Mest Van veel dingen vragen we ons niet meer af waar hun oorsprong ligt. In deze rubriek wordt gezocht naar het begin der dingen. Dit keer: mest, van dieren en van mensen.
‘Broodje Poep’, reizende en interactieve installatie over de voedselkringloop van kunstenaar Fides Lapidaire.
Kroketten, frikandellen en rookworsten lijken al een beetje op wat ze gaan worden, maar ook paprikachips, frambozentaart en alles wat er verder in je mond gaat komt er weer uit als poep. Drink appelsap of bier zonder schuim en het is al bijna urine. Geel en bruin verandert dankzij allerlei chemische processen in ander geel en bruin. Vaak is het eerst groen. We drinken gras, we eten gras via de omweg van andere dieren.
Sommige dingen krijgen een nieuw woord als ze een andere functie krijgen. Poep heet mest als ze op het veld helpt weer gras of aardappels te maken. Ook de uitwerpselen van mensen hielpen daar vroeger aan mee. Mijn oma herinnerde zich nog de Boldootwagen, die tot in de jaren 1930 in Amsterdam de uitwerpselen bij de mensen thuis ophaalde. Boldoot was een Amsterdamse parfumfabriek…
Tot 1900 werden met deze mensenmest de akkers rondom de hoofdstad vruchtbaar gemaakt. Zo gebeurde het in meer grote steden. Victor Hugo beschrijft het hele proces heel poëtisch in Les Misérables (1862): „Die vuilnishopen op de hoeken der straten, die karren met slijk, welke ’s nachts door de straten rollen, die afschuwelijke tonnen vol drek, die stinkende stromen van onderaards slijk, weet je wat dat is? Bloeiende weiden, weelderig gras, groente en fruit, het is wild, rundvee, het is het tevreden geloei van de ossen ’s avonds; het is geurend hooi, gouden koren, brood op uw tafel, warm bloed in uw aderen, gezondheid, vreugde, leven.”
Verzamelwagen van uitwerpselen, ook wel de ‘Boldootwagen’ genoemd. Hier aan het werk in de Slijkstraat in Amsterdam.
Het blijft ongelooflijk, wat Hugo hier opmerkt. Metamorfoses als die waarover Ovidius schrijft – een vrouw verandert in een boom, een god in een wolk – gaan opeens een stuk minder raar lijken. Alles is voortdurend gedaante aan het verwisselen. Stofwisseling. Misschien is het blikje poep dat de Italiaanse kunstenaar Piero Manzoni in 1961 maakte als meer dan een grap te beschouwen. Mest als het begin van alles.
Aan deze specifieke kringloop is door een samenspel van watercloset, riolen en kunstmest een einde gemaakt. Maar hoe en waar begon het? Nog voor het ontwikkelen van de landbouw, denken velen. „Het is onwaarschijnlijk dat bekwame prehistorische verzamelaar-jagers, die geavanceerde stenen werktuigen konden vervaardigen, niet zouden hebben opgemerkt dat de uitwerpselen van zowel dieren als mensen ervoor zorgden dat planten beter groeiden op de plekken waar deze waren achtergelaten”, schrijft Robert Shiel in de bundel Manure Matters, Historical, Archeological and Ethnographic Perspectives (2012). Hoe dat dan precies in zijn werk ging, daarover wordt dan weer weinig geschreven. Gingen mensen op speciale plekken poepen omdat ze wisten dat dat goed was?
Uit bodemanalyse bleek onlangs wel dat landbouwers 8.000 jaar geleden hun akkers al bemestten. Archeoloog Amy Bogaard leidt uit dat gegeven nogal wat af: „Het feit dat boeren langetermijninvesteringen in hun land deden – zoals bemesting – werpt een nieuw licht op het karakter van vroege agrarische landschappen in het neolithicum. Het idee dat landbouwgrond generaties lang door dezelfde familie kon worden beheerd, lijkt misschien geavanceerd, maar vruchtbare grond werd als uiterst waardevol beschouwd voor het verbouwen van gewassen. Wij geloven dat, doordat land werd beschouwd als een te erven goed, sociale verschillen in vroege Europese agrarische gemeenschappen begonnen te ontstaan tussen ‘haves’ en ‘have-nots’.” Mest aan het begin van rangen en standen en klassen. Ook koningen komen van de mestvaalt.
Menselijke mest werd in de oudheid hoog aangeslagen. Plinius schrijft in zijn Naturalis Historia dat de meeste kenners het meer waardeerden dan de uitwerpselen van geiten, schapen, koeien en paarden. Alleen duivenmest was nog beter. In de loop der eeuwen zijn nog veel andere zaken als bodemverbeteraar gebruikt; in Manure Matters worden onder meer hoeven, hoorns, haren, nagels, huidafsnijdsels, schelpen, mergel, zand, as, zeewier, vis, lompen, turf en beenderen genoemd. Ook hier zaten soms menselijke resten bij. Naar verluidt eindigden de lijken van bij Waterloo en andere Napoleontische veldslagen gesneuvelde soldaten als beendermeel op Engelse akkers.
Drol gedraaid door Cloaca, de machine van kunstenaar Wim Delvoye die het menselijke spijsverteringssysteem sinds 2002 nabootst.
Piero Manzoni, ‘Merda d’Artista n. 63’, 1961
In Nederland zijn onlangs proeven gedaan om menselijke uitwerpselen weer te gebruiken als mest. Bij Lelystad zijn aardappelen bemest met menselijke urine op een testveld van de universiteit van Wageningen. De urine kwam van een woongroep in Arnhem, meldt de NOS. ‘Kom je een boodschap halen, laat er dan ook een achter’, was drie jaar geleden de slogan van een initiatief om poep naar boeren te brengen. Dit was vroeger al gebruik in Japan, er wordt verhaald dat gasten daar op het platteland niet naar huis gingen voor ze naar de wc waren gegaan, om na de maaltijd iets terug te geven aan de gastheer.
Mensenmest zou nu veel in Noord-Korea worden gebruikt, bij gebrek aan vee en aan kunstmest. Kinderen worden gewaarschuwd niet op school te poepen, volgens de memoir In order to Live. A North Korean Girl’s Journey to Freedom van Yeon-mi Park (2015), zodat hun gezin hun quotum ‘nachtvuil’ kan halen. Als poep niet gecomposteerd is voor hij als mest wordt gebruikt, kan dat gevaar voor de gezondheid opleveren. Vluchtelingen uit Noord-Korea blijken vaak last te hebben van allerlei parasitaire wormen.
Na het opdoen van al deze kennis zal wc-bezoek niet meer hetzelfde zijn. Ik scheid en/of schijt goud uit, gevaarlijk goud, maar goud. En ook na je dood kun je nog iets opleveren, op een natuurbegraafplaats of wie weet ook elders. Ik herinner me dat Mike Dash zijn boek over de ondergang van het VOC-schip de Batavia, dat in 1629 verging op de onherbergzame Houtman Abrolhos eilanden bij Australië, eindigde met een passage over de graven van enkele opvarenden. Kisten waren er niet. „Naarmate de lichamen van Hendrick Denys, Mayken Cardoes, het gezin van de predikant, en al die anderen tot ontbinding overgingen, kwamen hun bouwstoffen terecht in de bodem, waardoor plotseling vruchtbare aarde ontstond voor de sporen van theeboomstruiken en paardenbloemen; de plek van elke grafkuil werd alras gemarkeerd door een kleine krans van hardnekkig groen.”