Gebedshuizen als musea Het Grootste Museum van Nederland bestaat bijna tien jaar. Wat zoeken mensen in de 27 gebedshuizen, die zonder uitzondering van kunsthistorisch belang zijn? Rust, troost en verbinding met een groter geheel, blijkt bij een rondgang.
Soefi Tempel Universel in Katwijk.
Het Grootste Museum van Nederland bestaat uit 27 gebouwen. Ze staan verspreid over het hele land, dateren uit diverse eeuwen en bijna allemaal zijn ze gratis toegankelijk. Vorig jaar kwamen er pakweg een miljoen bezoekers, waarmee het op de derde plek staat van best bezochte musea, na het Amsterdamse Rijksmuseum (ruim 2,3 miljoen bezoekers) en het Van Gogh Museum (1,8 miljoen), en voor het Stedelijk in Amsterdam (675.000) en Naturalis (ruim 540.000). Volgend jaar is er een klein jubileum, dan bestaat het museum tien jaar.
Maar is het bekend bij het grote publiek? Zoals die grote kunstmusea, waarvan de tentoonstellingen steevast worden gerecenseerd en ook de bezoekcijfers regelmatig de media halen? Nee, dat kun je niet zeggen.
Intussen is wie één van de 27 gebouwen van het Grootste Museum van Nederland binnenloopt, enthousiast. Uit het gastenboek van de Grieks-orthodoxe Kathedraal van de Heilige Nicolaas in Rotterdam: „Ik liep er met open mond in m’n eentje in stilte rond en voelde hoe deze plek gewijd is.” Een bezoeker van de Soefi Tempel Universel in Katwijk: „Tijdens een fietstocht stuitte ik op een prachtige tempel. Het was een onvergetelijke ervaring. Ik parkeerde mijn fiets bij de ingang en wandelde er in alle rust naartoe. Er hangt een unieke energie op deze bijzondere plek.” Een aanstaande bezoeker van de Ulu Moskee: „Mooiste moskee van Nederland en die staat in ons mooie Utrecht. Ik kom zeker een keer binnenkijken sinds het mag, super initiatief.”
Want dát is het Grootste Museum van Nederland: 2 tempels, 2 synagogen, 19 kerken – waaronder grote als de Domkerk in Utrecht en de Basiliek van de Heiligen Agatha en Barbara in Oudenbosch, maar ook dorpskerken in Krewerd, Midwolde en Pieterburen (Groningen) – en 4 moskeeën. Zoals de tussen 2009 en 2015 gebouwde Ulu Moskee in Utrecht, de grootste van Nederland, en de Fatih Moskee in Amsterdam. Onder de naam Sint-Ignatiuskerk was de Fatih Moskee tot 1971 nog in gebruik voor de rooms-katholieke eredienst.
Het ‘super initiatief’ voor de oprichting van dit museum kwam in 2016 van Museum Catharijneconvent in Utrecht, het rijksmuseum voor kunst en erfgoed van het christendom. In dat jaar publiceerde Museum Catharijneconvent het boek Kerkinterieurs in Nederland, waarin honderd beeldbepalende kerkinterieurs werden belicht. Het gevoel was: wat jammer dat niet meer mensen deze interieurs kennen. En het doel werd: meer bekendheid van religieuze gebouwen en een betere toegankelijkheid ervan.
Rotterdam, Kathedraal van de Heilige Nikolaas.
Utrecht, Ulu Moskee.
Vandaag zitten we in Museum Catharijneconvent: Anique de Kruijf, afdelingshoofd erfgoed in kerken en kloosters, Anouk de Vos, hoofd publiek en educatie, en de verslaggever. De eerste vraag luidt: waarom zijn juist déze 27 gebedshuizen uitgekozen voor het Grootste Museum van Nederland, er zijn immers duizenden religieuze gebouwen. Volgens de recente tellingen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed staan in Nederland 8 tempels, 87 synagogen, zo’n 6.900 kerkgebouwen en 140 moskeeën (waarbij alleen als zodanig ontworpen religieuze gebouwen meetellen, dus niet bijvoorbeeld scholen of woonhuizen die in gebruik zijn als gebedshuis).
Anique de Kruijf, afdelingshoofd erfgoed in kerken en kloosters, Museum Catharijneconvent.
Anique de Kruijf: „In het boek Kerkinterieurs in Nederland stonden interieurs die kunsthistorisch van belang zijn, daar hebben we eerst naar gekeken. Daarnaast hadden we als criteria: spreiding over het land, meerdere religieuze stromingen en verschillende bouwstijlen, met verschillende types interieur. Maar het zijn dus gebouwen die als het ware een Michelinster verdienen, we wilden de meest uitzonderlijke gebedshuizen ontsluiten.”
Maar toch, is bijna dertig dan niet wat weinig? Anouk de Vos: „Het gaat om heel diverse locaties, van onderling verschillende organisaties. Dat is een uitdaging om te managen, het kan niet te groot worden.” Anique de Kruijf: „Maar dat er meer kerken open moeten, daar zijn we het over eens. En ze willen dat vaak ook zelf.”
Na bijna tien jaar, vertellen ze, melden steeds meer gebedshuizen zich met de vraag: kunnen wij meedoen? En als dat niet kan, leer ons dan hoe wij culturele bezoekers kunnen ontvangen voor een rondleiding in ons gebouw. Het gaat intussen om enkele tientallen verzoeken per jaar.
Want het is niet genoeg om de deuren te openen. Anouk de Vos: „De ontvangst van bezoekers is heel belangrijk. Mensen die op bezoek komen, komen niet per se voor de religieuze functie – ze komen voor het culturele aspect. Dat vraagt dus iets van vrijwilligers die rondleiden: ze hebben inhoudelijke kennis nodig over het gebouw en over het interieur, het erfgoed dat je daar om je heen ziet. En er zijn praktische zaken: wanneer ben je open, hoe communiceer je dat je open bent voor een ander type bezoeker dan je gewend bent.”
Anouk de Vos, hoofd publiek en educatie, Museum Catharijneconvent.
En wat zoeken de mensen die een religieus gebouw binnengaan daar dan? Om die vraag te beantwoorden voerde onderzoeksbureau Ipsos I&O eind vorig jaar in opdracht van Vrijzinnigen Nederland, Museum Catharijneconvent, Christelijke Hogeschool Ede en centrum voor samenlevingsvraagstukken Socires een onderzoek uit onder 1.517 Nederlanders. De resultaten verschenen deze zomer onder de titel Heiligheid in de leefomgeving.
Je leest er om te beginnen in dat „de meeste Nederlanders nu ongelovig zijn” en dat „een vierde van de kerkgebouwen geen kerkelijke functie meer heeft”. Wat de vraag oproept wat dan nu de plekken zijn die mensen opzoeken „voor het vervullen van emotionele, spirituele en sociale behoeften”. En ook wat die behoeften zijn.
Dat is in de eerste plaats behoefte aan rust, zo blijkt. En rust zoeken mensen vooral in de natuur, waar ze ook inspiratie, vreugde, troost en verbinding met een groter geheel zeggen op te doen. Vreugde vinden ze in theater, bioscoop en de horeca, inspiratie ook in musea. Religieuze gebouwen zijn er voor troost en, net als in de natuur, voor rust en verbinding met een groter geheel.
Utrecht, Ulu Moskee.
Maar in vergelijking met de natuur en uitgaan, wordt van religieuze gebouwen als plek om naar toe te gaan niet veel gebruikgemaakt. Niet meer dan een derde van de geënquêteerden gaat naar eigen zeggen „minstens eenmaal per jaar” een religieus gebouw binnen. Uit het onderzoek: „Degenen die dat doen hebben hier verschillende redenen voor, zo blijkt uit de open vervolgvraag. Naast het belijden van het geloof, doet men dat vooral uit interesse voor de architectuur of kunstzinnige en culturele aspecten van de gebouwen. Daarnaast worden bezinning, rust, inspiratie, troost en herdenken genoemd. Een deel gaat er vooral voor speciale gelegenheden heen, zoals een huwelijk of begrafenis.”
Wat opvalt: jongeren willen vaker dan ouderen dat een leegstaand religieus gebouw zijn religieuze functie behoudt (19 procent van de 18-34-jarigen versus 10 procent van de 50-plussers). Ook vinden jongeren vaker dan ouderen dat het behoud van religieuze gebouwen een publieke taak is.
Anique de Kruijf: „Troost en rust zijn emoties die mensen op geen enkele andere plek terugvinden dan in de kerk en in de natuur. In een gebedshuis heerst een andere sfeer, die je niet elders in de samenleving vindt. Ik als gelovige zeg: dat is het goddelijke. Maar het verschilt per bezoeker welke woorden je eraan geeft.”
Anouk de Vos: „Misschien is het ook cultureel bepaald? Dat je weet dat je in een kerk in een andere sfeer stapt?”
Anique de Kruijf: „Tot tien jaar geleden zou ik het daar helemaal mee eens zijn geweest. Maar er is nu dus een jongere generatie die zo goed als niks van religie heeft meegekregen, maar die toch op precies dezelfde manier die sfeer ervaart. Blijkbaar ligt het dieper dan alleen wat je om je heen ziet in een religieus gebouw.”
De openingstijden van het Grootste Museum van Nederland verschillen per gebouw. Informatie en adressen zijn te vinden op grootstemuseum.nl.
Petruskerk, Pieterburen.
Petruskerk, Pieterburen.