Soevereiniteit De Bektashi’s, soefistische moslims, leven al eeuwen in Europa. In de Albanese hoofdstad Tirana zal op een gebied van elf hectare de Soevereine Staat van de Bektashi-orde verrijzen, naar het model van het Vaticaan in Rome. Tenminste, dat is het plan.
De Amerikaan Christopher Hyland, ‘speciaal gezant’ van de Bektashi-gemeenschap, tijdens een bezoek aan het hoofdkwartier in Tirana.
Christopher Hyland staat aan de wieg van nieuwe staten. In de lobby van het Marriott Hotel in de Albanese hoofdstad Tirana komt hij met grote passen aanlopen, gekleed in een ruimvallend wit-blauw gestreept pak. Nauwelijks heeft de 78-jarige New Yorkse textielondernemer, vastgoedinvesteerder en voormalig adviseur van de Amerikaanse president Bill Clinton plaatsgenomen in de besloten hotellounge, of hij begint onafgebroken en vol bezieling te vertellen.
Vredesbesprekingen, wereldleiders en onderscheidingen. Hij deed ze, hij kent ze, hij kreeg ze.
Hyland werkte elf jaar aan de onafhankelijkheid van Kosovo. Hij was betrokken bij de Noord-Ierse vredesbesprekingen. En tijdens een vakantie op Malta bedacht hij een plan om de Orde van Malta – de middeleeuwse ridderorde die tegenwoordig vooral als liefdadigheidsorganisatie opereert – een vorm van soevereiniteit te geven op het eiland.
Nu is hij neergestreken in Tirana, waar hij als ‘speciaal gezant’ werkt aan een ‘nieuw Vaticaan’. In een buitenwijk van de hoofdstad moet een soeverein staatje komen voor de Bektashi’s, een islamitische geloofsgemeenschap met miljoenen aanhangers, maar zonder eigen land.
Bijna twee jaar geleden vulde de aankondiging de voorpagina van The New York Times: ‘Plannen voor een klein nieuw land’. De Albanese premier Edi Rama vertelde tijdens een vergadering van de Verenigde Naties dat hij de Bektashi-moslims – een mystieke soefi-orde binnen de islam – een enclave wilde geven naar het model van het Vaticaan in Rome. In Tirana zou de gemeenschap een gebied krijgen van 11 hectare. De Soevereine Staat van de Bektashi-orde, de officiële naam van het land, moet een eigen bestuur, paspoorten en grenzen krijgen.
De Bektashi’s hebben relatief vrijzinnige opvattingen: alcohol is toegestaan, vrouwen mogen dragen wat ze willen en profeten mogen worden afgebeeld. De orde werd in de dertiende eeuw in het Ottomaanse Rijk gesticht, maar werd onderdrukt tijdens het bewind van de stichter van de republiek Turkije, president Mustafa Kemal Ataturk (1923-1938). In 1929 verhuisde de leiding van de orde naar Tirana.
Hoeveel aanhangers de orde precies heeft is onbekend – de schattingen lopen van zeven tot twintig miljoen mensen. Zij wonen vooral in Albanië, Kosovo, Noord-Macedonië, Griekenland en Turkije. Al gaat het daarbij voornamelijk om mensen die etnische banden hebben met de Bektashi’s. In Albanië zouden de Bektashi zo’n 150.000 actieve religieuze volgelingen hebben, terwijl honderdduizenden zich wel als Bektashi identificeren maar de religie niet praktiseren.
Twee jaar na de aankondiging van het ‘nieuwe Vaticaan’ is allerminst zeker of de ambitieuze plannen ooit werkelijkheid worden. Juist daarom is Christopher Hyland aangesteld.
Het hoofdkwartier van de Bektashi’s is een oase van rust in een buitenwijk van Tirana.
Aan het begin van het gesprek wil Hyland iets kwijt: „Mag ik eerst iets zeggen?”, vraagt Hyland zonder het antwoord af te wachten. „President Clinton schreef in zijn boek My Life – ik weet niet meer precies waar, misschien hoofdstuk 24 – dat wat Christopher Hyland deed in grote mate heeft bijgedragen aan zijn verkiezing tot president.”
Dan leunt hij naar voren. „Ik weet bij god niet wie jullie zijn, maar you guys moeten wel heel cool zijn. Dit is de eerste keer dat we echt een interview geven over de Bektashi’s.”
In de parkeergarage van het Marriott stapt Hyland in de robuuste Amerikaanse Chrysler van zijn Albanese vriend Hazis Vardar. De auto oogt te groot voor de smalle straten van Tirana. Het was Vardar – eigenaar van Banksy-musea en maker van een documentaire over de Bektashi’s – die hem drie jaar geleden introduceerde bij Bektashi-leider Baba Mondi. „Die ontmoeting was liefde op het eerste gezicht”, zegt Hyland vanaf de passagiersstoel.
De in Parijs woonachtige Vardar – die niet actief gelovig is maar zich wel identificeert als Bektashi – is speciaal gezant voor de Bektashi’s in Europa. Hyland doet Amerika. Als ambassadeurs vertegenwoordigen ze feitelijk een nog niet-bestaand land. „Wij zijn de mensen die wereldwijd over de Bektashi’s spreken”, zegt Hyland. „En ik denk dat Hazis en ik daarvoor goed gekozen zijn.”
Maar waarom zet de christelijke oud-diplomaat Hyland zich in voor de Bektashi’s, waar hij drie jaar geleden nog nooit van had gehoord? Voor het geld of zakendeals doet hij het niet. „Ik word er niet voor betaald en heb geen enkel zakelijk belang. Een gouden horloge, status of zelfs een ambassadeurstitel kunnen mij niets schelen”, beweert Hyland. „Het gaat me erom een bijdrage te leveren aan de geschiedenis.”
Na een tocht door de nauwe straatjes van Tirana komen Vardar en Hyland aan in een buitenwijk van de stad waar de leider van de Bektashi’s resideert: Baba Mondi (67) – officieel Zijne Heiligheid Haji Dede Baba, die tijdens het bezoek op reis was door India, waar ook Bektashi-gelovigen wonen. Het hoofdkwartier bestaat uit onder meer een mausoleum, museum en gebedsplaats. Dat complex moet de komende jaren worden uitgebreid tot het kleinste land ter wereld. Nu is dat nog Vaticaanstad (44 hectare).
De Bektashi-orde bezit in Tirana enkele hectares land, die plek moet in de toekomst een soevereine staat worden.
Volgens premier Rama moet de Bektashi-staat de „religieuze tolerantie” bevorderen in de wereld – een waarde waarop Albanië zich graag laat voorstaan. Toen religie tijdens het communistische bewind tussen 1967 en 1991 verboden was, werden alle geloofsgemeenschappen onderdrukt. Sinds de val van het regime leefden soennitische moslims, katholieken, orthodoxe christenen en Bektashi’s vreedzaam naast elkaar. Die traditie van vreedzame co-existentie moet de nieuwe staat volgens Rama uitdragen.
Een soeverein hoofdkwartier van de Bektashi’s – de eerste officiële vertegenwoordiging van de islam in Europa – zou de wereld een beetje verlichten, aldus ‘Europa-gezant’ Vardar. „Veel mensen denken dat moslims pas zo’n twintig jaar geleden in Europa zijn aangekomen, terwijl de Bektashi’s hier al achthonderd jaar leven”, vertelt Vardar, die door zijn Belgisch-Albanese achtergrond Nederlands spreekt. „De Bektashi’s staan voor tolerantie, liefde en vriendschap met andere religies.”
Christopher Hyland (rechts) en Hazis Vardar (links) vertegenwoordigen de Bektashi’s als ambassadeurs in Amerika en in Europa.
Het idee voor een soevereine staat voor de Bektashi’s begon als „een pr-stunt”, zegt Lutfi Dervishi, politiek analist en voormalig directeur van Transparency International Albania. Het moest bewustzijn creëren over Albanië als thuisbasis van religieuze tolerantie. „Daarmee verlegde Rama de focus van binnenlandse problemen naar iets groots en symbolisch”, aldus Dervishi.
Dat past in de politieke lijn van premier Rama, die van huis uit kunstenaar is. Hij is een mediamagneet die met de ene na de andere aankondiging of uitspraak de voorpagina’s haalt.
Als burgemeester van Tirana gaf hij de grauwe grijze flats in de hoofdstad een fris kleurtje en liet hij toparchitecten overvliegen om moderne gebouwen te ontwerpen. Hij introduceerde een AI-minister die corruptie moet bestrijden, liet duizenden Afghanen opvangen die de Taliban moesten ontvluchten nadat de Verenigde Staten zich terugtrokken uit hun land, begon een ’terugkeerhub’ voor migranten met Italië – die mislukte – en kwam recent in het nieuws met zijn antwoord op de vraag wanneer Albanië toetreedt tot de Europese Unie: „Er zijn drie dingen die je niet kunt voorspellen: God, seks en de EU.”
Bijna twee jaar na de aankondiging van de Bektashi-staat zijn er weinig concrete stappen genomen. „Rama is een succesvolle aandachtzoeker”, zegt Dervishi. „Maar afgezien van de retoriek zien we niets.” De Albanese grondwet moet worden gewijzigd, andere landen zullen een Bektashi-staat moeten erkennen en internationale verdragen moeten worden gesloten. Vooralsnog is daarover niets naar buiten gekomen.
Hyland is duidelijk gevallen voor het werk van Rama. Onderweg naar het Bektashi-complex sprak hij zijn bewondering uit over bijna elk gebouw. Van het moderne voetbalstadion waarin het Marriott huist, tot aan eenvoudige grijze flats. De gebouwen zijn amazing, great of wonderful. Over de premier is hij uitgesproken lovend: „Zijn schilderwerken behoren tot de magnifiekste die ik van het genre heb gezien. Zijn beeldhouwwerken zijn voortreffelijk en in Tirana zie je meesterwerk na meesterwerk van de eenentwintigste-eeuwse architectuur. Dat alles straalt van hem af.”
Het idee voor een soevereine Bektashi-staat past volgens Hyland naadloos in Rama’s „visionaire blik”. Het zet Albanië internationaal op de kaart, zegt hij. „Het laat een goedaardige wereld zien, vol positiviteit.”
Dat er in Tirana al maandenlang protesten zijn tegen het beleid van Rama, de tierende corruptie in het land en de geplande bouw van een luxeresort in beschermd natuurgebied door de familie Trump, wuift Hyland weg. „Ik respecteer protesten en kom uit een land met een lange traditie van natuurbescherming. Maar dit land heeft economische ontwikkeling hard nodig.”
En de kritiek op de trage vorming van de Bektashi-staat? Hyland wuift ook die kritiek weg. „Hoe vaak hebben die critici een land gecreëerd zien worden? Nog nooit. We zijn nog er nog nooit zo dichtbij geweest. En morgen zijn we weer een stap dichterbij.”
Hoeveel aanhangers de Bektashi-orde precies heeft is onbekend – de schattingen lopen van zeven tot twintig miljoen mensen.
Het Bekthasi-complex bestaat uit onder meer een mausoleum, museum en gebedsplaats.