Europese studies Dat er een Europa met meerdere snelheden komt, waarin een groepje landen soms op de troepen vooruitloopt, ziet Tom Berendsen wel zitten, bleek uit de Europatoespraak van de minister van Buitenlandse Zaken woensdag in Maastricht. Een van de grootste uitdagingen voor de EU is volgens hem de uitbreiding van met kandidaten als Oekraïne en Moldavië.
Minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen (CDA) tijdens het wekelijkse vragenuur in de Tweede Kamer.
Tom Berendsen legt zijn blauwe mapje neer op het spreekgestoelte voor de collegezaal, vouwt het open, kijkt achterom naar de portretfoto van hemzelf die achter hem wordt geprojecteerd. Hij ziet er erg serieus uit, is zijn commentaar, maar gelukkig heeft hij vandaag niet dezelfde das aan. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken (CDA), draagt woensdagavond een lichtblauwe das. Op de foto is het een donkerblauwe. Het grapje landt niet helemaal, de zaal is misschien nog niet opgewarmd. De studenten Europese studies aan de Universiteit Maastricht zijn bezig met hun introductieweek.
Studenten Europese studies zijn moedig, vindt Tom Berendsen, want hij heeft van de universiteitswebsite begrepen dat ze willen bijdragen aan het oplossen van de problemen van Europa. En dat zíjn er nogal wat. De minister heeft ze net opgesomd, als binnenkomer voor zijn Europatoespraak in een collegezaal aan de Tongersestraat in Maastricht. Het is een jaarlijkse toespraak, die vaker is gehouden door ministers. De problemen: veiligheid, economie, achterblijvende innovatie, overmaat aan regelgeving, en het onder druk staan van vrijheden, waarden en democratische beginselen.
Een belangrijke uitdaging is volgens Berendsen de aanstaande uitbreiding van de Europese Unie. Oekraïne, Moldavië, Montenegro: meerdere kandidaat-lidstaten zijn hierover in onderhandeling met de EU. Om te zorgen dat de EU de uitbreiding aankan, is hervorming nodig, zegt de minister. Bij een EU-top in oktober staat de uitbreiding op de agenda.
Berendsen, die sinds februari minister is, kent de EU goed. Hij was sinds 2019 Europarlementariër en werkte in die jaren aan strategische autonomie en industriepolitiek. Daarvoor werkte hij als parlementair assistent in Brussel, en als duurzaamheidsconsultant in Nederland. Een jaar vóór hij minister werd sprak hij als Europarlementariër bij het jaarlijkse debat over de Staat van de Europese Unie in de Tweede Kamer. Hij hield toen een pleidooi tegen de ‘vuist-op-tafel’-strategie in Brussel, vond dat Nederland oplossingen moest presenteren in plaats van „uitzonderingen bedingen”, om zo weer „volwaardig aan de Europese onderhandelingstafel” te komen.
En nu werkt Berendsen in groepjes met andere landen aan Europese plannen, een uitwerking van wat het kabinet-Jetten al in het coalitieakkoord voorstond: een Europa van meerdere snelheden, waar een groepje landen soms op de troepen vooruitloopt.
Eén van de oplossingen waar Berendsen in een kopgroep over denkt, is herziening van het veto-systeem. De veto’s die landen kunnen uitspreken moeten niet als chantagemiddel kunnen worden ingezet, vindt Berendsen. De afgelopen jaren gebeurde dat wel, bijvoorbeeld door Hongarije. De minister werkt met een aantal landen aan ideeën om zo’n situatie in de toekomst te kunnen voorkomen. Hij herhaalt woensdag ook het idee om het vetorecht van nieuwe lidstaten tijdelijk te beperken, via de toetredingsverdragen die die landen sluiten. De Oekraïense president Volodymyr Zelensky heeft al aangegeven zo’n constructie niet te zien zitten.
Een verwelkomende houding kan Europa wel op een andere manier aannemen, zegt Berendsen: door nieuwe landen die in onderhandeling zijn met de EU stapsgewijs al meer te laten profiteren van hun toenadering. Dat kan samenwerking zijn op dataroaming, stelt hij voor, of op de gebieden „onderwijs, studie, innovatie, fondsen”. „Wij staan open voor goede ideeën op dat gebied, maar we blijven zeggen: voor volledig lidmaatschap zul je aan alle criteria moeten voldoen.”
Het is geen bloemrijke toespraak. Als Berendsen de dreiging voor Europese waarden bespreekt, somt hij die waarden op, zonder ze te illustreren met al dan niet dramatische voorbeelden. De paar beelden in zijn toespraak haalt hij uit zijn directe omgeving: vlakbij hem staat een standbeeld van D’Artagnan, de musketier die in de zeventiende eeuw is vermoord bij de oorlog tussen Frankrijk en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Het motto van de musketiers is erop te lezen: „Allen voor één, één voor allen”. Dat vindt Berendsen wel passend.