Home

‘Honderden slachtoffers zijn nog niet gevonden’, zegt een nabestaande na de dood van de Servische oorlogsmisdadiger Mladic

Overlijden Ratko Mladic Familieleden van slachtoffers vinden dat de Nederlandse overheid meer onderzoek moet doen om vermiste Bosniërs terug te vinden. Intussen wordt in Bosnisch-Servië de overleden Ratko Mladic door velen als held geëerd.

Ratko Mladic luistert op 8 juni 2021 naar de uitspraak in hoger beroep in Den Haag, waarin zijn veroordeling tot levenslang werd bevestigd.

De dood van de Bosnisch-Servische legerleider Ratko Mladic (84) moet aanleiding zijn de blik te richten op zijn slachtoffers en hun nabestaanden, zegt genocide-onderzoeker Alma Mustafic (45). „Wat betekent het voor óns?” Haar vader werd vermoord tijdens de genocide in Srebrenica in 1995, waarbij meer dan achtduizend Bosnische mannen en jongens zijn gedood door het Bosnisch-Servische leger onder leiding van generaal Mladić.

„We weten van honderden vermoorde mannen nog steeds niet waar hun lichamen liggen”, zegt Mustafic. „Het is de verantwoordelijkheid van de Nederlandse overheid onderzoek te doen naar massagraven en de mensen te vinden die nog altijd vermist zijn.”

De donderdag overleden Ratko Mladic (84) is in 2017 veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf voor de genocide bij Srebrenica en misdaden tegen de menselijkheid. Hij zat zijn straf uit in het VN-detentiecentrum in Den Haag. De laatste anderhalf jaar was hij ziek en bedlegerig en verbleef hij voornamelijk op de verpleegafdeling. Eerdere verzoeken van zijn familie om „humanitaire vrijlating” werden afgewezen door het VN-oorlogstribunaal, aldus zijn advocaat Dragan Ivetic tegen persbureau ANP.

Het Internationaal Restmechanisme voor Straftribunalen (IRMCT) heeft een rechter aangewezen om de dood van Mladic te onderzoeken. Het IRMCT is een VN-rechtbank die resterende zaken afhandelt van de opgeheven VN-tribunalen voor Joegoslavië en Rwanda. „Dit is de normale procedure”, zegt een VN-woordvoerder.

Onduidelijk is hoe lang het onderzoek zal duren. „Het onderzoek naar het vorige overlijden in de gevangenis, dat van Félicien Kabuga [hoofdverdachte van de Rwandese genocide], duurde niet langer dan een maand.” Volgens het Servische persbureau SRNA heeft Mladić herhaaldelijk zijn wens geuit om naast zijn dochter Ana begraven te worden op de begraafplaats Topčider in Belgrado.

Alma Mustafic: „We weten van honderden vermoorde mannen nog steeds niet waar hun lichamen liggen.”

Alma Mustafic was veertien jaar toen de massamoord in Srebrenica plaatsvond. Haar vader werkte als elektricien voor Dutchbat, de Nederlandse VN-vredesmacht die gelegerd was in de door de VN beschermde enclave Srebrenica toen de Bosnische Serviërs het gebied veroverden en de massamoord op Bosnische mannen en jongens begon. Mustafics vader werd door de troepen van Mladic meegevoerd vanaf de basis van Dutchbat en gedood.

Olaf Nijeboer (53) was een van de Dutchbat-militairen, hij liep PTSS op, ook al bevond hij zich tijdens de genocide niet in de enclave. Nu is hij voorzitter van veteranenvereniging Dutchbat III. „Onze eerste zorg ligt bij de nabestaanden en overlevenden, het overlijden van Mladić opent veel wonden.”

Ruim 350 Dutchbatters houden in een besloten Facebookgroep contact met elkaar, vertelt hij, binnenkort is er weer een reünie. „Vanmiddag schreef de een in de groep dat Mladic wel honderd had mogen worden, zodat hij langer zijn straf uit kon zitten, van een ander had hij juist eerder mogen sterven.” 

Nijeboer is „opgelucht”. Niet zozeer omdat Mladić dood is, „wel dat hij in gevangenschap is overleden, en niet is vrijgekomen of overgeplaatst”. „Als Dutchbatters hebben we gezien wat er gebeurt als de beschaving wegvalt. Het is, ook nu, belangrijk dat leiders zien dat als ze bepaalde keuzes maken, ze uiteindelijk achter de tralies overlijden.”

In een officiële verklaring noemde president Siniša Karan van Republika Srpska, een deelstaat in Bosnië-Hercegovina, dat Mladic „een van de belangrijkste militaire figuren van het Servische volk was”. Volgens onderzoeker Alma Mustafic wordt de genocide in de regio nog altijd ontkend of juist verheerlijkt. Twee jaar geleden namen de VN een resolutie aan waarin de ontkenning van de Srebrenica-genocide scherp werd veroordeeld. In Bosnië-Herzegovina is ontkenning sinds 2021 zelfs strafbaar. In de VN-resolutie wordt ook geageerd tegen de „verheerlijking van oorlogsmisdadigers en personen die door internationale rechtbanken zijn veroordeeld”. Desondanks ziet Alma Mustafic dit herhaaldelijk gebeuren onder Bosnische Serviërs. „De situatie daar is nu erger dan in 1992.”

Mensenrechten

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next