hoor. En uiteindelijk moet je het met z’n negenen doen. Het is geven en nemen.”

Technische zaken zijn net zo goed dankbare gespreksstof. Over de beweging waarmee het blad het water uitkomt of ingaat, bijvoorbeeld, kun je „eindeloos praten”, zegt Mick Makker. En zo komt er van alles op tafel. Maar die gesprekken moeten volgens hem ook begrensd worden. „Je wil voorkomen, dat is een risico in de acht, dat iedereen er zijn plasje over wil doen.” Daar ligt ook een rol voor de coach, zegt hij.

Jorn Salverda: „Je moet soms ook denken: ik ben het er grotendeels mee eens, ik hou even mijn mond.”

Eigen ziel

Heeft de acht, ondanks de wisselende samenstellingen, nou een eigen ziel? Pieter van Veen denkt van wel. „De jongens van de acht zijn toch wel de jongens van de acht. Wie er ook in die boot zit.”

Voor de andere roeiers kan zo’n grote ploeg als een gesloten bolwerk voelen. „Je raakt met negen man steeds meer op elkaar ingespeeld, je krijgt inside jokes, hoeft elkaar alleen maar aan te kijken,” zegt Jan van der Bij. „Daar moet je wel bewust mee omgaan. Want we zijn gewoon het Nederlandse roeiteam.”

Ralf Rienks: „Omdat wij zo’n grote groep zijn, wordt er altijd wel naar ons gekeken. Dan komen wij weer de kleedkamer binnen gestampt.”

„Als acht speel je je ook sneller in de kijker als je goed presteert,” zegt Makker. Zo werd de mannen acht vorig jaar verkozen tot sportploeg van het jaar, terwijl nog drie andere Nederlandse boten WK-goud wonnen. „Dat is niet altijd eerlijk, maar het is de realiteit. Het is aan ons om nuchter te blijven.”

Dat geldt ook voor deze wereldkampioenschappen, zegt hij. Voor het eerst kan een Nederlandse mannen acht een WK-titel prolongeren, voor eigen publiek nog wel. De ploeg staat er goed voor, ook gezien twee wereldbekeroverwinningen eerder dit jaar. Van Veen: „Ik verwacht wel vuurwerk.”

Maar, zegt Makker: „We zijn ons er heel erg bewust van dat het niet zomaar even gereproduceerd wordt.”

Wibout Rustenburg: „Ik hoorde iemand daar straks zeggen: wij zijn een gouden acht.” Het stond hem niet aan. „Ik dacht: wij zijn helemaal níks! Wij kunnen een gouden acht wórden.”

Sport

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next