Audi wil in 2030 om de wereldtitel strijden, maar kan de weg naar de Formule 1-top volgens sportief directeur Allan McNish niet alleen met geld versnellen. Een dubbele pitstop op Spa-Francorchamps liet hem wel zien dat de transformatie is begonnen.
De 56-jarige McNish heeft als drievoudig winnaar van de 24 uur van Le Mans, wereldkampioen in het langeafstandsracen en voormalig Formule 1-coureur een indrukwekkende staat van dienst. Maar bij veel Nederlandse Formule 1-liefhebbers is hij ook bekend van zijn rubriek Voorspellen met Allan, die begin deze eeuw te zien was in de voorbeschouwingen van RTL.
Het concept was simpel: een halfuurtje voor de start van de GP werd even kort naar McNish geschakeld, die vervolgens met een korte onderbouwing voorspelde wie er die middag ging winnen.
"Op vliegvelden begonnen Nederlanders altijd 'Hé, voorspellen met Allan!' naar me te roepen", vertelt McNish lachend in de hospitality van Audi in Zandvoort. "Dat is zeker tien tot vijftien jaar zo doorgegaan. Ik kon er wel om lachen."
Ruim twintig jaar later moet McNish opnieuw vooruitkijken. Niet naar de winnaar van de eerstvolgende Grand Prix, maar of Audi in 2030 daadwerkelijk om de wereldtitel kan strijden. Die ambitie sprak het Duitse merk al uit voordat het dit seizoen zijn entree maakte in de Formule 1.
Audi heeft het al bestaande Formule 1-team van het Zwitserse Sauber volledig overgenomen. Met een eigen chassis, een zelfontwikkelde motor en Nico Hülkenberg en Gabriel Bortoleto als coureurs begon het merk aan zijn eerste seizoen in de koningsklasse.
McNish werd dit voorjaar naar na het onverwachte vertrek van teambaas Jonathan Wheatley naar voren geschoven voor de nieuw gecreëerde functie van sportief directeur. De Schot is sinds de Grand Prix van Miami verantwoordelijk voor vrijwel alles wat er tijdens een raceweekend op het circuit gebeurt. Hij rapporteert rechtstreeks aan CEO en teambaas Mattia Binotto.
McNish is voorzichtig positief over het debuutseizoen. Audi is in de kwalificaties sneller dan verwacht en de meeste betrouwbaarheidsproblemen zijn onder controle. De vier topteams staan nog duidelijk voor Audi, dat daarachter met Racing Bulls, Alpine en Haas om de laatste punten vecht.
Tegelijkertijd moet Audi drie vestigingen tot één Formule 1-team smeden. Het chassis wordt ontwikkeld en gebouwd in het Zwitserse Hinwil, de motor komt uit Neuburg in Duitsland en in het Britse Bicester is een technisch centrum opgezet om personeel uit de Engelse autosportvallei aan te trekken.
Volgens McNish is die afstand dankzij de huidige technologie geen groot obstakel. De sportieve achterstand is een veel grotere uitdaging. Audi geeft zichzelf tot 2030 om die te overbruggen. Een snelle route bestaat volgens McNish niet.
"Als het zo eenvoudig was, zou ieder team om de titel strijden", zegt hij. "We zijn bezig met de transformatie van een klein naar een groot team. Daarvoor hebben we meer mensen nodig, maar ook de juiste technische middelen om een auto te ontwerpen en te ontwikkelen. Nog niet alles is aanwezig, maar we hebben wel een plan om daar te komen."
Audi kan de achterstand niet met onbeperkte investeringen wegpoetsen door de budgetplafonds voor het chassis en de motor. "Je moet heel strategisch met je geld omgaan", zegt McNish. "Iets waar jullie Nederlanders en wij Schotten trouwens heel goed in zijn: zuinig met geld omgaan."
Audi bracht in Barcelona een groot updatepakket, maar richt zich met de ontwikkeling van de motor inmiddels vooral op 2027 en 2028. McNish benadrukt dat nieuwe teams ook zonder budgetplafond doorgaans jaren nodig hebben om de top te bereiken.
McNish weet dat ook uit zijn tijd bij Toyota. Hij was er coureur toen de Japanse autofabrikant in 2002 met een eigen fabrieksteam debuteerde in de Formule 1. Toyota trok zich eind 2009 na acht seizoenen zonder één overwinning terug uit de koningsklasse.
Toch ziet McNish weinig overeenkomsten met Audi. "Het zijn twee grote internationale autofabrikanten die gingen racen. Dat is het. Het was een andere tijd, met een andere structuur en een andere visie."
McNish ziet vooral vooruitgang in de cultuur binnen het voormalige Sauber-team. Toen hij in 2024 als Audi-adviseur nauwer betrokken raakte bij de renstal in Hinwil trof hij naar eigen zeggen goede medewerkers aan die lange tijd niet de middelen hadden gekregen om te laten zien waartoe ze in staat waren. De investeringen van Audi geven volgens hem het vertrouwen dat er meer mogelijk is.
Een dubbele pitstop op Spa-Francorchamps was daarvan misschien wel het mooiste bewijs. Audi haalde de auto's van Hülkenberg en Bortoleto direct na elkaar binnen, een kunstje dat in de Formule 1 een double stack wordt genoemd. De eerste bandenwissel duurde 2,1 seconden, de tweede 2,4 seconden.
"Daar moest ik misschien nog wel het meest om glimlachen. Bij één pitstop zijn veertien of vijftien mensen betrokken en moet alles binnen twee seconden perfect functioneren. Ze hadden erop geoefend en voerden het vervolgens twee keer perfect achter elkaar uit. Dan is het geen geluk meer. Dan is het spiergeheugen."
Voor McNish is de dubbele pitstop vooral een teken dat Audi op onderdelen al vooruitgang boekt. Maar de achterstand naar de top is nog aanzienlijk. Of die binnen vier jaar kan worden weggewerkt, weet ook McNish niet. Voorspellen met Allan laat hij wat dat betreft tegenwoordig aan anderen over.
In Formule 1-podcast De Boordradio vertelt verslaggever Patrick Moeke meer over het interview dat hij met Audi-topman Allan McNish had in Zandvoort. De aflevering is hieronder te beluisteren.
Source: Nu.nl sport