Mona Keijzer presenteerde donderdagmiddag haar ideeën voor een nieuwe beweging, die bij voldoende animo moet uitmonden in een nieuwe politieke partij. Op rechts, waar al zoveel smaken zijn. De vraag is: kan Keijzer daar een smaak aan toevoegen?
Rita Verdonk, Hero Brinkman en Hilbrand Nawijn probeerde het begin deze eeuw. Wybren van Haga en Pieter Omtzigt zijn recente voorbeelden. Allen probeerden ze op rechts een nieuwe politieke partij op te richten, maar slaagden daar niet in.
Nu doet Keijzer, ex-CDA en ex-BBB, dus ook een poging. Met de werktitel 'Project 2029' wil Keijzer eerst kijken of zij genoeg gelijkgestemden aan zich kan binden om mee te doen aan de Provinciale Statenverkiezingen in maart volgend jaar. Dat moet in november blijken.
De echte test komt dan bij de volgende Tweede Kamerverkiezingen, die in principe in 2030 gepland staan. Daar moet je dan in 2029 klaar voor zijn. Zie daar de werktitel.
Een eigen partij is nodig omdat het volgens Keijzer niet goed gaat met Nederland. "We hebben te maken met immigratie die het land niet aankan, natuurbeleid dat mensen tegen elkaar opzet en een overheid die steeds meer kost en minder levert."
Opvallend genoeg zijn dit nu juist opvattingen die zo goed als alle al bestaande rechtse partijen ook delen.
Keijzer is al sinds 2012 actief in de Tweede Kamer. Ze zat ook in meerdere kabinetten: eerst als staatssecretaris voor het CDA en later als minister voor BBB. Beide partijen verliet ze met geruzie over leiderschap.
Nu mag Keijzer dan wel helemaal zelf de kar gaan trekken. Dat doet ze door zich af te zetten tegen de politiek waar ze zelf jarenlang onderdeel van was. Volgens Keijzer leggen partijen als D66 en PRO hun progressieve mensbeeld aan de samenleving op. "Niet iedereen denkt op die manier. Mensen kijken op een andere manier naar het leven", zegt Keijzer.
Volgens haar gaan ook steeds meer partijen op D66 lijken, zoals het CDA. "Het CDA heeft gisteren laten weten dat ze liever met PRO in zee gaan dan met JA21. Ik was niet verbaasd, maar dat was in mijn tijd nog weleens anders."
De blik moet dus op (uiterst) rechts. Maar daar is het "hartstikke druk", zegt Matthijs Rooduijn, politicoloog aan de Universiteit van Amsterdam. "Partijen hebben een net iets andere positie. Zo is de een wat radicaler dan de ander. Maar ze beconcurreren elkaar."
Zo is de PVV altijd anti-islam, probeert FVD een eigen zuil op te richten met eigen scholen en presenteert JA21 zich als een degelijke bestuurderspartij. "Er zijn verschillen, maar ze vissen wel in dezelfde vijver." Die vijver is wel vrij groot. Naar schatting zit daar ongeveer een derde van de kiezers, zegt Rooduijn.
"De vraag is of Keijzer daar een smaakje aan toe kan voegen en er een succes van kan maken. Maar de kiezers snoep je sowieso bij de andere partijen weg", stelt de politicoloog.
Volgens politicologen kun je het politieke landschap globaal indelen in drie groepen: links, centrumrechts en uiterst rechts. Rooduijn denkt dat Keijzer zal laveren tussen die laatste twee: gematigd op uiterst rechts of radicaal op centrumrechts. "Ze zal uit beide groepen kiezers willen trekken", denkt de politicoloog.
Dat werd donderdag duidelijk toen Keijzer zich afzette tegen het CDA, maar enkele maanden geleden nam zij ook nadrukkelijk afstand van FVD. Rooduijn: "De beweging lijkt op een radicale variant van de christendemocratie, voor mensen die ontevreden zijn over de politiek."
Keijzer profileert zich als streng op immigratie en is negatief over de islam. Ook uit ze kritiek op groene politiek en verdere uitbreiding en integratie van de Europese Unie. Dat zijn allemaal gemene delers op (uiterst) rechts.
Toch denkt Rooduijn dat het wel degelijk mogelijk is voor Keijzer om als nieuwe partij kiezers uit die twee groepen aan je te binden. "Er is ruimte voor die beweging", zegt hij. "Maar het is er erg druk."
Source: Nu.nl algemeen