Home

Patrick Ayrton componeert nieuwe barokmuziek: ‘Ik mis in de oudemuziekscene de spontaniteit die musici eeuwen terug hadden’

Patrick Ayrton | componist Muziek uit lang vervlogen tijden voert de boventoon op het Festival Oude Muziek Utrecht. Maar dit jaar klinken er ook noten die nog maar net op papier staan, van artist in residence Patrick Ayrton. „Componeren in historische stijlen is écht de taal spreken van de oude muziek.”

Patrick Ayrton is artist in residence bij het Festival Oude Muziek Utrecht.

Vraag Patrick Ayrton (65) welk gerei er in de gereedschapskist van de barokcomponist zit en je krijgt pardoes een snelcursus compositietechnieken. „Wel eens gehoord van fonte, monte, ponte?” In zijn huis op het Bourgondische platteland loopt Ayrton videobellend met laptop en al naar het klavecimbel. Hij neemt een motiefje en speelt het steeds een stapje lager (als ware het neerklaterend water uit een fontein), dan laat hij het opklimmen (als een berg). En dan is er nog de ponte, een manier om een stukje muziek van A naar B te brengen zoals een brug twee gelijke oevers met elkaar verbindt.

Ayrton duikelde fonte, monte, ponte op in een compositiehandboek van de achttiende-eeuwse muziektheoreticus Joseph Riepel, van wie ook de jonge Mozart de kunst afkeek. Zo zijn er nog vele manieren om een klein muzikaal idee uit te spinnen tot een muzikale zin [een kort stukje muziek dat samen één afgeronde gedachte vormt]. Ayrton noemt die manieren de ‘moleculen’ waaruit barokmuziek is opgebouwd. Het liefst zou hij een hele dag buiten zitten – hij draait de camera naar het raam met uitzicht op een groen omzoomd terras – om de ins en outs van die muzikale chemie uit te doeken te doen. „Couperin, Händel, Purcell, Vivaldi, Bach: allemaal gebruikten ze dezelfde moleculen om te componeren. Ik dacht: waarom zou Patrick Ayrton dat niet ook kunnen?”

Als klavecinist, organist en dirigent houdt Ayrton zich al decennialang bezig met barokmuziek. Zo’n vier jaar geleden zette hij de stap om ook te gaan componeren, en wel in barokke stijl. Muziek van nu volgens barok recept, noemt Ayrton het. Deze maand is hij artist-in-residence op het Festival Oude Muziek Utrecht, de jaarlijkse tiendaagse rond muziek uit de middeleeuwen, renaissance en barok. Er gaan liederen van hem in première, geschreven in zeventiende-eeuwse Italiaanse stijl (denk: Claudio Monteverdi). En de cyclus Astrophil & Stella zal er worden uitgevoerd, een liefdesbrief aan de Engelse barokstijl die hem als geboren Brit zo aan het hart ligt. Op Spotify is die alvast te beluisteren: de instrumentale textuur, de statige, gepuncteerde ritmes en kronkelige melodieën die doen denken aan de opera’s en liederen van Henry Purcell, John Blow en Matthew Locke.

Improviseren in barokke stijl

Het barokke klanklandschap is Ayrtons thuis. „Ik richt me in de muziek op de periode van 1600 tot 1800. Met die tweehonderd jaar ben ik nog lang niet klaar, misschien wel nooit. Er valt daarin nog zoveel te ontdekken.” Voor de barokmuziek reisde hij in de jaren 80 af naar het Wenen van oudemuziekpionier Nikolaus Harnoncourt (1929-2016) en vervolgens naar Nederland, om te studeren bij Ton Koopman (1944). Inmiddels leidt hij al dertig jaar zelf studenten op aan het Koninklijk Conservatorium van Den Haag: in kamermuziek, basso continuo, versieringskunst en improvisatie. Improviseren in barokke stijl doet hij al decennialang – wie hem in Utrecht komt beluisteren op 3 september kan hem een deuntje voorzingen waarmee hij aan de slag gaat.

Toen hij improvisatie begon te doceren en daarvoor historische handboeken in dook, ontdekte Ayrton pas écht wat er allemaal in de gereedschapskist van de barokcomponist zat. „Daarvoor was Bach voor mij gewoon Bach. En Händel was Händel. Dat er muzikale moleculen zijn die die componisten allemaal samenbinden, was voor mij een enorme ontdekking.” Van improviseren is de stap naar componeren nog maar klein. „Het is in wezen hetzelfde proces, bij allebei gebruik je dezelfde gereedschapskist. Het verschil zit ’m alleen in het temporale. Improviseren doe je in het hier en nu. Componeren is: ’s ochtends mijn cappuccino maken en de hele dag hebben om mijn menuet te schrijven.”

Maar waarom ‘nieuwe barokmuziek’ componeren als we er al zoveel van hebben, is de vraag die Ayrton vaak krijgt. „Waarom niet?’’ vuurt hij dan terug. Het antwoord: omdat het nu eenmaal bij het vak van musicus hoort. „Had je Mozart op straat gevraagd: wat doet u in het leven, dan had hij zeker niet geantwoord dat hij componist was. Wij mogen hem nu als ‘de grote componist’ zien, hij zag zichzelf als musicus. Als pianist, violist, interpreet, improvisator, componist, organisator, dirigent, zanger, impresario. Componeren was een van de dingen die hij deed. En bovendien: iederéén componeerde.”

Patrick Ayrton.

Taboes en dogma’s

Als muziekstudent in het Wenen en Den Haag van de jaren 70 en 80 zag Ayrton nauwelijks componisten die in historische stijlen schreven. Ook tegenwoordig is het nog een zeldzaamheid. „Ik zou zó graag zien dat het mainstream wordt. Maar helaas, in de oude muziek durven we niet te componeren, want dan denken we: dat is geen oude muziek”, zegt Ayrton. „Je zou hetzelfde over jazz kunnen zeggen. Jazz is als stijl nu 120 jaar oud. Als je nu iets componeert in de stijl van de vroege bebop, dan zegt toch niemand: dat is geen jazz? Voor jazzmusici is componeren doodnormaal.” Op componeren ligt in de oude muziek nog een taboe, merkt Ayrton. „De eerste kritieken over Astrophil & Stella waren heel negatief. Op de Zweedse radio werd ik afgemaakt. ‘Je moet die muziek van vroeger niet aanraken, er is al zoveel barokmuziek, laat die muziek toch…’ De mensen in het radiopanel waren geblokkeerd door dogma’s.”

Waarom stoort het mensen als je ‘nieuwe’ oude muziek componeert? „Als ik improviseer zeggen mensen: wauw! Als ik componeer: wie denk je wel niet dat je bent?” Dat Xavier Vandamme [directeur van het Festival Oude Muziek Utrecht] met een festivalresidentie van drie concerten aandacht wilde vestigen op componeren in historische stijl, verheugt Ayrton enorm. „De residentie is een van de mooiste dingen die me is overkomen. En ik ben er zeer optimistisch over dat het mensen kan stimuleren om anders na te denken over wat oude muziek is en hoe we ermee kunnen experimenteren.”

Wie zich bezighoudt met het uitvoeren van oude muziek zou er goed aan doen om ook eens in historische stijl te componeren, is Ayrtons boodschap aan de oudemuziekcommunity. „Als je componeert zie je muziek van binnenuit, op een moleculair niveau. Je krijgt een beter begrip van hoe muziek in elkaar zit en een beter idee over hoe je die muziek als uitvoerder kan interpreteren. Het gereedschap dat componisten gebruiken om muzikale zinnen te maken, heeft ook een retorische functie: om gevoel op te roepen bij de luisteraar. Patronen zijn emotioneel geladen; sommige drukken verdriet uit, andere geluk, hoop, vertwijfeling. Als je die herkent in een stuk dat je uitvoert, dan begrijp je beter wat de componist wilde uiten. Ik denk dat je zo veel dichter bij de muziek komt en dat we die zo veel meer ‘van ons’ kunnen maken.”

Écht de taal van oude muziek

Ontbreekt dat begrip dan onder musici? „We hebben intussen zó veel muziek gevonden, bronnen bestudeerd, traktaten gelezen. Maar we benaderen oude muziek vaak nog vrij museaal: we spelen stukken zoals je naar een oud schilderij kijkt. Met afstand, zonder te weten uit welke ingrediënten die muziek eigenlijk bestaat. Ik mis in de oudemuziekscene de spontaniteit die musici eeuwen geleden hadden. Spontaniteit kan ontstaan als je compositie en improvisatie als essentieel onderdeel van je vak ziet.” De oudemuziekbeweging, de stroming die muziek wil uitvoeren op oude instrumenten en volgens historische speelwijzen, heeft intussen verschillende hoofdstukken achter zich, zegt Ayrton terugblikkend op de voorbije driekwart eeuw. „In het begin speelden we de noten zoals ze er stonden, heel archeologisch en respectvol. Met mensen als de gebroeders Kuijken en Frans Brüggen kwam er meer speelsheid en versieringskunst. In de jaren 90 en 2000 kwam de cross-over: oude muziek werd gemengd met volksmuziek en jazz en zo. Voor mij is componeren het volgende hoofdstuk: écht de taal spreken van de oude muziek.”

Het is een kwestie van tijd totdat componeren ook gangbaar wordt in de oude muziek, denkt Ayrton. „Toen Ton Koopman student was, zag men basso continuo-begeleiding als een kunst voor the given few. Bij de volgende generatie, de mijne, zag men improviseren als iets waar je drie stel hersenen voor moest hebben. Intussen is improviseren gewoon iets dat je leert. Bij de nieuwe generatie zal componeren in historische stijl niemand meer bang maken, daar ben ik optimistisch over. Soms een vertwijfelde optimist. Maar wel een optimist.”

De concerten van Patrick Ayrton en zijn ensemble zijn op 29/8, 31/8 & 3/9 in TivoliVredenburg Utrecht. Info: oudemuziek.nl/ayrton

Klassieke muziek

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next