Strandleven | Tel Aviv, Israël Op de stranden van Tel Aviv wordt gefeest alsof er in het land en de omliggende regio weinig aan de hand is. Zeventig kilometer verderop, aan dezelfde kust, ligt het verwoeste Gaza. De kloof kan niet groter zijn. „Ik geloof de beelden niet die daar vandaan komen.”
De skyline en het strand van Tel Aviv.
Uit cafés en restaurants dreunt harde muziek. Vanaf de branding klinkt het getok van heen en weer kaatsende balletjes van matkot, wat wordt gezien als de nationale strandsport. Surfers sjokken met board, zware wetsuits en zoute haren door het zand. Hardlopers, fietsers, skeeleraars en wandelaars passeren elkaar op de boulevard.
Op de afgeladen stranden van Tel Aviv lijkt het alsof er in het land, in bezet Palestina en in de regio weinig aan de hand is. Zo nu en dan vliegt er een legerhelikopter over. Om de zoveel honderd meter staat een wit betonnen hokje als schuilkelder. Op bordjes wordt de afstand daarnaartoe aangegeven.
Het strand kan een toevluchtsoord zijn, maar net zo goed een plaats waar belangen keihard botsen. Economie, toerisme, ecologie, migratie en meer komen samen op de grens van land en zee. Hoe daarmee wordt omgegaan, zegt veel over een land. In een serie belicht NRC de strijd om het strand.
Tijdens de Iraanse vergeldingsaanvallen, volgend op de eind februari ontketende Amerikaans-Israëlische oorlog tegen Iran, bleef Gal Elalel als het luchtalarm klonk met haar surfboard in het water. De 47-jarige – diepgebruinde huid, blond vlassig haar, in wetsuit – komt hier iedere dag. „Als ik niet meer naar het strand ga, dan hebben we de oorlog verloren.”
„Het strand zit in het dna van Israëliërs”, zegt Karen Gaf (50), werkzaam voor een Europese gereedschapsproducent, vanaf een picknickbank bij een surfschooltje. „Wij hebben generaties lang slechte tijden gekend. Mijn grootouders die de Holocaust overleefden, kwamen direct naar Tel Aviv. Er is de militaire dienstplicht op je achttiende. Dus wat kunnen we anders doen dan plezier hebben? Zelfs als het oorlog is, en iedereen om ons heen ons haat.”
Kan Gaf de oorlog vergeten op het strand? „Ma pitom?! (‘Dat meen je niet?!’) Iedere keer als er een helikopter overvliegt, denk ik aan een soldaat die naar het ziekenhuis wordt vervoerd.”
Israëliërs in Tel Aviv praten graag over hun liefde voor het strand en het hedonisme van de inwoners – een imago waar Israël de stad graag internationaal mee profileert. De regering draagt uit dat Israël constant wordt bedreigd, in Tel Aviv wordt desondanks gefeest.
Het strand van Tel Aviv.
Onder de oppervlakte ligt een dikke laag politiek: de aankomende verkiezingen in Israël en de grootschalige protesten tegen de regering de afgelopen jaren, die enkele kilometers verderop in de stad plaatsvonden. De oorlog tegen Iran – door veel Israëliërs gesteund – die is uitgemond in een regionale oorlog.
Na een nieuwe gevechtsronde met Iran – volgend op de twaalfdaagse oorlog in juni 2025 – is Gaf het zat constant van premier Benjamin („Bibi”) Netanyahu te horen dat Iran bijna een kernwapen zou hebben. „We horen al dertig jaar over Iran. Iran, Iran, en nog eens Iran.”
Tel Aviv, zegt Gaf, is een „bubbel”. En die is, zoals veel inwoners hun stad en zichzelf graag omschrijven, seculier, liberaal, en anti-Bibi. „Niemand stemt hier Bibi. Maar als hij de aankomende verkiezingen wint, zul je me niet in Tel Aviv vinden. Ik heb Amerikaans staatsburgerschap, mijn kinderen ook. Ja, het gras is altijd groener aan de overkant, want in de Verenigde Staten zit Trump. Maar ik zou hier dan niet meer kunnen wonen.”
Ze is niet de enige. De afgelopen jaren was er een ware uittocht van Israëliërs – alleen al in 2025 vertrokken circa 90.000 mensen. Het aantal emigranten is hoger dan het aantal immigranten. Een nationaal en ideologisch falen voor het land dat het toevluchtsoord voor Joden wereldwijd wil zijn: in het Hebreeuws worden emigranten aangeduid als yordim („zij die afdalen”) en nieuwe immigranten als olim („zij die opstijgen”).
Die tendens was al ingezet voor 7 oktober 2023, vanwege de omstreden hervormingen van het hooggerechtshof door de regering-Netanyahu, die grootschalige protesten ontketenden in met name Tel Aviv. De vaak hoogopgeleide vertrekkers doen dat onder meer vanwege de politieke situatie, maar ook om de hoge kosten van levensonderhoud.
Vale Graftoff (midden) fietst met twee vriendinnen over de boulevard van Tel Aviv.
Shira Kaufman en Sara Paz vertrouwen de beelden uit Gaza niet.
Ook voor student Chinese medicijnen Vale Graftoff (33) en de twee vriendinnen met wie ze over de boulevard fietst, is vertrekken uit Israël een terugkerend gespreksonderwerp. In tegenstelling tot de meesten speelt voor de vriendinnen ook de situatie in Palestina daarin mee.
Een van hen – die niet met haar naam in de krant wil – is betrokken bij een groep vrijwilligers die Palestijnen op de bezette Westelijke Jordaanoever beschermt tegen kolonistengeweld. Pas toen ze daar was, realiseerde ze zich dat Palestijnen daar vanwege de bezetting niet naar de zee kunnen; alleen de heuvels bieden bij helder weer zicht op de blauwe kuststrook.
Op slechts een uur rijden van Tel Aviv ligt, aan dezelfde kustlijn, de bezette Gazastrook. De beelden uit Gaza die de rest van de wereld ziet, worden in Tel Aviv niet vertoond – behalve door een enkel groepje demonstranten, die vorig jaar op de boulevard foto’s van kinderen uit Gaza omhoog hielden.
Op het strand van Tel Aviv klinkt veelal ontkenning van de burgerdoden, de uithongering en de verwoesting die Israël de afgelopen jaren aanrichtte. „Ik geloof de beelden niet die daar vandaan komen”, zegt Sara Paz (38), industrieel designer uit de stad Netanya, die met Shira Kaufman over een houten vlonder het strand oploopt. „Hamas is verantwoordelijk voor de mensen daar”, voegt Kaufman toe.
Het strand van Tel Aviv.
In de zomer van 2025 sprak de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem, in het kielzog van talloze genocide-experts en mensenrechtenorganisaties, van genocide in Gaza. B’Tselem wordt in eigen land als uiterst links gezien. „De mensen van B’Tselem komen uit rijke gezinnen. Ze hebben goede kwaliteiten en willen vrede. Maar dat zij hun eigen volk de rug toekeren, is wrang,” zegt Paz.
Paz groeide op in een ultraorthodoxe familie in een illegale nederzetting in Oost-Jeruzalem, maar verliet haar religieuze gemeenschap, en kwam recent uit de kast. „Voordat ik vanuit Jeruzalem naar Netanya verhuisde dacht ik: ik heb óf de kotel [de klaagmuur], óf het strand. Nu heb ik liever het strand, en praat ik meer met God dan ik in de synagoge in Jeruzalem zou doen.”
Vanuit een houten hokje op palen houden drie badmeesters op versleten leren stoelen, met verrekijkers en koffiemokken in de hand, de zwemmers in de baai in de gaten. Israël is na 7 oktober veranderd, zeggen ze, ook het denken over „de andere kant”. Het gesprekje wordt al snel onderbroken door de Amerikaans-Israëlische Alissa, die de houten trap van het hokje beklimt.
Israëlische vlaggen wapperen in de wind aan het strand.
„Ga je goede dingen opschrijven over mijn volk?”, vraagt ze de verslaggever. „Want ik ben het spuugzat met de leugens over Israël. Alle journalisten zouden hun kaarten op tafel moeten leggen: ben je pro- of anti-Israël?”
Alissa, die niet met haar achternaam in de krant wil, vervolgt: „Als je dit land binnenkomt, kun je niet anders dan het licht voelen. Kijk naar deze prachtige plek, deze energie, iedereen houdt van feesten. Geloof je dat er zoiets is als Palestina, dat dit Palestina is? In welk land ben je nu?” Een van de badmeesters vult aan: „Schrijf wel goede dingen op over Israël!”