Jean Kaseya | directeur-generaal Africa CDC De Congolese arts Jean Kaseya staat vooraan in de strijd tegen Congo’s dodelijkste ebola-uitbraak ooit. De aanpak wordt onvoldoende afgestemd op de inbreng van lokale gemeenschappen, vindt hij. „Alleen al door naar de gemeenschap te luisteren en zelf te zwijgen, heb ik veel geleerd.”
Jean Kaseya is sinds april 2023 directeur-generaal van Africa CDC, het gezondheidsagentschap van de Afrikaanse Unie.
Ruim 16.000 doses van een ebolavaccin kwamen vrijdagavond aan in de Congolese hoofdstad Kinshasa, ondanks een onbeantwoorde vraag: werken ze ook tegen Bundibugyo? Het vaccin beschermt tegen de zogeheten ‘Zaïre-stam’ van ebola, die bij eerdere uitbraken in Congo dominant was. Mogelijk biedt de prik ook enige bescherming tegen de Bundibugyo-stam, die de huidige epidemie veroorzaakt maar waarvoor nog geen goedgekeurd vaccin of specifieke behandeling bestaat. Bewezen is dat niet, maar Congo zet de doses alvast in.
Tijd om op zekerheid te wachten is er nauwelijks. Het land dat sinds 1976 zestien ebola-uitbraken onder controle kreeg, ziet de zeventiende uitgroeien tot de dodelijkste in zijn geschiedenis: in drie maanden 5.514 bevestigde besmettingen en 2.642 doden in zes provincies, met het oostelijke Ituri als zwaartepunt. De epidemie, die in mei werd uitgeroepen, is verre van onder controle. De respons kan het tempo van het virus nog altijd nauwelijks bijbenen.
Aan de continentale kant van de respons staat Jean Kaseya (55). De Congolese arts leidt Africa CDC, het gezondheidsagentschap van de Afrikaanse Unie. Inmiddels heeft de epidemie ook Kisangani bereikt, een grote havenstad aan de Congo-rivier. De regering probeert te voorkomen dat het virus zich via die rivier verspreidt naar Kinshasa, een stad met ruim 16 miljoen inwoners. „Je ne suis pas magicien (ik ben geen tovenaar)”, zegt Kaseya, zelf afkomstig uit de hoofdstad, via videoverbinding. „Ik kan dat niet voorspellen. Maar bij een epidemie die zich op deze manier blijft ontwikkelen, moeten we snel oplossingen vinden en er alles aan doen om haar vandaag te stoppen. Doen we dat niet, dan zal Kinshasa niet buiten schot blijven.”
Jean Kaseya (1970) is een Congolese arts en gezondheidsbestuurder. Hij studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Kinshasa en behaalde aan de Université Henri-Poincaré in Nancy een master volksgezondheid. In Congo werkte hij als arts en was hij gezondheidsadviseur van toenmalig president Laurent-Désiré Kabila. Daarna bekleedde hij functies bij onder meer de WHO, UNICEF en de Clinton Health Access Initiative. Sinds april 2023 is hij directeur-generaal van Africa CDC.
Naast Kaseya’s schouder staat een kleine donkergroene vlag van de Afrikaanse Unie. Terwijl de Congolese regering de nationale aanpak leidt en de WHO technische en operationele steun levert, coördineert Africa CDC over de landsgrenzen heen en probeert de organisatie geld en partners rond één plan te verzamelen. Toch moesten Kaseya’s organisatie en de WHO begin augustus opnieuw oproepen de respons op te voeren, tegen wat inmiddels de zwaarste ebola-uitbraak is sinds de West-Afrikaanse epidemie van 2014 tot 2016. Kaseya zelf trok al op de eerste dag van de uitbraak in Oost-Congo stevig aan de bel over de mogelijke regionale gevolgen. Nu moet hij uitleggen waarom de respons toch achter het virus bleef.
„Na zeventien ebola-epidemieën weten we dat het mogelijk is een uitbraak zonder vaccins of medicijnen te stoppen, met louter zorgmaatregelen. Terwijl we werken aan een vaccin blijven we hameren op maatregelen die het aantal gevallen en sterfgevallen kunnen verminderen. Onze boodschap aan families is die van hoop, steun en solidariteit.”
„Er worden momenteel vier kandidaatvaccins onderzocht. In de tussentijd willen we zien of het bestaande Zaïre-vaccin ook bescherming biedt tegen Bundibugyo. Ik denk dat we de komende weken de eerste resultaten daarvan zullen zien.”
„Tot zowel de Afrikaanse landen als de partners [doelend op rijkere donorlanden]. In Afrika spreken we tegenwoordig veel over soevereiniteit. Maar dat brengt ook verantwoordelijkheid mee. Onze boodschap aan Afrikaanse landen: investeer meer in uw gezondheidssystemen. Voor het eerst betaalde Kinshasa zelf meer dan 35 procent van de benodigde middelen voor de ebolarespons. In Oeganda [waar de uitbraak eind juli officieel voorbij werd verklaard] kwam minstens 70 procent van de middelen van de Oegandese regering. Daarnaast zijn er de partners. We leven nu eenmaal in een geglobaliseerde wereld. Tegen hen zeg ik: als u uw bijdrage uitstelt, zal de bestrijding u later veel meer kosten en zullen er onnodig mensenlevens verloren gaan.”
„Afrikaanse landen hebben te lang geleund op westerse landen om hun financiering op orde te houden. Maar van de ene op de andere dag zeiden die: we hebben geen geld meer voor jullie. Daardoor ontstond een groot gat. Dat gat heeft ernstige problemen veroorzaakt. Maar in elke crisis schuilt een kans. Afrikaanse landen zijn gaan beseffen dat zij nu zelf middelen moeten investeren. Ik zie dat steeds meer landen dat ook doen. Deze epidemie kan ervoor zorgen dat wij voortaan ons lot in eigen handen nemen.”
„Het gaat er niet om met de vinger te wijzen naar Africa CDC, een regering of de partners. We moeten eerst vaststellen dat deze epidemie vier of vijf maanden te laat is afgekondigd. Toen zij werd vastgesteld, circuleerde het virus al in de gemeenschappen.”
De ebola-epidemie die in mei werd uitgeroepen, is de dodelijkste in de geschiedenis van Congo.
„Begin dit jaar waarschuwde ik [in een opiniestuk samen met de Ghanese president John Mahama en Mahmoud Ali Youssouf, voorzitter van de Afrikaanse Uniecommissie] voor de problemen die voortkomen uit de inefficiënties in het systeem. Afrika verliest bijna de helft [40 procent] van zijn gezondheidsuitgaven door zulke inefficiënties. Denk aan zogeheten ghost workers: werknemers die helemaal niet bestaan, maar wel worden betaald. Fraude bij aanbestedingen en inkoop. Daarnaast bestaan allerlei afzonderlijke plannen die niet op elkaar aansluiten en een gebrek aan één coherent, financierbaar plan. Al die zaken verzwakken de Afrikaanse gezondheidssystemen. Door meer eigen Afrikaanse investeringen en deze inefficiënties terug te dringen, zullen onze gezondheidssystemen op termijn minder afhankelijk worden van westerse steun. Dat is mijn droom.”
„Ik ben niet degene die westerse landen vraagt nog veel méér geld te geven. Ik wil dat zij hun geld verstandig investeren. Hoeveel geld is er, denk je, in totaal nodig om alle gezondheidsproblemen in Afrika op te lossen? Zo’n bedrag bestaat niet. De behoeften zijn daarvoor te groot. Als we alleen maar steeds meer geld blijven vragen, belanden we opnieuw in hetzelfde systeem van afhankelijkheid. Investeringen moeten prikkels creëren waardoor Afrikaanse landen hun eigen gezondheidssystemen gaan financieren. En het moet een overgang mogelijk maken voor essentiële programma’s die niet plotseling kunnen worden stopgezet.”
„Over de vraag wie over hoeveel middelen beschikt, kunnen we heel lang discussiëren. Vanuit mijn eerdere functies in eigen land en nu op internationaal niveau heb ik gezien dat er in Afrika sectoren zijn waarin partners nauwelijks tussenkomen en die toch vooruitgaan. De gezondheidszorg is lange tijd beschouwd als de sector van de partners. Een politiek leider zei mij ooit: mijn nationale begroting bedraagt 7 miljard dollar. De partners geven meer dan 1 miljard dollar aan gezondheidszorg. Waarom zou ik daar dan zelf nog geld in steken, terwijl ik ook andere sectoren moet financieren? Vandaag beseffen we dat die redenering volledig verkeerd is. Door zelf te weinig te investeren hebben landen hun gezondheidssystemen verzwakt en daarmee zowel de gezondheid als de economische toekomst van hun bevolking in gevaar gebracht.”
„Ja, die urgentie bestaat. Dat is wat ik de overgang noem, die moeten we veiligstellen. Afrikaanse landen beschikken vandaag niet over miljarden dollars die zij onmiddellijk kunnen inzetten om ebola te stoppen. Daarom hebben we aanvullende financiering van partners nodig. Tegelijk moeten we systemen opbouwen waarmee Afrikaanse landen zelf hun gezondheidszorg kunnen financieren, zelf vaccins en medicijnen kunnen produceren en hun eigen gezondheidsgegevens kunnen beheren.”
„Bij de bestrijding van epidemieën begint en eindigt het probleem in de gemeenschap. Je kunt een epidemie niet verslaan zonder hun steun en instemming. Daarvoor hebben we een flinke dosis nederigheid nodig. Vaak denken we dat we alles weten omdat we arts zijn, deskundige op het gebied van de volksgezondheid of gepromoveerd onderzoeker. Toen ik onlangs naar Oost-Congo ging, zei ik: ik ben niet met oplossingen gekomen, ik ben gekomen om te luisteren. En geloof me, alleen al door naar de gemeenschap te luisteren en zelf te zwijgen, heb ik veel geleerd. Dat heeft ertoe geleid dat wij de aanpak hebben bijgestuurd.
„Alles begint met respect. Je kunt vragen stellen, maar je moet vooral luisteren en iemand het gevoel geven dat hij wordt gerespecteerd. Een gemeenschapsleider zei tegen mij: we hebben mensen van overal zien komen die zeiden dat ze onze problemen kwamen oplossen, terwijl ze onze problemen niet eens kennen.”
„Onze nieuwe aanpak is dat we naar ieder dorp gaan en bewoners vragen: wijs ons de mensen aan die u het meest vertrouwt. Die mensen worden onze gemeenschapscontactpersonen en vormen de schakel tussen de gemeenschap en het gezondheidssysteem. Want mensen luisteren vooral naar degenen die zij zelf vertrouwen.”