Home

Het Amerikaanse bedrijf dat Solvinity wilde kopen, heeft het opgegeven

Digitale veiligheid De relatie tussen Solvinity, het bedrijf achter DigiD, en het Amerikaanse techbedrijf Kyndryl, dat het wilde overnemen, is bekoeld. Kyndryl hoeft Solvinity niet meer te hebben, terwijl de aandeelhouders van het bedrijf nog altijd proberen het verbod op de overname van tafel te krijgen.

Willemijn Aerdts, staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit op 14 augustus, vlak voor de eerste ministerraad sinds het zomerreces.

Kyndryl, het Amerikaanse concern dat het bedrijf achter het Nederlandse DigiD wilde kopen, heeft geen hoop meer dat de overname nog zal doorgaan. In een toelichting op zijn jongste kwartaalcijfers beschrijft het beursgenoteerde bedrijf de acquisitie van Solvinity als een plan dat niet gerealiseerd zal worden door een verbod van de Nederlandse autoriteiten.

In de stukken die Kyndryl heeft gedeponeerd bij de Amerikaanse beurstoezichthouder, onderstreept het dat de perikelen rond de overname geen noemenswaardige kosten met zich hebben meegebracht. De overname, die eind 2025 was aangekondigd, wordt nadrukkelijk in de verleden tijd beschreven.

Een woordvoerder van Kyndryl in Nederland bevestigt dat het bedrijf het besluit van de Nederlandse staat accepteert en niet aanvecht. De directeur van Kyndryl in Nederland is inmiddels met vervroegd pensioen gegaan.

In november 2025 maakten Solvinity en Kyndryl een voorlopige overnameovereenkomst bekend. Die legden ze ter goedkeuring voor aan het ministerie van Economische Zaken. Daarna ontstond maatschappelijke onrust, omdat Solvinity een belangrijke rol speelt in gevoelige digitale communicatie in Nederland. Het bedrijf zorgt ervoor dat inlogsysteem DigiD naar behoren functioneert en faciliteert een groot deel van de communicatie in de justitieketen. Het kabinet wil inmiddels niet meer dat die diensten in Amerikaanse handen komen, en verbood op 25 mei dit jaar de overname „ter bescherming van het publieke belang”, zoals staatssecretaris Willemijn Aerdts (Digitale Economie en Soevereiniteit, D66) het verwoordde. Zo’n verbod is een unicum in Nederland, tot nu toe waren Amerikaanse overnames in Nederland vrijwel onomstreden.

Komende week bezoekt staatssecretaris Aerdts de Verenigde Staten. Officieel heeft dat niets met de Solvinityzaak te maken, maar er zijn duidelijk wat plooien glad te strijken.

In een recent interview met NRC zei de Amerikaanse ambassadeur in Nederland, Joe Popolo, dat de Amerikaanse regering „een rode lijn trekt bij het weren van Amerikaanse bedrijven in welke sector dan ook. Ik heb vernomen dat Nederland een gevaar zag. Daar zijn wij het fundamenteel mee oneens. Laten we wel wezen, Nederland profiteert enorm van Amerikaanse techinvesteringen. Alle Nederlandse bedrijven draaien erop.”

Eerste hoorzitting

Met het overnameverbod is het dossier nog niet gesloten. Solvinity heeft bezwaar aangetekend tegen het besluit. Als gevolg daarvan moet de staatssecretaris de argumenten nogmaals wegen, met grotendeels andere ambtenaren, en opnieuw een besluit nemen. Dat wordt eind september verwacht. Solvinity zou daartegen nog via de rechter in beroep kunnen gaan.

In aanloop naar de behandeling van het bezwaar bij het ministerie moesten de afgelopen maanden een aantal juridische kwesties worden onderzocht. Die draaiden onder meer om de vraag wie belanghebbenden zijn en dus gehoord moeten worden in de heroverweging van de investeringstoets.

Vandaag is een eerste hoorzitting bij het ministerie. Daarbij zijn naast vertegenwoordigers van de aandeelhouders van Solvinity en Kyndryl ook twee stichtingen uitgenodigd, Privacy First en Firewall. Stichting Human Rights in Finance, een belangengroepering die zegt grondrechtsschendingen te willen voorkomen en die zich daarom tegen de verkoop van Solvinity verzet, is de toegang geweigerd. Hoewel de stichting een rol speelde in eerdere rechtszaken over de overname, ontbreekt zij nu omdat ze volgens het ministerie niet belanghebbend zou zijn.  

Over inhoud en het verdere verloop van de procedures is niets bekendgemaakt. „Informatie over de inhoud en het proces van investeringstoetsing raakt de nationale veiligheid, diplomatieke belangen en bedrijfsgevoelige informatie. Om deze reden kan ik hier verder niet op in gaan”, schrijft een woordvoerder van het ministerie.

In theorie kan tijdens het proces een constructie worden bedacht om de overname te laten doorgaan zonder onaanvaardbare risico’s voor de toegang tot de data en de privacy, analyseert Simon Lelieveldt van Human Rights in Finance, die de zaak op de voet volgt. Het lijkt hem onwaarschijnlijk dat dit de uitkomst zal zijn, want de verhouding tussen Solvinity en Kyndryl is aanzienlijk bekoeld. Lelieveldt vermoedt dat Solvinity en zijn Britse eigenaar Vitruvian Partners de mogelijkheden onderzoeken om de deal te redden, „maar ook om mogelijk kosten op Kyndryl te verhalen”.

De vraag is ook of Kyndryl nog zit te wachten op een overname waarmee 100 miljoen dollar is gemoeid. Het bedrijf kwam begin dit jaar in grote problemen door een boekhoudkwestie waarnaar de beurswaakhond nu onderzoek doet. De financieel directeur en het hoofd juridische zaken zijn opgestapt. De beurskoers is gehalveerd ten opzichte van die van november 2025.

Nederlandse pensioenfondsen zijn financieel betrokken bij een eventuele overname. De eigenaar van Solvinity is een investeringsfonds van het Britse private-equitybedrijf Vitruvian Partners. De twee grootste Nederlandse pensioenfondsen, ABP en Pensioenfonds Zorg en Welzijn, zijn via dit fonds indirect aandeelhouder van Solvinity. De pensioenfondsen wensen hun rol in de discussie over de omstreden overname niet toe te lichten.

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next