Home

Auto, veerboten en een rolstoel: Arij Boll (89) reist van Schiermonnikoog naar Terschelling om z’n vrouw Miny in het verpleeghuis te bezoeken

Ouderenzorg Miny heeft dementie en kon niet meer op Schiermonnikoog blijven wonen, daar is geen verpleeghuis. Haar echtgenoot Arij Boll (89) bezoekt haar nu om de week in het verpleeghuis op Terschelling. Hij is bijna een dag onderweg. Een reis met twee veerboten en een lange autorit. Hij hoopt het nog lang te kunnen doen. ”In februari word ik 90 jaar. Ik hoop het te beleven: ik ben de dagen nog niet zat.’’

Arij Boll woont op Schiermonnikoog en bezoekt zijn vrouw Miny om de week in een verzorgingshuis op Terschelling. Een reis van bijna zes uur.

Al twee weken heeft Arij Boll haar niet gezien. Zijn zoon heeft hem al gewaarschuwd dat Boll (89) niet moet schrikken als hij z’n echtgenote weer ziet. Ze is achteruitgegaan.

Het is 10:25 uur op een zondagochtend in augustus, wanneer Boll de deur van z’n huis op Schiermonnikoog achter zich dichttrekt. In een donkerblauwe BMW rijdt hij naar de haven. Onderweg zwaait hij naar bekenden.

Tien minuten later parkeert hij op de boot. Zo begint de lange reis die hij om de week maakt om Miny (90) te zien. Sinds juni vorig jaar verblijft Bolls echtgenote in een verpleeghuis op Terschelling. Nadat dementie bij haar werd vastgesteld, bleef ze nog twee jaar thuis wonen op Schiermonnikoog. De thuiszorg kwam ’s ochtends en ’s avonds. Maar in de nacht waren ze alleen met z’n tweeën. „Dan ging ze midden in de nacht uit bed, dacht ze dat het ochtend was en wilde ze zich aankleden. ‘Het gaat niet meer Arij’, zei de arts.”

Verpleeghuis op het vasteland

Wie op Schiermonnikoog woont, dementie krijgt en veel zorg behoeft, kan vaak niet op het eiland blijven. Er is geen verpleeghuis. Maar de eilanders – zo’n 970 in totaal – willen dat wel. „Al vijftig jaar leeft op Schiermonnikoog de wens voor een kleine woonvoorziening”, zodat zieke inwoners „ook in hun laatste levensfase er kunnen blijven wonen”, stelde het Planbureau Fryslân begin dit jaar in een onderzoek naar de wensen van ouderen op de Waddeneilanden.

Wie niet meer thuis kan wonen, moet naar een verpleeghuis op het vasteland. „Dit wordt als bijzonder ingrijpend en verdrietig ervaren”, schrijft het Planbureau. „Voor de achterblijvende partner is bezoek lastig en vermoeiend vanwege de reisafstand en bootverbindingen.” Andere Waddeneilanden, die meer inwoners tellen, hebben deze voorzieningen wel. Maar op het kleine Schier is dat lastig.

Vorig jaar hoopte Boll dat Schier ook een verpleeghuis zou krijgen. Het eiland krijgt 10 miljoen euro subsidie van het Rijk om de leefbaarheid te verbeteren. 4 miljoen euro gaat naar de zorg. Er zijn plannen voor zorgwoningen, waar ouderen zelfstandig kunnen wonen. Er komt alleen geen klein verpleeghuis. Gespecialiseerde verpleegzorg is op een eiland „van deze omvang [lees: dit aantal bewoners] helaas niet realistisch”, stelt de gemeente in een nieuwsbrief.

,,Wie op Schiermonnikoog ernstig ziek wordt, moet naar de wal”, vertelt Boll. „Naar Dokkum bijvoorbeeld. Waar je niemand kent. Op Vlieland kan het wel en daar wonen niet eens zoveel meer mensen.” Dat eiland heeft zo’n 1.200 inwoners en sinds 2022 een kleinschalige zorglocatie.

Boot, auto, boot: om de week maakt Arij Boll de lange reis naar zijn vrouw.

Zelf voor Miny zorgen

Het liefst was hij thuis voor Miny blijven zorgen. „Dat regel ik wel, dacht ik. Maar er komt zo verrekte veel op je af. Vooral de nachten zijn lastig.” Een van hun drie zoons woont op Terschelling, om de hoek van een verpleeghuis. Het leek Boll en zijn zoons het beste als Miny daarnaartoe ging. Dan kon zoon Gijs haar vaak bezoeken. En in geval van nood, was hij snel bij Miny. De andere zoons wonen verder weg op het vasteland, in Rhenoy en Balk. 

De eerste keer dat in het zorgcentrum op Terschelling een plek vrijkwam, in januari vorig jaar, sloeg hij het aanbod af. „Ik wilde haar zo graag thuis houden.”

De tweede keer, een paar maanden later, weet hij dat het beter is om Miny te laten gaan. „Ik was bang dat als ik wachtte tot het echt niet anders kon, er geen plek meer zou zijn. Dan zou ze misschien naar Dokkum moeten, waar niemand vlakbij woont.”

Boll denkt niet graag terug aan hoe het was om haar voor het eerst achter te laten in het verpleeghuis. „Het voelde als verraad. Ze vroeg steeds of ze weer mee naar huis mocht. Dat doet ze nog steeds als ik kom.”

Reactie Gemeente Schiermonnikoog

„Op Schiermonnikoog zetten de thuiszorg, huisarts, fysiotherapeut en mantelzorgers zich maximaal in en weten veel op te vangen, maar er komt een moment waarop de mogelijkheden van de huidige zorgstructuur zijn uitgeput. We laten ons zeker inspireren door andere eilanden zoals Vlieland, maar de oplossing voor Schiermonnikoog moet passen bij onze eigen schaal. De ambitie is om meer zorg en ondersteuning op het eiland zelf mogelijk te maken, zodat inwoners minder snel voor zorg naar de vaste wal hoeven of het eiland uiteindelijk moeten verlaten. 

„We zorgen ervoor dat mensen hier zo lang mogelijk kunnen blijven wonen, op een manier die ook op de lange termijn haalbaar en betaalbaar blijft. We werken samen met zorgorganisatie Noorderbreedte aan een geclusterde woonvorm, waar wonen, zorg en welzijn bij elkaar komen, met voorzieningen als thuiszorg, dagbesteding, maaltijdverzorging en ondersteuning onder hetzelfde dak. Zo bouwen we aan een zorgniveau waarmee ook mensen met een toenemende zorgvraag langer op Schiermonnikoog kunnen blijven wonen.”

De steile helling oplopen na de bootreis wordt te moeilijk: Boll gaat per rolstoel aan wal in Terschelling.

En zo gaat Boll sinds een jaar en twee maanden om de week naar Terschelling. Daar doet hij een dag over. Met de boot van Schiermonnikoog naar Lauwersoog, dan met de auto naar Harlingen en vanaf daar met de boot naar Terschelling. Zelf naar Terschelling verhuizen, ziet hij niet zitten. „Op Schiermonnikoog heb ik vrienden en kennissen. Op Terschelling zou ik opnieuw moeten beginnen. Ze zien zo’n oude knakker al aankomen.” 

Lange route langs de kust

Het is 11.30 uur wanneer hij van de boot af rijdt in Lauwersoog. Nu begint de rit naar Harlingen, die duurt een uur. Maar dan is hij veel te vroeg voor de oversteek naar Terschelling van 15.05 uur. Dus hij neemt een langere route langs de Friese Waddenkust, over de dijk, waar hij af en toe voor de schapen moet stoppen, langs eindeloze akkers, door dorpen als Moddergat en Zwarte Haan.

De zon schijnt. Hij pakt z’n zonnebril uit het dashboardkastje. Boll kent de weg, rijdt zonder navigatie. Bij Holwerd stopt hij even op de pier, om te kijken naar de boot die van Ameland komt. 

Arij en Miny kennen elkaar uit Enschede, van school en hockey. „Ik ben nooit verder gekomen dan de lagere regionen, maar zij speelde in het eerste.” Ze waren vijftien. Toen Arij terugkeerde van zijn diensttijd, zo’n vijf jaar later, kregen ze verkering. Inmiddels zijn ze 64 jaar getrouwd. Ze hebben drie zoons en drie kleinkinderen.

25 jaar geleden gingen ze met pensioen en verhuisden naar Schiermonnikoog, waar Boll een deel van zijn jeugd doorbracht en op de basisschool zat. Hij wilde altijd al terug. Ze gingen naar de sociëteit in Hotel van der Werff, waren actief in verenigingen, maakten tripjes met hun eigen boot naar andere Waddeneilanden. Over hoe het op Schiermonnikoog zou moeten wanneer ze ouder werden, „waren we helemaal niet mee bezig. Onze vriendenkring was ook nog niet stram, we konden alles doen wat we wilden.”

Arij Boll gaat altijd op zondag naar zijn vrouw. Daarna blijft hij bij zijn zoon slapen. Op donderdag gaat hij weer terug naar Schiermonnikoog.

Met Janita naar de haven

Vlak voor Harlingen stopt hij nog een keer, om naar de vissersboten uit Urk te kijken die op zondag allemaal stilliggen in de haven. Hun eigen boot heeft hij onlangs te koop gezet.

Aan de andere kant van Harlingen rijdt hij het terrein op van een loods. Hij doet het raam open. „Janita, is er nog plaats in de herberg?”, vraagt hij aan de medewerker van de parkeerplaats. „Zet hem maar rechts achterin, Arij.” Uit het opbergvak tussen de voorstoelen pakt hij een reep Toblerone. „Deze heb ik nog voor jou meegenomen, Janita.” Boll parkeert en stapt voorin het busje. Janita rijdt hem naar de haven. Daar zwaait ze hem uit. „Goede reis en groeten aan de vrouw.”

In Harlingen loopt hij liever niet de steile helling op naar de boot. Een medewerker van de rederij duwt Boll in een rolstoel omhoog. Begin dit jaar kreeg hij last van z’n voet. De pijn was vreselijk. Staan ging niet. Drie lange maanden kon hij niet naar Miny toe. Net toen dat wel weer kon, viel ze ’s nachts uit bed. Het verpleeghuis belde: Boll moest naar Terschelling komen. Zo snel mogelijk. „De arts zei dat ik er rekening mee moest houden dat ze het niet zou overleven. Ik ben op en neer naar Schiermonnikoog gegaan, om mijn pak thuis op te halen.”

Tegen alle verwachtingen in knapte Miny op. 

Zware reis

Hij gaat altijd op zondag. Daarna blijft hij bij zijn zoon slapen. Zoveel nachten als hij wil, zegt die altijd. Op donderdag gaat Boll weer terug naar Schiermonnikoog. De lange reis valt hem steeds zwaarder. „Dat gedoe met mijn voet helpt niet. En ik heb last van mijn hart. Het is de leeftijd. In februari word ik negentig. Ik hoop het te beleven: ik ben de dagen nog niet zat.”

De boottocht van Harlingen naar Terschelling duurt twee uur. Dan leest hij, „alles wat los en vast zit.” Hij pakt zijn telefoonboekje uit zijn tas. Meestal haalt zijn zoon hem op, maar die is vandaag aan wal. „Goedemiddag, kunt u mij om vijf uur bij de boot ophalen?” Hij klapt zijn telefoonhoesje dicht. „De taxi is besteld.”

Het busje staat klaar op de kade. De taxichauffeur zet hem recht voor de ingang van het zorgcentrum af. Arij Boll stapt de lift in, naar verdieping twee. Miny zit in een rolstoel in de woonkamer van het verpleeghuis. Hij loopt naar haar toe, fluistert in haar oor dat hij er is en pakt haar hand.

„Miny, Arij is er weer”, zegt de verzorgster.

„Dat weet ik”, zegt Miny. „Ik heb hem gezien.”

Zorg

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next