Home

Dat de eerder volgzame KNVB nu stelling neemt tegen Infantino is winst, maar er is meer nodig

Commercialisering WK

Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.

‘Voetbal (…) behoort geen enkel individu of organisatie toe. Het is van de spelers, de fans, de clubs, de bonden en ieder instituut dat bestaat om de toekomst van het voetbal veilig te stellen.”

Zo begint de recentste aanklacht tegen Gianni Infantino van de UEFA (Europese voetbalbonden), de CONCACAF (de Noord- en Midden- Amerikaanse bonden en de Caribische bonden) en de AFC (de Aziatische bonden). Met zijn gewraakte – en inmiddels ingetrokken – plan om een deel van de commerciële rechten van het WK te verkopen aan private investeerders zou de FIFA-baas zichzelf „boven het collectief” hebben geplaatst en „de integriteit van het spel” te grabbel hebben gegooid. „Eenheid is altijd de kracht van het voetbal geweest”, besluit de verklaring. Dat Infantino verdeeldheid heeft gezaaid binnen de ‘voetbalfamilie’, vinden zijn tegenstanders onverteerbaar.

Maar verdeeldheid en oppositie zijn precies wat het voetbal nodig heeft. Sinds het WK in Qatar (2022) leken vrijwel alle voetbalbonden, ook de KNVB, zich te hebben neergelegd bij de almacht van Infantino. In aanloop naar dat toernooi hadden Europese voetbalbestuurders nog hun afschuw uitgesproken over de grootschalige uitbuiting van de gastarbeiders die de WK-stadions bouwden. Oranjecaptain Virgil van Dijk zou met een OneLove-aanvoerdersband in regenboogkleuren spelen, als statement tegen discriminatie en vóór inclusie. Zover kwam het niet. Infantino dreigde, onder het mom dat voetbal en politiek gescheiden moeten blijven, met een gele kaart, waarna de regenboogband werd opgeborgen en iedereen kon zien wat de Oranje-principes waard waren. Een vlammende toespraak van de FIFA-baas deed de rest: hij vond de westerse voetbalbestuurders en hun commentaren pedant, hypocriet en „puur racisme”.

 „Als je er te Nederlands ingaat, helpt dat niet”, concludeerde KNVB-bestuurder Gijs de Jong. Je kunt drie WK-finales hebben gespeeld, als een van de 211 leden van de FIFA heeft Nederland op papier net zo veel te zeggen als Fiji. Wilde je iets voor elkaar krijgen – een Nederlander op een hoge FIFA-post, meedingen naar een prestigieus toernooi – dan kon je confrontaties maar beter vermijden. Kijk naar de Noorse bondsvoorzitter Lise Klaveness, die wél openlijk kritisch bleef en geïsoleerd raakte. Zelfs in Europa. Toen Klaveness zich in 2023 kandidaat stelde voor een van de toen zeven vacante posities in het belangrijkste bestuursorgaan van de UEFA, verloor ze.

Dus steunde de KNVB net als veruit de meeste andere westerse bonden de herverkiezing van Infantino en bleef het stil toen Saoedi-Arabië na een zeer omstreden procedure het WK van 2034 kreeg toegewezen. Zelfs over de uitreiking van de FIFA Vredesprijs aan Donald Trump – toch een duidelijke vermenging van voetbal en politiek – klonk geen openlijke kritiek. Bemoeienis van Trump met de rode kaart van de Amerikaanse aanvaller Balogun? „Een opmerkelijke beslissing”, vond de KNVB.

Dat Infantino met zijn commercialiseringsplan nu tóch te ver is gegaan en verzet heeft ontketend tegen zijn almacht, is winst. Daar zou het niet bij moeten blijven. Want de volgzame en opportunistische opstelling van de KNVB en andere Europese bonden is er mede debet aan geweest dat Infantino überhaupt zoveel macht naar zich toe kon trekken. Nu ze collectief stelling nemen én bereid zijn te dreigen met een boycot van FIFA-toernooien, wankelt de FIFA-baas. Of hij valt of niet, de les moet zijn dat opkomen voor principes en idealen ook in het voetbal noodzakelijk is, en bovendien effect heeft. Ook al verkleint dat de kans om een prestigieus eindtoernooi te mogen organiseren.

Commentaar

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next