Home

Achter de computer in de bezemkast wacht ik op een ‘respect’ van mijn crush

Zien en gezien worden Voor tienermeisjes die opgroeiden in het tijdperk van Hyves en webcams werd zichtbaarheid een maatstaf voor succes. Het doet iets met je, schrijft Hannah Boekestijn, als je leert jezelf continu door de ogen van anderen te bekijken.

In de bezemkast onder de trap staat sinds kort een computer, tussen de schoonmaakspullen en oude poetsdoeken van kinderkleren die we zijn ontgroeid. De lamp werkt alleen door het peertje aan te draaien, als ik hem uren later uitdoe, brand ik mijn vingers eraan. Een klein bureautje, een bureaustoel, een veertienjarig meisjeslichaam past er met de deur dicht precies bij. Vastgeklemd tegen het bureau kan ik beginnen. Mijn grote teen drukt op de powerknop en het Windows-scherm verschijnt. Met de cursor klik ik mijn account aan met een icoontje van een zonnebloem. Ik verbind de camera met een kabeltje. Met een rietje blaas ik bellen in mijn limonadeglas en warm mijn voet aan de ventilator van de computer. Foto’s van gisteren laden op het scherm.

Mijn beste vriendin en ik staren de camera in met uitdrukkingsloze gezichten. We dragen een XXL-overhemd met een riem eromheen, hoge hakken, een strohoed gevonden op de vliering. Een koffertje ernaast moet de indruk van reislust wekken. Het was precies het plaatje dat we in het modetijdschrift Vogue van mijn zus hadden gezien.

Het organiseren van fotoshoots is een van onze hobby’s en we kiezen onze locaties zorgvuldig. Afgelopen week schoten we de foto’s op het pleintje achter, daarvoor in een weiland. Voor deze shoot schoven we de bank en lamp weg voor een egaal wit decor. Af en toe is mama op de achtergrond te zien met een wasmand.

Adobe Photoshop, illegaal gedownload door mijn zus, biedt allerlei opties voor het bewerken van de foto’s. De foto wordt zwart-wit, sepia, fluorescerend. Ook kun je oneffenheden gladstrijken. Ik klik wallen weg, egaliseer puistjes en klik op moeilijke Engelstalige knoppen om te zien wat ze doen. Het verbaast me dat het er niet meteen zo uitziet als in de Vogue.

Nu nog een titel bedenken voor het nieuwe fotoalbum. Girls just wanna have fun (18 foto’s)

Alles draait om kijken en bekeken worden

In de jaren negentig heerste het postfeminisme: het idee dat het feminisme haar doelen grotendeels wel had bereikt. Vanaf nu konden meisjes alles wat jongens kunnen. Het was een gedachtegoed van ieder voor zich, van zien en gezien worden, van glitter and glam. Weg met het saaie feminisme dat structurele problemen aan de kaak stelt, jouw leven draait om jou.

In een wereld van popsterren, supermodellen en actrices wordt het moderne meisje aangespoord om ‘iemand’ te zijn, schrijft Anita Harris in het boek Future girl: Young Women in the Twenty-First Century (2004). Met behulp van hard werken en de juiste keuzes kan ze zichtbaar worden op het internet en sociale media, en iedereen weet: zichtbaarheid betekent succes. Wie continu in beeld is, wordt gezien als cultureel relevant. Het moderne meisje was iemand die iets van zichzelf maakte en dit trots aan de buitenwereld liet zien. Ze was assertief en ambitieus, en kon elk obstakel moeiteloos overwinnen – zoals Elle Woods zegt in de film Legally Blonde (2001), als haar ex verbaasd is dat ze is toegelaten tot Harvard: ‘What, like it’s hard?’

Binnen onze vriendinnengroep had ieder meisje wel een begeerlijke eigenschap: een platte buik, lang haar, grote ogen. We zochten naar manieren om ieders assets maximaal tot uiting te laten komen op de foto’s. We raakten verblind door de rollen die we konden spelen en onbewust ook moesten spelen. Beïnvloed door artiesten als Britney Spears en Shakira op MTV leerden we onszelf te presenteren. We waren er volledig van overtuigd dat dit de rollen waren die wij begeerden, maar we hadden geen idee hoe slecht we die eigenlijk speelden. Hoe doorzichtig onze persona was, als een slecht geschreven script.

Al snel doordrong het kijken en bekeken worden elk deel van ons leven: op het schoolplein, in de supermarkt, onderweg naar voetbal of tennis. We rekenden elkaar af op een slechte uitvoering. Een klasgenootje sprak plots met een Brits accent, precies als Madonna (die zich als Amerikaanse even plots een Brits accent had aangemeten) – niet goed wetende dat haar muziek vooral voor onze ouders was. De hele klas was gek op Britney Spears. Als een meisje haar rol te zichtbaar of te geforceerd speelde, werd ze uitgelachen. Nog erger was het meisje dat zich er niets van aantrok, zich weigerde te conformeren. Zij werd buiten het sociale spel geplaatst. Tenzij ze mooi was, dan werd ze er juist om bewonderd.

Waar onze foto’s voor de komst van Hyves enkel door een klein groepje vrienden en familie werden bekeken, werkten we nu aan een publiek zelf. Door het online plaatsen van onze foto’s, creëerden we een tweede versie van onszelf die anderen onder de loep konden nemen. Decennia voor sociale media opkwamen, schreef Susan Sontag al over dit mechanisme in On Photography (1977). Het fotograferen van jezelf verschuift je identiteitsgevoel van iets innerlijks, naar iets wat georkestreerd kan worden. We dachten na over onze pose, wat we droegen, maar evengoed over de enscenering en wat dat over ons zou zeggen. Deze beelden werden vervolgens geconsumeerd door anderen. Een foto was volgens Sontag daarom per definitie vervreemd van de geleefde ervaring. Het zorgt voor een verschuiving van het zijn van een zelf, naar het hebben van een beeld van een zelf.Als ik in de spiegel mijn gezicht ontspande, in plaats van mijn fotopose aannam, wat inmiddels automatisch ging, schrok ik van mijn spiegelbeeld. Tijdens het optutten in de badkamer lachten mijn vriendinnen om het gezicht dat ik trok. Grappend deden zij het na, maar zij trokken evengoed een eigenaardig gezicht. Zodra er een spiegel of camera was, was er een verschuiving te zien in onze gezichtsuitdrukkingen.

Vanaf de puberteit een mannelijk publiek

De jongens voetballen op het plein. Ze schreeuwen en lachen. De zon schijnt. Ik speel Patience, ververs Hyves en pak nog een glas limonade. Vandaag hoef ik de computer niet te delen met mijn zussen. De internetwereld is van mij.

In de Amerikaanse romantische komedie 10 Things I Hate About You (1999) staan twee jongens stiekem in de tienerslaapkamer van een bevriend meisje. Ze hebben geleerd dat meisjes klaar zijn voor de eerste keer als ze zwarte lingerie bezitten. De een schuift de ladekast open.„Niet doen”, zegt de ander, maar het gebeurt al. Een zwarte onderbroek bungelt tussen de vingers van zijn vriend.

In hetzelfde jaar verschijnt de meest iconische en controversiële cover van het tijdschrift Rolling Stone, geschoten door David LaChapelle. Een zeventienjarige Britney Spears ligt op een roze, satijnen bedsprei. Haar bloesje geheel open geknoopt, een zwarte beha en een kort pyjamabroekje zichtbaar. In de ene hand houdt ze een Teletubbie-knuffel, in de ander een vaste telefoon. Met haar mond halfopen kijkt ze recht de camera in. De beschrijving: Inside the heart, mind and bedroom of a teen dream.

Zodra meisjes in de puberteit belanden krijgen ze ongevraagd een mannelijk publiek. Ze worden nagekeken op straat, begluurd in het zwembad. De webcam voegde een extra dimensie toe: nu konden jongens en mannen zelfs in hun slaapkamers kijken. Meisjes werden bekeken vanuit hun laptop, aan het bureau of op bed. Al gauw werden ze gevraagd hun shirtje omhoog te trekken. Zelfs de meest private plek, de eigen slaapkamer, was niet meer gevrijwaard van een publiek.

De eerste keer dat een jongen mijn slaapkamer zag was ik dertien jaar en aan het bijkomen van een verkoudheid. We zaten in dezelfde brugklas en we hadden sinds een week verkering. Kleren die normaal gesproken op de grond lagen, had ik keurig opgevouwen. Mijn bed tot drie keer toe opgemaakt. Tevreden keek ik rond naar wat hij zo meteen zou zien. Ik hoopte dat hij de zorgvuldig gecureerde inrichting zou waarderen. Posters van Britney Spears, mijn allermooiste jurk en de strohoed hingen aan de roodgeverfde muren. De Vogue lag casual op het bureau. Mijn moeder had een bordje gesneden uien naast mijn bed gezet, zodat mijn verstopte neus snel open zou gaan. De geur was overal en de jongen rende mijn kamer uit. „Maar vond je mijn kamer wel mooi?”, riep ik hem na.

We houden ons in, passen ons aan

Wie de ware kunst beheerst, wekt de indruk dat het geen kunst is, zei mijn moeder vaak. Ik dacht aan de manier waarop ze zichzelf bekijkt in de spiegel voordat we naar feestjes gaan. Herhaaldelijk strijkt ze de stof van haar jurk glad over haar buik, precies zoals haar moeder dat ook deed. Alsof ze iets weg wil halen. Mijn zusje en ik keken ernaar. Daarna liep ze vol zelfvertrouwen het feestgedruis in. Later begreep ik pas wat ik zag: dit was een rol die fantastisch werd gespeeld.

Op een gegeven moment werd het gevoel van bekeken worden zo sterk dat het alles doordrong, ook toen ik ouder werd. Nadat een docent zei dat ik niet zo meisjesachtig moest praten, vergat ik tijdens werkcolleges telkens mijn punt. Ik durfde niet goed te slapen naast mijn eerste vriend vanuit het idee geen controle te hebben over mijn gezichtsuitdrukking. Zelfs bij alledaagse handelingen zoals naar de supermarkt fietsen, prikten onzichtbare ogen in mijn rug.  

Psychologen Barbara Fredrickson en Tomi-Ann Roberts schrijven in hun artikel Objectification Theory: Toward Understanding Women’s Lived Experiences and Mental Health Risks (1997) dat zelfobjectivering een reactie is op geobjectiveerd worden. We houden ons in, passen ons aan in anticipatie op de blik van de ander. Het is een vorm van zelfbescherming en een poging om controle te behouden in een wereld waarin men voortdurend wordt beoordeeld. De zelfobservatie veroorzaakt een constante ruis. Dit was zo genormaliseerd dat niemand van ons erover sprak. Het sloop in onze dagelijkse realiteit en zorgde voor een permanente verschuiving in hoe we onszelf, de ander en de wereld waarnamen. De psychologen halen het voorbeeld aan van meisjes die last hebben van zelfobjectivering tijdens sport. Zij gooien minder effectief en met een minder ‘open’ beweging een softbal in de lucht. Het doet denken aan de uitspraak: gooien als een meisje.

Volgens Frederickson en Roberts vormt zelfobjectivering een risico voor de mentale gezondheid. Het zorgt voor een focus op het zelf, waardoor we minder open staan voor de ander. Het kan samengaan met schaamte en walging wanneer we ontevreden zijn. We verloren de mogelijkheid tot uitzoomen.

Waternimfen op het strand

Mijn Hyvesalbum heeft vijftien respects. Ik probeer de foto’s te zien door de ogen van anderen, en in het bijzonder die van mijn nieuwe crush. Hij heeft er nog niet op gereageerd. Misschien is hij ook buiten, net zoals de jongens op het voetbalveld. Ik bestudeer mijn ogen, mijn mond. Mijn te bolle wangen ingezogen. Mijn zusje komt thuis en vraagt of ik zin heb om te skeeleren. Ik schud mijn hoofd en ververs Hyves. Ik bekijk zijn pagina, niet wetende dat hij betaald heeft om te kunnen zien wie zijn profiel heeft bekeken. Over een half uur komt mijn moeder thuis en moet ik doen alsof ik een boek lees. Mijn crush reageert met een emoji van een dansende banaan op een van mijn foto’s. Ik duw de deur van de bezemkast open en draai glunderend rondjes op mijn bureaustoel.

Mijn zus bezit een professionele Canon omdat ze fotograaf wil worden. Ze heeft er lang voor gespaard. Mijn zus staat liever achter de camera dan ervoor. Ze wil liever degene zijn die kijkt. Een week later pakken mijn vriendin en ik stiekem haar camera. Onze volgende fotoshoot speelt zich af bij het meertje. We denken aan waternimfen gedrapeerd op het strand. De wind waait hard op de heenweg. De snelweg naast het meer brult. Het water is koud, maar we hebben in het tv-programma America’s Next Top Model een model gezien dat onderkoeld raakte en geven niet op.

Mijn vriendin staat met haar voeten in het water. Plots gilt ze. Iets strijkt langs haar voet. Ze valt in het water met de camera in haar handen. Zeewier kronkelt om haar enkel. Nu kunnen we niet meer gezien worden.

„Jullie hebben mijn carrière verpest”, schreeuwt mijn zus.

Sluier over de werkelijkheid

Volgens Susan Sontag lijkt de foto de afstand tussen ons en de wereld te verkleinen, terwijl diezelfde afstand in de geleefde ervaring juist toeneemt. We zien een momentopname, een uitsnede, een curatie.

Zichtbaarheid werd voor de opkomende millennial-generatie gepresenteerd als een waarde op zichzelf. Via het internet konden we overal kijken en tegelijkertijd bekeken worden. Waar meisjes in hun puberteit aanvankelijk zoeken naar manieren om zich uit te drukken en te experimenteren met wie ze zijn, verschoof dit al snel naar een nadruk op consumptie en onderlinge monitoring.

De computer staat allang niet meer in de bezemkast. Anno 2026 kan alles online bekeken worden, zelfs de binnenkant van een koelkast, zolang het maar interessant genoeg is. De beeldwereld, zo schrijft Susan Sontag, legt zich als een sluier over de werkelijkheid: een laag die onze directe relatie tot de wereld verstoort.

De camera van mijn zus kan gemaakt worden bij de plaatselijke fotowinkel. We leveren ons zakgeld in en mijn ouders vullen het aan. Nu ligt het fototoestel weer op de vertrouwde plek. Mijn zus is niet thuis. Ik sluip haar kamer in en pak de camera.

Sociale media

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next