Home

Netwerkgesprek met een dode beroemde fotograaf: een intrigerend experiment

Regisseur Ira Sachs Wakker worden met een telefoontje van Susan Sontag: het experimentele ‘Peter Hujar’s Day’ is een reconstructie van een cultureel incrowdgesprek vol namedropping en humblebragging. NRC sprak met regisseur Ira Sachs: „Ik had het gevoel dat ik Peters geest, zorgen en zoektocht begreep, op een manier die heel intiem voelde.”

Ben Whishaw en Rebecca Hall als Peter Hujar en Linda Rosenkrantz in de film ‘Peter Hujar’s Day’.

Soms is het fascinerend te merken dat bepaalde zaken in de afgelopen decennia amper zijn veranderd. Zo blijkt dat ook in het New Yorkse artistieke wereldje van de jaren zeventig oprechte vriendschap en schaamteloos netwerken al naadloos in elkaar overliepen, en dat ook toen mensen niet vies waren van namedropping en wat tegenwoordig ‘humblebragging‘ heet.

Althans, dat is een van de dingen die opvallen in een meanderend gesprek dat schrijfster Linda Rosenkrantz (1934 – ze is nu 92 jaar) en fotograaf Peter Hujar (1934-1987) voerden in 1974. Een gesprek dat Rebecca Hall en Ben Whishaw bijna woord voor woord naspelen in Peter Hujar’s Day van regisseur Ira Sachs (1965). Er zijn veel overeenkomsten met actuele culturele evenementen in de grachtengordel of series over neurotische stedelingen die ‘iets’ artistieks doen. Al is de kans klein dat de namen die daar over de tong gaan vijftig jaar later nog zo bekend zullen klinken als veel personen over wie Rosenkrantz en Hujar het hebben.

Drama

Peter Hujar’s Day. Regie: Ira Sachs. Met: Rebecca Hall, Ben Whishaw.

Lengte: 76 min.

Te zien in de bioscoop.

Zo vertelt Hujar dat hij wakker werd met een telefoontje van Susan Sontag en dist hij smakelijke, flirterige of nietszeggende anekdotes op over mensen als Allen Ginsberg en Fran Lebowitz. Hujars zwart-witfoto’s zouden vooral na zijn dood bekendheid verwerven, zijn meest bekende werk is tegenwoordig waarschijnlijk de iconische cover van bestseller A Little Life.

De film speelt zich af in een periode die regisseur Sachs zelf niet actief heeft beleefd, vertelt hij als we hem spreken na de première op het filmfestival van Berlijn. Downtown Manhattan was lang een vrijplaats voor homoseksuele kunstenaars, schrijvers en intellectuelen. Sachs kwam in 1984 net kijken in New York toen de kunstscene werd omgeploegd door de aidsepidemie die uiteindelijk ook Hujar het leven kostte. Sachs: „In zekere zin heb ik veel gemist, omdat er een generatie was die het niet overleefde en naar wie ik een soort verlangen voel.”

Artistieke vrienden

Peter Hujar’s Day is een intrigerend experiment: een verfilming van een boekenproject van Rosenkrantz uit 1974. Linda Rosenkrantz maakte indertijd deel uit van de artistieke New Yorkse incrowd en ging bijvoorbeeld naar de feestjes van Andy Warhol. Ze vroeg enkele van haar artistieke vrienden in detail te noteren wat ze hadden gedaan op een willekeurige dag, daarna liet ze hen die notities navertellen. Haar geplande boek kwam er nooit, maar in 2019 werd een transcriptie van haar gesprek met Hujar teruggevonden.

Die tekst vond Sachs interessant omdat die een blik gaf op een vriendschap én op wat het is om kunst te maken. De twee praten op een heel concrete, weinig analytische manier over Hujars werk én over hoeveel moeite het kost om voldoende geld bij elkaar te sprokkelen om te kunnen doen wat je wil doen. Sachs: „Terwijl ik dit las, had ik het gevoel dat ik daar was. En ik Peters geest, zorgen en zoektocht begreep, op een manier die heel intiem voelde.”

Ben Whishaw als fotograaf Peter Hujar in ‘Peter Hujar’s Day’.

Dat je blijft kijken naar die eindeloze stroom anekdotes over New Yorkers van wie je vaak alleen de voornaam krijgt, komt niet alleen door de geestige details die Hujar toevoegt, maar ook door het subtiele spel van Whishaw. Hij speelt Hujar met een soort natuurlijke zelfverzekerdheid én schijnbaar oprechte overtuiging dat dit geen bijster interessante dag was – waarna de kijker met de rokende fotograaf ontdekt dat hij een dag eerder best een bizarre ontmoeting had met Allen Ginsberg voor een fotoshoot. Aanvankelijk kribbig en afstandelijk, maakt de dichter al snel ongepaste opmerkingen over de orale seks die Hujar zou moeten hebben met William S. Burroughs II (1914-1997).

Whishaw leerde de tekst van het transcript woord voor woord van buiten, inclusief versprekingen. Sachs: „Het is alsof je jazz-improvisatie van buiten leert.” Heeft de regisseur het gevoel dat hij Hujar na deze film beter kent? „Nee. Hij komt over als een heel intelligente man, iets wat ikzelf aantrekkelijk vind bij mensen en waar ik graag bij in de buurt ben.” Maar ook, zegt hij, als een „erg narcistisch persoon, wat ik voor de film prettig vind, maar ik betwijfel of ik dat in het dagelijks leven aangenaam zou hebben gevonden.”

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next