IJsland en de EU IJsland houdt op 29 augustus een referendum over de vraag of gesprekken over EU-toetreding hervat moeten worden. Het land is altijd gepolariseerd geweest als het gaat om toetreding tot een organisatie. „We zijn er tot nu toe mee weggekomen door hier midden in de oceaan te zitten en te doen waar we zin in hadden.”
Reykjavik
Mensen zijn soms een beetje hysterisch, verzucht de IJslandse minister van Buitenlandse Zaken Katrín Gunnarsdóttir. Even daarvoor heeft ze in haar kantoor – schuin achter de Höfði-villa, die sinds 1986 bekend staat als het Reagan-Gorbatsjov-huis – in Reykjavik uitgelegd waarom IJsland op 29 augustus een referendum houdt over de vraag of de regering moet gaan praten met de Europese Unie over toetreding.
Het gaat nu alleen nog om de vraag of de gesprekken – die in 2015 door een eurosceptische regering definitief werden afgekapt – hervat moeten worden. Sommigen zien het referendum echter nu al als een uitverkoop aan de EU. Gunnarsdóttirs verzuchting over hysterie is een reactie op de slogan ‘Iceland is not for Sale’, een knipoog naar ‘Greenland is not for sale’ in reactie op dreigementen van de Amerikaanse president Donald Trump om Groenland in te lijven. De IJslandse variant doet het goed sinds de regering in maart bekendmaakte dit referendum te willen houden.
IJsland is een rijk land en ligt geopolitiek gezien op een handige plek, midden in de zogeheten GIUK-gap, de strategische waterlinie uit de Koude Oorlog in de noordelijke Atlantische Oceaan die moest voorkomen dat Rusland zich vanaf daar naar het westen kon richten. Die linie is nieuw leven ingeblazen nu vanuit de NAVO de militaire operatie Arctic Sentry is begonnen om de Russische en vermeende Chinese dreiging tegen te gaan. IJsland, dat lid is van de NAVO, maakt samen met de andere Noord-Europese landen, Canada, de VS en Groot-Brittannië deel uit van deze missie.
Daar komt bij dat er al economische afspraken zijn tussen de Europese Unie en IJsland: de Europese Economische Ruimte (EER) en de Europese Vrijhandels Associatie (EVA). Toch wil IJsland, als het aan de huidige regering ligt, toetreden tot de EU, mits de gesprekken goed verlopen. Als de IJslanders instemmen met hervatting van het overleg, zal de uitkomst aan de bevolking worden voorgelegd in een tweede referendum.
Het referendum wordt ook nauwlettend gevolgd door de Noren, waar de bevolking zich al eerder uitspraken tegen toetreding tot de EU. „Ik praat veel met mijn Noorse collega’s. Een referendum staat nu nog niet op de agenda, maar ze volgen het proces in IJsland zeer nauwlettend”, vertelt Gunnarsdóttir. De laatste keer dat de Noren een referendum hielden was in 1994, toen sprak 52,2 procent zich uit tegen toetreding tot de EU.
Demonstratie in 2015 tegen de beslissing de toetredingsgesprekken te staken.
Het onderwerp houdt uiteraard veel inwoners in IJsland bezig. „Ik neig naar ‘ja’. Ik ben namelijk bang voor de spanningen die steeds groter worden en bang dat IJsland geïsoleerd raakt”, vertelt Katrín Mixa, zittend voor de universiteitsboekwinkel in de hoofdstad. Ze denkt dat het goed is wanneer de IJslandse munt, de krona, wordt vervangen door de euro. „Als we de euro in 2008 hadden gehad, hadden we niet jarenlang in crisis gezeten. Wat mij betreft moeten we gewoon gaan praten en daarna pas besluiten of toetreding ons te veel gaat kosten.”
Op dat standpunt staat ook Júlia Yr Thorvaldsdóttir in Hauganes, een klein dorp in het noorden van IJsland. „Als toetreding meer financiële stabiliteit brengt ben ik voor, maar als na die gesprekken blijkt dat we onze wateren moeten gaan delen met andere landen die hier komen vissen dan stem ik daarna ‘nee’.”
In het plaatsje Höfn in het zuidoosten van IJsland, klinken andere geluiden. Hier is 60 procent van het dorp niet IJslands (in de rest van IJsland is 20 procent van de bevolking niet in IJsland geboren en komt de helft van die 20 procent uit Polen). In het centrum wil bijna niemand iets zeggen. Een verkoopster van de kunst- en nijverheidswinkel Handradinn weet zeker dat ze nee zal stemmen: „Er zijn hier gewoon te veel buitenlanders. Ze hebben toegang tot onderwijs en gezondheidszorg. Wij investeren in ze, maar zij investeren niets in onze economie. Alles wat ze verdienen nemen ze mee naar hun thuisland. Ik ben er klaar mee, en dus het wordt ‘nee’.” Haar naam wil ze niet geven, want „wanneer je dergelijke geluiden laat horen, worden ze altijd uit hun verband getrokken in de media”.
Sólfar, een ode aan de zon, van de IJslandse kunstenaar Jón Gunnar Árnason.
Toen deze regering begon, had ze al aangegeven voorstander te zijn van de hervatting van de gesprekken. Het referendum werd vrij plotseling in maart aangekondigd, sneller dan verwacht. Dat is volgens Gunnarsdóttir omdat er „enorme geopolitieke onrust is. Dan heb ik het niet alleen over dreigingen van Rusland of de claim van de VS op Groenland, maar ook over de handelsoorlog met de Amerikanen. Op economisch vlak is er minstens evenveel aan de hand: de VS leggen ons importheffingen op en de EVA biedt niet genoeg garantie.”
Als voorbeeld haalt ze de invoerquota van de EU op staal- en metaaltarieven aan, die de binnenlandse productie in de EU moeten beschermen tegen het dumpen van producten door Aziatische landen. Die quota treffen zowel Noorwegen als IJsland. „Ons land is erg afhankelijk van export; 77 procent daarvan gaat naar de EU. Dus we moeten onze handel beschermen en overal vrij toegang toe behouden.”
Een ander probleem is dat IJsland een van de duurste landen ter wereld is, met hoge rentetarieven. IJsland zit op een rente van 7,75 procent, tegenover bijvoorbeeld 2,25 procent in Nederland. „De inflatie is bij ons altijd al hoger, en door de hoge rente is het voor vooral jongeren nauwelijks te doen een huis of appartement te kopen. Ik denk heus niet dat wanneer we ook op de euro overgaan alle problemen meteen voorbij zijn, maar wel dat de koers voorspelbaarder wordt en we meer discipline zullen moeten opbrengen om inflatie tegen te gaan.”
Trump haalde in zijn dreigementen soms Groenland en IJsland door elkaar, maar de IJslandse verhoudingen met de Verenigde Staten zijn toch goed, aldus de minister: „We staan van oudsher op goede voet met de VS en dat is nog steeds zo, maar de nieuwe regering in de VS is natuurlijk ook een feit. De EU is een supermacht. De waarde daarvan werd duidelijk toen Groenland een kwestie werd. Je wilt op zulke momenten liever aan tafel zitten dan dat er over je gesproken wordt.”
Dat is ook waar Magnus Magnússon op wijst bij een kop thee in een privéclub Kjarvalsstofa, vlak bij The Black Cone, een monument voor burgerlijke ongehoorzaamheid. Deze politicoloog en voorzitter van de ‘European Movement in Iceland’ benadrukt eveneens de financiële voordelen. Hij verwacht een stabielere munt en meent dat de EU als handelspact steviger staat wanneer er heffingen worden ingevoerd, ook in de concurrentie met niet-EU-landen.
De IJslandse kustwacht in de haven van Reykjavik.
Op het geopolitieke vlak is hij eveneens stellig: „Sinds de invasie van Rusland in Oekraïne is de veiligheidssituatie hier veranderd. Ja, we zijn lid van de NAVO en we hebben een defensieovereenkomst met de VS waarin staat dat ze ons zullen beschermen als we worden aangevallen, maar we bevinden ons momenteel niet in een vreedzame periode. We staan onder constante dreiging van Rusland, dat hier marineschepen in de buurt laat varen, dat cyberaanvallen op onze infrastructuur uitoefent en desinformatie verspreidt. Als lid van de club zijn we veiliger.” De slogan ‘Iceland is not for sale’ vindt hij onzin: „Ik denk niet dat wanneer je je aansluit bij een internationale organisatie je je land in de verkoop doet.”
IJsland is altijd al gepolariseerd geweest als het om toetreding tot een organisatie gaat. Toen de NAVO werd opgericht en IJsland in 1949 medeoprichter was, waren er veel protesten. Toen IJsland in 1994 bij de EVA ging, waren er protesten en bestond de vrees dat IJsland zijn soevereiniteit zou kwijtraken. „Het idee dat de EU misschien goed is voor IJsland wint nu wel iets aan terrein. Dat is vanwege de inflatie”, vertelt Jón Trausti Sigurðarson, journalist bij het blad The Reykjavík Grapevine. Samen met de hoofdredacteur Bart Cameron houdt hij kantoor boven een café in een voor de IJslandse hoofdstad typerend gekleurd golfplaten huis.
Regelmatig schrijven ze over het komende referendum en ze houden de schommelende peilingen goed bij. Bij een peiling van 27 juli was 53,1 procent voor hervatten van de gesprekken en 46.9 procent tegen. „Een van de problemen is volgens mij dat we sinds de IJslandse onafhankelijkheid in 1944 in een ‘Pax Americana’ hebben geleefd, waarin we – ook tijdens de Koude Oorlog – min of meer buiten schot zijn gebleven. Voor onze veiligheid vertrouwden we op de VS, terwijl we tegelijkertijd handel konden drijven en handelsakkoorden konden sluiten met de Sovjets. We zijn opgegroeid in een wereld zonder expliciete machtspolitiek. Ik denk dat het voor de IJslandse kiezer erg lastig te begrijpen is dat er nu sprake is van een dreiging”, zegt Sigurðarson.
„Amerika is een minder betrouwbare partner geworden”, vult hoofdredacteur Cameron aan. „We zijn er tot nu toe mee weggekomen door hier midden in de oceaan te zitten en te doen waar we zin in hadden. Hoewel politici en functionarissen de geopolitieke dreigingen misschien glashelder zien, is het lastig om dit idee over te brengen. Voor het merendeel van de kiezers is dat een volstrekt nieuwe gedachte.”
Wat beiden betreft vertrouwen IJslanders nog te veel op het idee dat ze door de geïsoleerde ligging soeverein kunnen blijven. Dat was ook wat ze hoorden toen ze begin juni bij een concert waren van de IJslandse, populaire zanger Bubbi Morthens. Hij gaf een groot optreden ter ere van zijn zeventigste verjaardag waarbij zo’n tienduizend bezoekers aanwezig waren. „Tijdens dat concert gaf hij tussen twee liedjes commentaar op de hoge inflatie en zei dat het tijd was dat IJslanders daar ‘ja’ of ‘nee’ tegen zouden zeggen. Hij noemde het referendum niet expliciet, maar zijn opmerking riep veel boegeroep op.”
Behalve boegeroep tijdens het concert van Morthens was er in de IJslandse media ook aandacht voor een uitspraak van Haraldur Olafsson. Naast zijn werk aan de universiteit als meteoroloog is hij zegsman van ‘Heimssýn’, een IJslandse anti-EU-groep. In een interview met Grapevine in mei stelde hij dat hij zelf geen gewelddadig man was, maar dat hij na een ‘ja’ in augustus geweld niet kon uitsluiten. In de kantine van zijn faculteit vertelt hij dat het allemaal een beetje uit de context is gehaald. Hij doelde op de ruiten die ingeslagen werden in de hoofdstad tijdens de financiële crisis (2008–2012). „Er werd toen ook met eieren en rotte tomaten naar politici gegooid. Maar dat is meer woede dan geweld natuurlijk. Ik had het niet bedoeld als geweld in Europese termen, maar zo is het door sommigen wel opgevat.”
Wat Olafsson betreft is „de EU de grootste bedreiging”, want de EU is een „supermacht die mensen kan doden”. Hij vermoedt dat de EU volledige zeggenschap zal willen en de wetgeving wil bepalen. „Het wetboek van de EU is 170.000 bladzijden, zoveel pagina’s hebben wij hier niet nodig. Wat goed is voor de EU kan verschrikkelijk zijn voor IJsland.”
Voor hem is Rusland geen bedreiging voor IJsland. „Het probleem is dat we na toetreding een oorlog worden ingezogen. De meeste Europeanen willen dat er wapens naar Oekraïne gaan, de meeste IJslanders willen dat niet. Dat is omdat wij al eeuwen geen oorlog hebben gehad, voor ons is Europa in een permanente staat van oorlog met kleine tussenpauzes van vrede. Laten we wel wezen: het is een never ending story, of het nu de Tweede Wereldoorlog is, Joegoslavië, Noord-Ierland… en nu hebben jullie dan een grote oorlog. Dat Europeanen oorlog voeren is voor mij en veel IJslanders een natuurlijk gegeven.”
Wat gebeurt er wanneer je je bij zo’n club aansluit, vraagt hij retorisch na z’n betoog over de permanent staat van beleg en oorlog. „Dan escaleer je mee. Als je je niet bemoeit met alle problemen word je met rust gelaten. Wij hebben al eeuwen geen oorlog gevoerd.”
Ook gelooft hij er niet in dat de inflatie omlaag zal gaan. Hij wijst erop dat de munt sinds 2012 behoorlijk stabiel is, en de lonen erop zijn aangepast. „De centrale bank weet al 15 jaar de waarde van de krona stabiel te houden en niets wijst erop dat dat de komende twintig jaar anders zal zijn.” Om de prijzen wat te drukken, zijn er genoeg middelen. „Dat is een belofte die deze regering twee jaar geleden deed, maar ze hebben er niets aan gedaan. Nu denken veel mensen dat ze de inflatie expres laat oplopen zodat IJslanders straks ‘ja’ zullen zeggen.”
Skólavördustígur, de ‘Regenboogstraat’ naar de beroemde Hallgrímskirkja kerk.
Mocht het ja worden, dan vreest hij nu al de kosten die dat met zich meebrengt. „Er komt een hoop bureaucratie bij kijken, ambtenaren moeten vrijgemaakt worden om dit proces te begeleiden en dan komt er iets uit wat er mooi uitziet, maar voor je het weet heb je al je rechten opgegeven. En dan heb ik het nog niet eens over de kosten die we moeten afdragen aan de EU om erbij te mogen horen. Weet je: IJsland staat altijd in de top tien van gelukkigste landen ter wereld, waarom zou je daarmee knoeien?”