Home

Oh die havens in de vroege morgen

Hij had een paar regels van Kaváfis geciteerd gezien, schreef mijn vriend, en was er door getroffen. Deze regels: „Heimwee beving hem/ naar het reizen, naar ochtendlijke/ aankomsten in havens die je,/ met welk een blijdschap, voor het eerst binnenvaart”. Alsof hij het ook zo voelde. Maar, schreef hij, dat is wel vreemd, want ik heb dat verlangen eigenlijk niet, ik ben eerder een huismus.

Ik vroeg me na zijn briefje ook af hoe dat kon, dat poëzie je het gevoel geeft dat je iets helemaal begrijpt, maar voor ik het wist schoot ik al met volle vaart het verlangen in – oh die havens in de vroege morgen, de ochtendkoelte, het geluid van de golven tegen de boeg als de scheepsmotor nog maar zeer zacht draait, het vermoeden dat er een wereld ligt daar op dat eiland die je zou kunnen en willen kennen, maar je gaat verder en juist daarom, enfin, ik leefde me in alsof ik inderdaad niet kon wachten om op reis te gaan.

Maar ik ben eigenlijk ook nogal graag thuis. De ‘hij’ in het gedicht is Odysseus, van wie sommige dichters veronderstellen dat hij na zijn thuiskomst geen rust vond. Hoezeer hij ook gesmacht heeft naar het thuis zijn – tien jaar heeft zijn terugreis geduurd – nu hij er is, wil hij weer reizen.

Zoals sommige oorlogsveteranen alleen maar terug willen naar de oorlog. In de film The hurt locker zie je de man die onder bijna ondraaglijke spanning in Irak bommen ontmantelt, thuis in de supermarkt gedeprimeerd staren naar twaalf verschillende merken cornflakes. Zijn vrouw en kind kunnen de leegte in hem niet vullen, hij gaat terug naar waar zijn leven voortdurend op het spel staat.

Maar hier in onze zoveel rustigere levens (en hoe gelukkig moeten we onszelf daarom prijzen) gaat het niet om zulke hevige tegenstellingen en kun je dromen van zomermorgens op water dat van diepdonkerblauw naar turquoise verkleurt als je de haven nadert en van het wonderlijke verlangen dat je dan bevangt.

Eigenlijk raar om te verlangen naar verlangen. Iedereen die er ook maar even over heeft nagedacht kan je vertellen dat tevredenheid nu juist bestaat uit niet-verlangen, uit zijn-waar-je-bent en daar je genoegens, je bevrediging, je zin en betekenis in te vinden.

En toch, ook als je dat doet, kunnen zo’n paar regels je als uiterst begrijpelijk, ja zelfs als je eigen gevoel voorkomen.

Het zal iets te maken hebben met het uit-de-tijd-getilde karakter van poëzie. Vaak wordt er een kleine uitsnede uit de werkelijkheid gemaakt, een waarneming, een gedachte, en krijg je die voorgeschoteld in de vorm van een gedicht. Als je dat met aandacht leest, schept het gedicht precies de ervaring die het beschrijft, alsof je die al had. De ervaring die je zou kúnnen hebben wordt door de bewoording even de ervaring die je hebt, desnoods geheel in strijd met hoe je de wereld beleeft.

Wie ziet er nog ‘brede rivieren traag door oneindig laagland gaan’ als-ie denkt aan ‘Holland’? En toch is het waar. 

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next