Natuurapps AI maakt het kinderlijk eenvoudig de namen van planten en vogels te vinden. Daarmee gaat een waardevolle ontdekkingstocht verloren, vindt Kester Freriks.
‘Walstroleeuwenbek’ heet de paarsbloeiende plant die aanwaaide tussen de stoeptegels op mijn kade. Niet dat ik dat zomaar wist. Om de naam te achterhalen doorzocht ik diverse floragidsen, zoals de Geïllustreerde flora van Nederland en, vooral, de beroemde Heukels’ Flora van Nederland. Het bleek een ingewikkelde exercitie. Was de bloemkroon ‘vergroeidbladig’? Had ik te maken met een ‘weke woekerplant’ of een ‘sporenplant’, een lid van de familie van de ‘wijnruit’ of van de ‘napjesdragers’?
Prachtige begrippen, boeiende zoektocht. Ik voelde me een beginneling. Mensen die vogels willen determineren kennen dat ook: hoe maak je het onderscheid tussen pimpelmees en koolmees, zanglijster en koperwiek, tuinfluiter en tjiftjaf, wulp en krombekstrandloper? En is de vogel een dwaalgast of standvogel, wintergast of doortrekker?
Wat de walstroleeuwenbek betreft: nadat ik de klassieke gidsen had dichtgeslagen, kon ik de soort in minder dan een tel thuisbrengen. Eenvoudigweg door op mijn telefoon de app ObsIdentify te openen, een foto te maken, naar ‘identificeren’ te gaan – en daar is het antwoord, inclusief locatie (Oostelijke Eilanden, Amsterdam) en de geruststellende mededeling: „Identificatie is zeker.” Voor wie meer wil weten biedt de app informatie over de Linaria purpurea: „Een overblijvende plant die behoort tot de weegbreefamilie. De soort komt van oorsprong uit het Middellandse Zeegebied en is sinds 1975 ook te vinden in Nederland.”
Dankzij kunstmatige intelligentie (AI) is determinatie makkelijker dan ooit. Er zijn talloze apps zoals ObsIdentify: Google Lens, MerlinBird, BirdNet, Vogels van Nederland, Pl@ntNet, Tuinvlinderapp, Veldgidsapp van Nature2U, iNaturalist, Steen- en Paddenstoelenherkenner. Niet meer nodig om beschrijvingen van vogelzang – klinkt een zanglijster werkelijk als ‘kuucklievie, kuucklie vie, tixi tixi tixi, trruu-trruu-truu tixifix’ – te vergelijken met de geluiden die je buiten hoort. Je houdt MerlinBird in de lucht, klikt op ‘opname’ en daar verschijnen op het scherm alle zingende en roepende vogels uit de nabije omtrek, zelfs vogels die jij niet hoort of ziet.
Flora en fauna determineren oftewel op naam brengen is een van de meest fascinerende aspecten van omgang met de natuur. Wat eerst een anonieme plant, bloem, vlinder of vogel was, krijgt een naam, en daardoor meer betekenis. Naamgeven is rijkdom; het leert je over soorten, families, leefgebieden (heivlinder) en kleur (groene specht). Zie je ‘gewoon een vogel’, dan is dat wat anders dan een oeverzwaluw, kraanvogel, wielewaal of torenvalk. ‘Paars plantje’ haalt het niet bij walstroleeuwenbek.
Niet zo lang geleden trokken generaties natuurliefhebbers met een min of meer draagbare bibliotheek het veld in. Determineergidsen beleefden vele herdrukken, terecht zijn ze geliefd: dankzij gidsen leer je kijken naar de natuur en besef je de onvervangbare veelzijdigheid. Als beginnend natuurliefhebber was ik eraan verslaafd, ik verzamelde ze. Urenlang kon ik erin lezen en kijken, me verbazen over de onuitputtelijke variëteit aan flora en fauna.
De kleurrijke, handgetekende illustraties in combinatie met op wetenschap gebaseerde teksten bieden een schat aan informatie. Het zoeken in en raadplegen van determineergidsen is een ontdekkingstocht op zich; het traint je hersenen en bereidt je voor op wat je buiten zoal kunt aantreffen.
Maakt AI die gidsen overbodig? Zijn natuurliefhebbers zover dat de inspirerende prachtgidsen ongeopend blijven?
Een voorbeeld. Vogels in de vlucht herkennen kan moeilijk zijn. Ze vliegen soms razendsnel voorbij, hebben verschillende verenkleden, van prachtkleed in het voorjaar tot sobere wintertooi, er zijn soorten die sprekende gelijkenissen vertonen. Maar sinds kort bestaat er een model verrekijker, de Swarovski AX Visio, die de vogelsoort die je in beeld hebt vrijwel onmiddellijk identificeert. Achter het Vogelinformatiecentrum Texel in De Cocksdorp kijk ik erdoor, Het werkt verbluffend eenvoudig. Ik krijg een specht in het vizier, stel de kijker scherp en druk op een knop die een foto van de waarneming maakt. Er komt een rode cirkel om de vogel heen en eronder verschijnt, ook in het rood, de soortnaam: Grote bonte specht. Het heeft iets magisch, vogel én determinatie in één oogopslag.
De verrekijker is verbonden met internet en kiest „dankzij AI in een fractie van een seconde uit tienduizenden foto’s om tot de juiste soortherkenning te komen”, legt Marc Plomp uit, vogelkenner en eigenaar van het informatiecentrum. Ons brein werkt eigenlijk precies hetzelfde: „We slaan beeld en zang op in ons geheugen en raadplegen dat bij elke waarneming.”
Een bijkomend voordeel van determinatie via AI is dat observaties van gebruikers opgenomen worden in bijvoorbeeld de database van Waarneming.nl. Wetenschappers maken wereldwijd gebruik van deze vorm van citizen science. Ze krijgen inzicht in aantallen, leefgebied, kwetsbaarheid van een soort en daardoor mogelijkheden tot bescherming.
Toch is door AI gegenereerde determinatie niet zaligmakend. Zodra een boomtak of rietpluim het beeld verstoort, bemoeilijkt dat de identificatie. AI maakt het ook makkelijker foto’s van een algemene vogel te bewerken tot een ‘extreem zeldzame’, voor vogelaars die op die manier indruk willen maken. In de vogelwereld is het scoren van zeldzaamheden soms een doel op zich.
Op Facebook-fora zoals Determinatie van Nederlandse vogels leidt AI tot discussie. Voorstanders prijzen de exactheid en de mogelijkheid kennis uit te wisselen bij betwiste of twijfelachtige observaties. Soms lopen de meningsverschillen hoog op. „Vogelaars zonder veel praktijkervaring vertrouwen blind op AI”, zegt Plomp. „Dat lees je af aan reacties als ‘AI zegt dat het een krakeend is, dus is het een krakeend’. Maar bij ingewikkelder soorten of minder scherpe foto’s is AI niet doorslaggevend. Dan zijn eigen kennis en ervaringen in het veld onmisbaar.”
Vogeltekenaar en ecoloog Bram Rijksen vergeleek de apps voor determinatie op Facebook met het navigatiesysteem in auto’s: „Ideaal. Totdat-ie ons ongewild het bos in stuurt en blijkt dat we zonder zo’n systeem nergens zijn…” „AI is vluchtig, je hoeft feitelijk niets te onthouden want het geheugen zit in je apparatuur”, licht Rijksen aan de telefoon toe. Apps geven een bijzondere soort door, voorzien van een foto en de locatie; je gaat erheen, kijkt of de foto klopt met jouw observatie en dat was het. Op naar de volgende soort. „Juist als je moeite moet doen een soort te herkennen levert dat bestendige kennis op: je hebt iets bereikt, zelf iets ontdekt – die sensatie maakt een vogelverschijning onvergetelijk.”
AI ordent en hergebruikt bestaand materiaal, maar kan niets nieuws creëren, is geen creatief instrument. Rijksen maakt regelmatig schetsen in het veld en beschrijft daarbij de waarnemingen die de inspiratiebron vormen van zijn tekeningen. „Door taal en tekenpen te gebruiken leer je kijken, lang, intensief, met aandacht.” Te weten komen wat hij zag was lang een ontdekkingstocht. „Om mijn eerste witte kwikstaart te duiden moest ik naar de bibliotheek.” Die ontdekkingstocht is wat de individuele natuurliefhebber door AI verliest.
De nieuwe technologie schenkt ontegenzeggelijk plezier en gemak in het gebruik. Ideaal is misschien een combinatie: razendsnelle apps én verdiepende veldgidsen.
Tot mijn verrassing kreeg ik kortgeleden een schitterend boekwerk in handen over bedreigde vogelsoorten, Het vogelboek (The Book of Birds: A Field Guide to Wonder and Loss) van de Britse natuurschrijver Robert Macfarlane met illustraties van Jackie Morris. Alsof ik op mijn wenken werd bediend in mijn lichte angst voor de teloorgang van traditionele gidsen. Zes jaar werkten zij aan dit boek dat in de lange traditie van de determineergidsen staat. Je kunt het beschouwen als een statement tegen de hedendaagse digitale revolutie: niets van alles wat nu gemeengoed is geworden, zoals apps en zoekmachines, komt erin voor. Het is een wereldwijd succes.
Macfarlane en Morris bezingen de vogels, de laatste met penseel en kleur, de ander met taal als poëzie, zoals in deze beschrijving van de zanglijster, een vogel uit tuinen en stadsparken. In de maand van verschijnen, mei van dit jaar, hoorde ik de lijster zingen en zocht op wat Macfarlane erover schrijft: „Ooit veelvoorkomende lijster zingt aubades en avondbedes. (-) Al eeuwen staken mensen hun bezigheden, stoppen met praten, fluisteren om te luisteren naar een lijster die dichtbij verrukkelijke fluittonen, als gouden honing, de vrije loop laat.” (vert. Nico Groen).
Met dit vogelboek anno 2026 is een nieuwe, tijdloze maatstaf ontstaan: die van geduld om met aandacht en toewijding te kijken. Het is impliciet ook een pleidooi de papieren natuurgidsen niet te veronachtzamen, ze zijn van onschatbare waarde de natuur te leren kennen en begrijpen.