Home

De flinterdunne grens tussen menselijkheid en onmenselijkheid als het om vluchtelingen gaat

Franse literatuur In een ijzingwekkende roman, gebaseerd op ware dialogen, neemt de Franse schrijver Vincent Delecroix een vluchtelingendrama in het Kanaal uit 2021 als uitgangspunt. Ook in twee andere Franse romans spelen migranten een rol.

Migranten bouwden in de zomer van 2021 bij wijze van protestactie een tentenkamp in de wijk Marais in Parijs, vlak bij het stadhuis.

Vincent Delecroix: Rubberboot. (Naufrage) Vert. Hester Tollenaar. Jurgen Maas, 136 blz. € 19,99

Marie Pavlenko: Hier geboren worden. (Traverser les montagnes et venir naître ici) Vert. Carlijn Brouwer. De Bezige Bij, 332 blz. € 22,99

Schuldgevoel is een bijzonder soort medeleven. Het richt zich op de ander, maar het gaat evengoed over onszelf. Wie zich, bij het zien van ontredderde bootvluchtelingen op een strand, schuldig voelt over de manier waarop wij hen in Europa opvangen – onvoldoende, agressief of onverschillig – betrekt die emotie vaak ook op zichzelf; het heeft te maken met onze eigen welvaart, onze eigen passiviteit en onze eigen veiligheid. Literatuur is in staat zo’n ambigu gevoel haarfijn te ontleden, van alle kanten te bekijken en te belichten.

In Rubberboot, de korte, ijzingwekkende roman die vorig jaar op de shortlist van de International Booker Prize stond, neemt de Franse schrijver en filosoof Vincent Delecroix een tragedie als uitgangspunt. In november 2021 verdronken 27 vluchtelingen in het Kanaal, nadat mensenhandelaars hen in Calais op een opblaasboot hadden gezet. Die zonk. Zonder dat de Franse of de Engelse kustwacht hulp bood. Ze schoven de verantwoordelijkheid af; de Engelsen gingen over de Engelse wateren, de Fransen over de Franse. Aangezien het bootje nu eens aan de ene kant dobberde en dan weer aan de andere, kwam niemand in actie.

In zijn op ware dialogen gebaseerde roman geeft Delecroix eerst het woord aan de Franse kustwachtmedewerker die die nacht dienst had. Zij wordt ondervraagd door een gendarmeriecommandant: waarom heeft ze niets gedaan, terwijl ze achttien telefoontjes met een schreeuw om hulp ontving? De vrouw blijft rustig, legt uit wat haar taak is en waarom empathie daarbij wordt afgeraden. Teveel verbeelding helpt niet bij het beoordelen van dit soort situaties. Ze weerlegt de beschuldiging van nalatigheid; de boot bevond zich in Engelse wateren. Waren de opvarenden bovendien niet daar beland als gevolg van een heel lang proces, een voorgeschiedenis waar ze niet bij betrokken was? Waren ze niet uit eigen beweging van huis vertrokken? Waarom werd zij gezien als een schuldig monster terwijl ze alleen maar, precies volgens de regels, haar werk deed?

Jérôme Ferrari: Très brève théorie de l’enfer. Actes Sud, 151 blz. € 22,99

Kilheid

Delecroix laat zien dat de grens tussen menselijkheid en onmenselijkheid flinterdun is en bovendien op ieder moment verandert. Hij wil duidelijk niet oordelen, en maakt het je als lezer moeilijk dat te doen. Maar hij geeft de vrouw wel een afstandelijke kilheid mee die lijkt op die van de hoofdpersoon van De vreemdeling van Albert Camus. Zoals die niet huilde op de begrafenis van zijn moeder, zo blijft de kustwachtmedewerker van steen. Het is haar toon en het voor haar baan vereiste gebrek aan inlevingsvermogen, die Delecroix inzet om haar verantwoordelijkheid en haar morele geweten peilen.

En daarmee ons geweten. Wij zijn verontwaardigd als we in de krant een dergelijk nieuwsbericht lezen, we krijgen kippenvel, vragen ons af hoe dat in ’s hemelsnaam mogelijk is. Maar we ondernemen geen actie. Als Kierkegaard-specialist stelt Delecroix aan de hand van deze tragedie morele vragen: zijn we schuldig, als individu of als collectief, en zo ja, willen of moeten we dat onder ogen zien?

Verkleumde vrouw

Wie niet haar ogen sluit en bovendien in actie komt, is Astrid, de hoofdpersoon van de ontroerende roman Hier geboren worden van Marie Pavlenko. Zij verloor haar man en kinderen bij een auto-ongeluk en verhuist naar een dorp in de Mercantour, het zuidelijk deel van de Alpen. Het is er kaal, onherbergzaam, er wonen weinig mensen. Ze wil weg van de herinneringen, weg van haar baan. Stilte, pure natuur, afmattend bezig zijn op haar stuk land – dat heeft ze nodig. In de winter ,,smaakt de lucht naar waterval” en ,,tooien kartelranden van ijs de randen van de dakgoot”. In haar zintuiglijke, bijna onthechte taalgebruik laat Pavlenko je de Alpen voelen – en de eenzaamheid.

Midden in een sneeuwstorm treft Astrid een verkleumde, jonge vrouw. Maanden geleden is Soraya met haar ouders uit Syrië gevlucht. Ze is hen kwijtgeraakt, in Albanië verkracht en inmiddels hoogzwanger. Astrid geeft haar onderdak en laat haar blijven. Na de bevalling wil Soraya niets met ,,het ding” te maken hebben, Astrid bekommert zich om haar pasgeboren dochter. Langzaam herstellen beide vrouwen van de traumatische gebeurtenissen in hun leven. Ze verbreken hun zwijgen, lezen Franse en Syrische poëzie.

Naar Frankrijk wilde Soraya, ,,het land van de mensenrechten”, zoals haar vader altijd zei. Maar de realiteit is een andere. Ze moet binnenblijven, zodat ze niet gezien wordt door een toevallig passerende buurman en vooral asiel aanvragen voor ze meerderjarig is. Maar hoe ontloopt ze de patrouilles op zoek naar vluchtelingen die via de Alpen, illegaal Frankrijk binnenkomen? Voor de lezer is het spannend, maar ook tenenkrommend. Waar is onze solidariteit met de ander? Als individu steekt Astrid haar nek uit, volgens de wet is wat ze doet strafbaar. Dit is onze wereld lijkt Pavlenko te zeggen, besef je dat wel, lezer?

Benepen gemeenschap

Die wereld krijg je ook voor je kiezen in de recente, prachtig literaire roman Très brève théorie de l’enfer van Goncourtwinnaar Jérôme Ferrari. Als zijn hoofdpersoon, docent Frans, een aanstelling krijgt in Abou Dhabi grijpt hij die kans met beide handen aan. Geboren op Corsica – in bijna alle romans van Ferrari is er een rol weggelegd voor het eiland waar zijn ouders vandaan komen – heeft hij altijd al willen reizen, weg van de platte benepenheid van die gesloten gemeenschap. Voor zijn dochtertje nemen zijn Algerijnse vrouw en hij een oppas in dienst, Kaveesha, afkomstig uit Sri Lanka, ,,het eiland van het bloedbad van de Zwarte Juli, van tijgers en theebladeren”. Haar levensverhaal is een van de rode lijnen in de roman. Kaveesha liet haar zoon achter om voor hem een goede opleiding te kunnen bekostigen, sloofde dertig jaar voor de kinderen van anderen. Van haar eigen zoon raakte ze vervreemd. Eenmaal volwassen blijkt hij alleen uit op haar geld.

Ook Ferrari’s verteller worstelt met schuldgevoel. Hij wil goed doen, een goed mens zijn. Maar hoe doe je dat in de oververhitte, betonnen woestenij van een uit zijn krachten gegroeide metropool? Weerspiegelt de onmenselijkheid buiten niet de leegte van binnen? Ben je getuige of medeplichtig, louter omdat je er bent? Iedereen lijkt verdwaald, de weg kwijt. Het lijkt de hel wel. Zo cirkelen deze indrukwekkende romans rond gewetensvragen en ambigu schuldgevoel, zoals alleen literatuur dat kan doen. Al met al voel je je als lezer bij tijd en wijle behoorlijk ongemakkelijk. En dat is precies de bedoeling.

Migratie en vluchtelingen

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next